Oostenrijker zelfs voor kapper de grens over

Oostenrijk is lid van de Europese Unie, maar kartelafspraken verzieken nog steeds de markt voor de consument. De consumentenbond? Die heeft ook nog andere belangen.

De Nederlandse architecte Tony Damstra woont sinds drie jaar in Wenen en is over aanbod, service en prijzen van Oostenrijkse bedrijven helemaal niet te spreken. ,,De prijzen in Oostenrijk zijn krankzinnig hoog. Wij hebben onze ogen uitgekeken toen we hier een huis zochten en dat was nog maar het begin. De makelaarscourtage was fors, maar erger vond ik dat niemand mij over die courtage vertelde. Het stond alleen in de kleine lettertjes van het contract. Nadat ik een huis had gevonden kwam de volgende verrassing. Ik had een ontwerp voor de keuken gemaakt en verschillende offertes aangevraagd – ze kwamen allemaal rond de 45.000 gulden uit, zonder montage. Die montage kostte nog eens tussen de tien en elfduizend gulden. Dus ben ik op de trein naar Milaan gestapt en heb in drie dagen het materiaal voor keuken en badkamer gekocht, tot en met de kleinste kraan. Alles werd in één auto gepakt en naar Wenen getransporteerd.''

Damstra betaalde voor het materiaal de helft van wat het in Oostenrijk zou hebben gekost. Bovendien kreeg ze in Italië als architecte 35 procent `architectenkorting'. ,,In Nederland schommelt de architectenkorting tussen de 15 en 25 procent, in Oostenrijk had ik maar 5 procent gekregen. De Italianen zijn helemaal royaal, bovendien hebben ze het hele transport uitstekend geregeld. Daar hebben ze ervaring mee, ze leveren vaak naar Oostenrijk.''

Oostenrijkers kopen graag in het buitenland. Ze doen dat om de hoge prijzen thuis te ontlopen, maar ook voor de grotere keus of de betere service. In het westen van Oostenrijk koopt men in Italië, Zwitserland of Duitsland, het oosten winkelt in Hongarije. De minister van Financiën, Rudolf Edlinger, zoekt voortdurend naar mogelijkheden om daar een eind aan te maken. Zo moeten strengere douanebepalingen het shoppen in Hongarije beperken. Dat helpt bij de consumptiegoederen, maar veel Oostenrijkers gaan ook over de grens naar de kapper, de tandarts of de opticien en daar is weinig aan te doen.

De prijsverschillen met Hongarije zijn te begrijpen, maar waarom zijn ook de Beierse tandartsen en opticiens 30 procent goedkoper? Hoe kan het dat de Oostenrijkse tandartsen naar eigen zeggen ,,nog niet zo ver zijn als de veel meer op Amerika georiënteerde Nederlandse collega's'' en toch meer dan het dubbele rekenen? Waarom kost een Beierse bodylotion (pH5 Eucerin van Beiersdorf) van 400 ml in Nederland 25 gulden en in Oostenrijk 40? Waarom is de makelaarscourtage veel hoger?

De bezorgde minister van Financiën is een van de schuldigen, want alle BTW-tarieven liggen in Oostenrijk hoger dan in Duitsland, of het nu gaat om levensmiddelen, boeken of luxeartikelen. Karl Kollmann van de Oostenrijkse consumentenbond wijst erop dat de prijzen sinds de toetreding tot de Europese Unie vier jaar geleden al behoorlijk zijn gedaald. ,,Maar er zijn nog steeds veel niches waar de prijzen nog niet zijn aangepast'', voegt hij er aan toe.

Medische artikelen, van contactlenzen tot kronen, zijn nog steeds heel duur, net als alcohol, snoepartikelen en cosmetica. Bij veelgebruikte elektronische apparaten en levensmiddelen heeft Oostenrijk zijn prijzen tot rond het Duitse niveau verlaagd, maar ook daarbij zijn er voor de handel steeds weer niches te vinden. Bovendien is de aanpassing aan de Duitse prijzen slechts een halve overwinning, omdat de lonen in Duitsland duidelijk hoger liggen – in de industrie liefst 30 procent.

De Oostenrijkers hebben in 1993 massaal voor de toetreding tot de EU gestemd. De hoop op lagere prijzen was een belangrijke drijfveer. Het openbreken van de Oostenrijkse markt is echter slechts ten dele gelukt. Zo verkoopt het Duitse elektronicaconcern Saturn een Philips-massageapparaat in Duitsland voor 330 gulden en in Oostenrijk voor 430. De prijs ligt hiermee nog steeds 50 gulden onder die van de Oostenrijkse aanbieders. Dat is voldoende om klanten te trekken die niet naar het buitenland kunnen.

De consumentenbond voert niet echt een harde strijd, want deze belangenorganisatie maakt deel uit van de Arbeiterkammer, een tweede soort vakbond waar iedere Oostenrijkse werknemer verplicht lid van is. De combinatie van werknemers- en consumentenbelangen beperkt de speelruimte van de consumentenbond. Oostenrijk is een land dat door kleine en middelgrote bedrijven wordt gedomineerd. Dat betekent kleine productiebedrijven en een goede winkelspreiding, maar ook hoge productiekosten en te veel werknemers. De consument betaalt dus voor een laag werkloosheidscijfer.

,,Oostenrijk wordt geregeerd door de sociale partners. Zij zijn, hoewel niet gekozen, de echte regering. Dat is al sinds 1945 zo en daar is nog niets aan veranderd'', zegt de econoom Wolfgang Pollan van het Wirtschaftsforschungsinstitut. ,,Andere landen beschermen de consument, bij ons werden de kartels tot in 1994 beschermd. In conflictsituaties, bij het vermoeden van prijsafspraken enzovoorts, waren alleen de sociale partners gerechtigd om stappen te ondernemen. Zij benoemden zelfs rechters en deskundigen'', aldus Pollan. De onderzoeker noemt het geknoei met de autoprijzen een tekenend voorbeeld: ,,Toen VW de prijzen na de devaluatie in Italië laag hield, werden leveranties aan Duitsland en Oostenrijk verboden. Dat verbod werd door de EU opgeheven, maar toen werden er bij ons bureaucratische belemmeringen opgeworpen. Het duurde maanden voor een aanvraag voor invoer in behandeling werd genomen, je moest concessies betalen, eindeloos formulieren invullen en er achteraan blijven bellen. Ik heb een paar jaar in Californië gewoond, de invoerprocedure duurde daar precies 2 minuten.''

Pollan vermoedt dat de regering concerns graag te vriend houdt om Oostenrijk als goede standplaats te kunnen presenteren. De geslotenheid van de Oostenrijkse maatschappij speelt volgens hem ook een rol: ,,De sociale partners controleren het hele leven. Ze willen vooral rust en dat denken ze te bereiken door alles zo te laten als het is. De wens om zich van de wereld af te sluiten is groot. Door de EU afgedwongen veranderingen worden zo minimaal en langzaam mogelijk ingevoerd.''

Architecte Tony Damstra noemt Oostenrijkers onmondige consumenten. Deze onmondigheid wordt volgens Pollan van het Wifo veroorzaakt door het gebrek aan informatie. ,,De sociale partners zien niet graag dat te veel over de prijzen in het buitenland wordt bericht. Ze hebben het Wifo als onafhankelijk instituut opgericht, maar willen ons wel voorschrijven waarover wij onderzoek mogen doen. Wij worden alleen met rust gelaten als we onze studies in het buitenland publiceren. Dat leest hier toch niemand. Als er in Oostenrijkse media berichten verschijnen, stromen hier de woedende telefoontjes binnen'', zucht Pollan.