Hockeyers krijgen genadeklap

En weer nam Maurits Hendriks een stapeltje huiswerk mee naar huis. Kregen zijn hockeyers drie maanden geleden in Brisbane al een lesje in effectiviteit, Duitsland legde gisteren andermaal de kwetsbare plek bloot van de wereld- en olympisch kampioen. In de finale van het Europees kampioenschap vergaten de hockeyers hun superioriteit in doelpunten uit te drukken. Daardoor ging de eindoverwinning naar de ploeg die opnieuw gelukkiger was in het nemen van strafballen, titelverdediger Duitsland.

Verwijten wenste Hendriks zijn ploeg desondanks niet te maken. De zege was dan weliswaar vier minuten voor tijd uit handen gegeven door een fraaie treffer van de sluwe spits Christoph Bechmann (3-3), maar, onderstreepte de bondscoach: ,,We hebben uitstekend gespeeld en het initiatief vrijwel de gehele wedstrijd in handen gehad. Als dat niet het geval was geweest, pas dan had ik mij zorgen gemaakt. Nu til ik er niet zo zwaar aan.''

Op die analyse was weinig aan te merken, want Nederland domineerde. Vergeten werd alleen de genadeklap uit te delen toen de tegenstander de weg volkomen kwijt was, halverwege de tweede helft nadat Teun de Nooijer 3-2 had gemaakt. Via een snelle uitbraak bracht Bechmann de partijen in de 66ste minuut op gelijke hoogte.

In de verplichte serie vanaf zes meter veertig trok Duitsland, als geen ander bedreven in het nemen van strafballen, aan het langste eind. Bij het vorige EK, vier jaar geleden in Ierland, verloor Nederland eveneens na strafballen van Duitsland, nadat het twee jaar daarvoor op hetzelfde onderdeel al door Pakistan in de luren was gelegd in de finale van het WK. Met de zege in Padova verzekerden de Duitsers zich van deelname aan de Olympische Spelen in Sydney.

Hendriks' collega, de geslepen tacticus Paul Lissek, had zijn huiswerk goed gedaan. Nauwkeurige bestudering van videobeelden hadden de Duitse bondscoach geleerd dat het grootste gevaar kwam van de twee middenvelders op de flanken, Stephan Veen (rechts) en Teun de Nooijer (links). Door de twee balvirtuozen aan banden te leggen was de angel uit het Nederlandse aanvalsspel. Temeer omdat de voorste linie – Buma, Eikelboom, Geeris, Van Meer en Van Wijk – gisteren opnieuw teleurstelde op het Italiaanse kunstgras. Dat was een hard gelag voor Hendriks, die in Padova een uitgelezen kans had om de heimwee naar zijn voorganger, succescoach Roelant Oltmans, de kop in te drukken.

Bijna acht maanden draagt Hendriks nu de technische eindverantwoordelijkheid en nog altijd moeten coach en spelers aan elkaar wennen. Niemand twijfelt aan de kennis van de 38-jarige oud-doelman, maar de communicatie verloopt stroef. Noodgedwongen vervulde videoman Roberto Tolentino de rol van interim-manager.

Ronald Jansen stelde vorige week de sfeer en de beleving binnen de ploeg aan de kaak. Met zijn opmerkingen over de te wetenschappelijke benadering van Hendriks hield de doelman de voormalige assistent een spiegel voor. De kritiek leidde tot lichte paniek bij de technische staf, die op donderdag, een dag voor de halve finale tegen België, een crisisberaad arrangeerde.

Conclusies wenst Hendriks dan ook niet te verbinden aan de aanbevelingen van Jansen. Winst denkt hij op weg naar Sydney vooral te boeken op speltechnisch vlak. ,,Het gaat om het controleren van de wedstrijd. Nederland heeft van nature een drive naar voren. Van belang is onder meer de vraag hoe we balverlies kunnen beperken.''

Niettemin sloeg Jansen vorige week de spijker op zijn kop. Uren aaneen achter een videorecorder zitten mag dan ,,leiden tot minder zelfverwijten'' (Hendriks bij zijn aantreden), het merendeel van de spelers haalt zodra het tegenzit de schouders op bij zoveel passie en toewijding. Een geslaagde grap of grol is op zulke momenten heilzamer dan een diepte-analyse over de snelheid van de bal.

Brinkman riep gisteren op tot een dialoog om de plooien glad te strijken. ,,We moeten de komende weken in alle eerlijkheid de discussie met elkaar aangaan'', meende de record-international. ,,Tijdens dit EK is gebleken dat sommige spelers het een en ander op hun lever hebben. Laat ze die vooral uitspreken, want op weg naar Sydney is niemand gebaat bij sluimerende onrust.''

Hendriks kondigde gisteren een grondige evaluatie aan van het toernooi. ,,Maar dat doe ik altijd, dus dat is niets nieuws.'' Vraag is verder wat Hendriks van plan is met Diederik van Weel. De aanvoerder van Bloemendaal heeft weliswaar niet de technische bagage van clubgenoot De Nooijer, maar wat is het nut van het selecteren van een speler die vervolgens steevast naar de tribune wordt verbannen? ,,Diederik behoort tot de achttien beste hockeyers van Nederland'', beweerde Hendriks. ,,Het is aan hem nu de stap naar de groep van zestien te maken.''

Kansen daartoe kreeg Van Weel in Italië niet, hoewel de groepsduels tegen Polen en Ierland volop gelegenheid boden ritme en vertrouwen op te doen. Terwijl lotgenoot Peter Windt nog mocht opdraven tegen Rusland, zat Van Weel anderhalve week lang noodgedwongen bij te kleuren op de tribunes. ,,Wij zijn geen sociale instelling'', sprak Hendriks ferm.