Azië voelt zich ongemakkelijk bij leidersrol Australië

Als mogelijk leider van een VN-vredesmacht krijgt Australië voor het eerst de kans zich te manifesteren als leider in Zuidoost-Azië. De buurlanden kijken daar niet naar uit.

Het Gulgong Pioneer Museum op het platteland van New South Wales staat vol met gebruiksvoorwerpen en gereedschap die herinneren aan de pionierstijd. Maar er hangen ook veel uniformen, insignes en foto's van Australische jongemannen die vochten in de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Relikwieën die getuigen van een tijdperk waarin Australië, en niet het minst door de immigranten zelf, werd beschouwd als een Europese enclave in Azië.

De laatste keer dat Australische soldaten naar het front gingen, was in de Vietnam oorlog. Aanvankelijk gingen in 1962 enkele tientallen militaire adviseurs naar Zuid-Vietnam; uiteindelijk vochten tot 1972 in totaal meer dan 50.000 Australiërs, van wie er 494 om het leven kwamen. De Australiërs waren niet zozeer geïnteresseerd in de Vietnamese zaak; ze kwamen er in de eerste plaats om op verzoek van de Verenigde Staten bij te dragen aan hun strijd tegen het oprukkende communisme.

Nu, ruim 25 jaar later, krijgt Australië voor het eerst de kans zich te manifesteren als een leider in de Aziatische regio – een rol die van grote betekenis kan zijn in de zoektocht naar een Aziatische identiteit. De meerderheid van de bevolking – die in november in een referendum mogelijk besluit om de historische banden met Groot-Brittannië definitief te verbreken door van Australië een republiek te maken – juicht een optreden in Oost-Timor toe, zo blijkt uit opiniepeilingen.

Bij de Aziatische buren, en niet alleen bij Indonesië, is het enthousiasme minder groot. ,,Wij denken dat de Aziaten zelf hun eigen zaken kunnen regelen, en geen behoefte hebben aan het Westen'', verwoordde de Filippijnse president Estrada gisteren het Aziatische wantrouwen tegen het nog steeds `blanke' Australië.

Toch hoeft er geen twijfel te bestaan dat de Australiërs het voortouw zullen nemen bij de internationale vredesoperatie die nu in de steigers wordt gezet. Al was het alleen maar door het ontbreken van een geloofwaardig alternatief. De VS hebben duidelijk laten weten dat ze, anders dan in Kosovo, geen leiding willen nemen. De enige internationale organisatie in de regio zelf, de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties (ASEAN), is niet bij machte een vredesmacht te leiden. ,,De ASEAN beschikt niet over een leger, we hebben er nooit over gesproken. Deelneming aan de vredesmacht is een verantwoordelijkheid van de individuele landen'', aldus een woordvoerder van het Thaise ministerie van Buitenlandse Zaken. Zijn minister, Surin Pitsuwan, vertegenwoordigt de ASEAN in de gesprekken die thans worden gevoerd tussen Indonesië en de Verenigde Naties over samenstelling en mandaat van de vredesmacht voor Oost-Timor.

Cynisch genoeg was Australië het enige land dat de annexatie van Oost-Timor door Indonesië in 1975 heeft goedgekeurd. Pro-Indonesische milities verwijten de Australiërs nu dat ze zich partijdig hebben opgesteld in het recente referendum over de toekomst van Oost-Timor en dat ze daarmee bijdragen aan het aantasten van de Indonesische eenheidsstaat. Oudere Indonesiërs herinneren zich de opstelling van Australië ten tijde van de overdracht van Nederlands Nieuw Guinea, toen Canberra zich, tegen de zin in van de Verenigde Staten, bleef verzetten tegen de Indonesische aanspraken op de kolonie.

Die emotionele weerstand in Indonesië tegen de `provocatieve' komst van de `onvriendelijke' Australiërs maakt hun leidersrol niet gemakkelijker. Australië wil vanuit Darwin 4.500 militairen naar Oost-Timor sturen; zij moeten de kern vormen van de 7.000 man tellende vredesmacht waarover nu wordt gesproken. Maar pro-Indonesische strijdgroepen en conservatieve kringen in Jakarta hebben al gewaarschuwd voor ,,nieuwe chaos'' indien de Australiërs daadwerkelijk voet aan wal zetten. Dat is een waarschuwing die niet zomaar in de wind kan worden geslagen, aangezien de vredesmacht zal moeten samenwerken met de Indonesische strijdkrachten – zoals Jakarta heeft geëist. Juist onderdelen van die strijdkrachten hebben een belangrijke rol gespeeld in het aanjagen van het geweld.

De samenwerking van de vredesmacht met het Indonesische leger is een van de netelige punten, waarover momenteel in New York wordt onderhandeld. Ook moet de Veiligheidsraad het karakter van de vredesoperatie (een missie onder VN-gezag of een `coalition of the willing'?) en het exacte mandaat van de vredesmacht (alleen het beschermen van vluchtelingen of ook het actief ontwapenen van milities?) nog vaststellen.

Al met al kan het nog wel dagen duren alvorens de eerste buitenlandse soldaten naar Oost-Timor gaan, zeggen diplomaten. Daarmee krijgt de vredesmissie het karakter van een race tegen de klok: nog steeds jagen milities op vluchtelingen in Oost- en in West-Timor, en dreigt hongersnood voor tienduizenden mensen die naar de bergen zijn gevlucht. Sommigen zeggen dat de race al lang verloren is nu waarschijnlijk een groot aantal Oost-Timorezen is omgebracht, mogelijk 400.000 mensen uit hun huizen zijn verdreven en de hoofdstad Dili is veranderd in een rokende puinhoop.