FIETSBELG MET PIJNLIJKE BILLEN

Op de schaats is hij een stayer van wereldklasse, op de fiets is Bart Veldkamp een tijdrijder van middelmatig niveau. Na afloop van het Belgische kampioenschap kregen zijn toehoorders gratis college over het menselijk lichaam.

In een peloton vol pezige wielerlijven oogt hij als een hulk in fietskleding. Zijn kuiten zijn dikke kabels, hij heeft dijen als opgeblazen ballonnen. Zijn gespierde billen vormen een schril contrast met de dunne kontjes van de andere deelnemers. Als schaatser valt hij juist op door zijn slanke gestalte. Als wielrenner valt hij behoorlijk uit de toon op de Grote Markt in Sint Niklaas. Terwijl de Belgische speaker hem aankondigt als Bart Voskamp, vertelt Bart Veldkamp met Haagse tongval over zijn afwijkende lichaam. ,,Vergeleken met een wielrenner ben ik een vette Leo met een dikke reet.''

Hij wrijft over zijn pijnlijke billen die hem tijdens de race tegen de klok last hebben bezorgd. Na afloop van de tijdrit krijgt hij op de gevoelige plek een lichte massage van zijn zus, die net als zijn vader en zijn moeder tot de vaste supporterskern behoort. In Hamar, in Calgary, in Nagano en nu in Sint Niklaas. Hij heeft op het parcours van 45 kilometer een paar keer de benen moeten strekken. Door zijn zere billen is hij minder hard gaan fietsen en is de verzuring van de rest van het lichaam achterwege gebleven. Zijn karakteristieke hupje valt deze middag niet te bewonderen. Hij komt op het asfalt veel souplesse, veel techniek en veel ervaring te kort.

Veldkamp kon in zijn juniorentijd moeilijk kiezen tussen schaatsen en wielrennen. Pas toen hij in de kernploeg kwam, beschouwde hij het fietsen als hulpmiddel bij het schaatsen. Toch plaatste hij zich in 1992 bijna voor de Olympische Zomerspelen in Barcelona. Door ziekte moest hij zich afmelden voor de ploegenachtervolging op de baan. In de rondjes rond de kerk heeft hij zich nooit op zijn gemak gevoeld. Hij is geen stuurkunstenaar en hij heeft moeite met het bochtenwerk in de criteriums.

Als tijdrijder komt hij beter tot zijn recht. Met een gemiddelde snelheid van bijna 45 kilometer per uur rijdt hij over de vlakke Vlaamse wegen. Ter vergelijking: de Spaanse wielrenner Abraham Olano voltooide de tijdrit in de Vuelta vrijdag met een gemiddelde snelheid van 52 kilometer per uur. ,,Maar Olano boekt veel meer tijdverlies met schaatsen'', reageert Veldkamp fijntjes.

Als wielrenner vertoont hij sterke gelijkenis met de Amerikaanse schaatser Eric Heiden, die na zijn goldrush in Lake Placid een wielerloopbaan is begonnen. Op de fiets bleek hij een klerenkast zonder souplesse. Andere schaatsers die zich redelijk manifesteerden op de fiets zijn Beth Heiden, Piet Kleine, Dries van Wijhe en Herbert Dijkstra. De omgekeerde weg werd bewandeld door Gerben Karstens, Gert Jakobs en Ingrid Haringa. Deze wielrenners waren aardig succesvol op de fiets. Maar de tijden zijn veranderd. De sportwetenschap heeft zich ontwikkeld. Schaatsen en wielrennen verhouden zich niet langer als communicerende vaten.

De protesterende bilpartij van Veldkamp is een veeg teken. Een wielrenner benut andere spieren dan een schaatser. Een wielrenner weegt veel minder dan een schaatser, die zijn kilo's niet naar boven hoeft te tillen en daardoor niet als een rijdend skelet aan de start hoeft te staan. Veldkamp weegt 82 kilo (vijf kilo meer dan tijdens zijn gouden schaatsrace in 1992). Hij heeft een vetpercentage van elf, ruim twee keer zoveel als het vetpercentage van een gemiddelde profwielrenner. ,,Ik schrok me helemaal rot toen ik Richard Virenque in zijn blote lijf zag lopen'', zegt Veldkamp. ,,De botten staken door zijn vel heen. In de winter word je met zo'n lichaam helemaal weggeblazen.''

