Nierstichting gaat ziekenhuis helpen

De Nierstichting stelt twee miljoen gulden beschikbaar om het tekort aan donororganen terug te dringen. Met dit geld worden in ziekenhuizen donorcoördinatoren aangesteld, belast met taken omtrent de donorregistratie. Het twee jaar durende programma, Stimuleringsplan Ziekenhuizen, moet per jaar honderd extra niertransplantaties opleveren. De Landelijke Nierpatiëntenvereniging en de Nederlandse Transplantatie Stichting worden er ook bij betrokken.

Op dit moment staan er twaalfhonderd patiënten voor een niertransplantatie op de wachtlijst, de gemiddelde wachttijd is drie tot vier jaar. Uit onderzoek is gebleken dat vooral in ziekenhuizen het aantal aangemelde orgaandonoren tegenvalt. Volgens onderzoek van de Universiteit van Groningen uit 1998 zouden er zeshonderd orgaandonaties per jaar mogelijk moeten zijn. ,,Door ziektes als kanker en aids komen niet alle donoren in aanmerking voor transplantatie, maar we denken dat toch de helft beschikbaar moet kunnen zijn'', aldus P. Beerkens, directeur van de Nierstichting. Op het moment worden er tweehonderd orgaandonaties per jaar aangemeld.

Met behulp van een attitudetest zullen vijf of zes ziekenhuizen geselecteerd worden. Wanneer zij het programma niet zelf kunnen bekostigen, kunnen zij een bijdrage van maximaal 200.000 gulden van de Nierstichting verwachten. Bij succes verwacht de Nierstichting dat de overheid concept en financiering voor het plan overneemt.

P. Beerkens vindt het niet vreemd dat zijn stichting een voortrekkersrol moet vervullen als het gaat om het aanboren van potentiële orgaantransplantaties. ,,De ziekenhuizen moeten geholpen worden, we gaan niet op de overheid wachten. De Nierstichting handelt vanuit haar eigen verantwoordelijkheidsgevoel.''