Hij vertelt vol overgave over het geheim van een gespierd achterwerk. Schaatsers gebruiken hun billen en hun heupen om de ijzers zo krachtig mogelijk af te kunnen zetten. Daarom brengen schaatsers een groot deel van de training in het krachthonk door. In de zomermaanden lopen ze hard, rijden ze op skeelers of rijden ze op een fiets. Veldkamp komt voor de maand november zo min mogelijk op het ijs. Hij heeft een opmerkelijke verklaring. ,,Hoe meer je schaatst, hoe beter je techniek, hoe slechter je uithoudingsvermogen.''

Veldkamp heeft een sterke voorkeur voor wielrennen, want aan hardlopen heeft hij een hekel en met skeeleren wordt het hart-long-systeem niet voldoende op de proef gesteld. Hij richtte een eigen wielervereniging op, met de toepasselijke naam DUN (Door Uitputting Nabij). Hij beschouwt de fiets als een ideaal middel om de conditie op te bouwen. Kijkend naar het model waarmee hij zojuist de tijdrit heeft gereden, vertelt Veldkamp over de langzame ontwikkeling op het gebied van trainingsmethoden. ,,De wielercultuur is heel ouderwets. Er valt nog veel meer rendement uit een fiets te halen. Ik heb een boordcomputer van achtduizend gulden gemonteerd waarmee ik het vermogen van mijn pedaalslag kan meten. De meeste profwielrenners hebben daar nog nooit van gehoord.''

De 31-jarige Veldkamp is een perfectionist die zich urenlang kan bezighouden met een klapschaats of een tijdritfiets. ,,Innovatie is een speerpunt in mijn carrière'', verduidelijkt hij zijn toewijding voor lichaam en materiaal. Sinds zijn vertrek uit de Nederlandse kernploeg worden zijn bedenksels niet langer klakkeloos overgenomen door pottenkijkers. Hij traint nog altijd als een bezetene, maar hij is geen slechte verliezer meer. Hij is een volwassen sportman geworden die volgens Amerikaanse normen cool and collected overkomt.

Veldkamp wordt niet langer gedwarsboomd door starre Nederlandse bondsbestuurders. Toen afgelopen week melding werd gemaakt van de eerste ruzie tussen de KNSB en de privésponsors, toonde hij enig leedvermaak. ,,Ik ben blij dat ik dat gezeur over logo's niet meer hoef aan te horen. Belg worden was de belangrijkste beslissing in mijn leven. Ik heb het schaatsplezier weer teruggevonden.''

Hij schaatst sinds 1995 met een Belgische licentie en hij behaalde in 1998 als enige Belg een (bronzen) medaille bij de Olympische Winterspelen van Nagano. Hij staat ingeschreven in de gemeente Bonheiden, een plaatsje in de buurt van Mechelen. In Sint Niklaas wordt Veldkamp vergezeld door Emanuel Sanen, die als ambtenaar van Bonheiden zijn administratie bijhoudt. Sanen had connecties met de wasserette van de familie Veldkamp in Den Haag. Uit de zakelijke relatie is een vriendschapsband ontstaan.

Sanen is het symbool van Belgische gastvrijheid. Hij overhandigt zijn vriend na afloop van de tijdrit een medaille van verdienste. Veldkamp is geen `Ollander met een dikke nek' en hij mag zich daarom in een groeiende populariteit verheugen. Hij heeft er een verklaring voor. ,,Ik heb destijds geen lulverhaal opgehangen, maar eerlijk gezegd waarom ik Belg wilde worden. Niet uit liefde voor het land, maar om mijn vak te kunnen uitoefenen. Die eerlijkheid hebben ze erg gewaardeerd.''

Populair of niet, in Sint Niklaas wordt Veldkamp nauwelijks herkend in zijn blauwe wielerpak. Hij eindigt op de achttiende plaats en houdt te midden van de Belgische subtop (de toppers rijden in de Vuelta) zes deelnemers achter zich. Hij heeft duidelijk moeite om zestig minuten in een gelijkmatig tempo rond te rijden. Op de schaats voltooit hij de tien kilometer in vloeiende bewegingen binnen een kwartier. Op de fiets begint hij na een half uur te schokken met zijn brede schouders. Hij wijst onderweg naar zijn billen, die na elke pedaalslag gevoeliger worden. Eenmaal over de finish spreekt hij over een nuttige training. ,,Mijn hartslag lag een uur lang rond het omslagpunt. Prima toch?''