Een liefdeloos leven

Het liefst zie ik hem in een witte onderbroek. Dan kan ik zien hoe fors hij geschapen is. De borsten en billen, de armen en benen, het gespierde, opwindende, zwarte lijf, dat van boven tot onder glimt. En dat immense hoofd op een stierennek. Dat gezicht dat je uitdagend toelacht en je bedwelmt met die ogen. Zo zou ik hem in mijn armen willen nemen, hem willen strelen in de hoop dat hij de liefde krijgt waarop hij al 33 jaar wacht.

Heel veel mensen zien Mike Tyson liever in een andere gedaante. Zij willen nu juist dat hij een glimmende korte broek over zijn slip draagt, bokshandschoenen aantrekt en om zich heen schreeuwt dat hij degene die in zijn nabijheid komt hardstikke dood slaat. Zij genieten van zijn lust tot vernietiging. Dagenlang kijken ze uit naar het volgende optreden van het boksende dier. Zij verdringen zich voor de televisie om hem te zien snauwen en grauwen en zijn tegenstander hard op zijn gezicht te slaan. Bloed willen ze zien.

I need kicks, schreeuwen ze, moe van de dagelijkse sleur, bang voor leegte en stilte, te lui om te zoeken naar een zinniger inhoud van hun bestaan. Of het nu de opwinding van hanengevechten en horror is of de sensatie van een bokser die een ander kolkend van woede inelkaar slaat. Het gaat om kicks, steeds meer kicks.

De kicksverslaafde die kijkt naar Iron Mike komt aan zijn trekken. Die ziet een dier van mensenvlees, een eenzame verdwaalde man, eens een bokstalent dat volkomen vervreemd is van de geciviliseerde wereld. Het meest fascinerende is, dat hij echt is en geen fictieve vechtmachine uit een film of computerspel. Een echt mens dat gemeend zijn tegenstander afrost. Wat een sensationele ervaring moet het elke keer weer zijn wanneer Tyson uit zijn kooi mag.

Over vijf weken is het weer zover. Dan gaan de hangsloten van zijn ketens. De managers, trainers en mentale begeleiders, zoals zijn dompteurs zich noemen, zijn al maanden bezig hem op te zwepen. Wanneer hij straks in Las Vegas moet vechten, is hij inmiddels gek geworden van agressie. Het wachten is op een moord, aangezet door de dompteurs die aan boksers miljoenen verdienen. Wat zou er dan met Tyson gebeuren?

Ze zullen hem opsluiten in de kleinste isoleercel, hem straffen, net als toen hij als jongetje werd betrapt op zakkenrollen, toen hij van school werd gestuurd, later zijn vrouw mishandelde, een meisje verkrachtte, een bokser in zijn oor beet, mensen op straat in elkaar mepte en zijn cel kort en klein sloeg. Drie jaar bracht hij in de gevangenis door. Week als een baby kwam hij vrij, vol van Tolstoj en Hemingway, en ervan overtuigd dat hij als moslim een beter mens was geworden. Buiten wachtten de dompteurs die riepen dat de hele wereld hem in de armen wilde sluiten.

Tyson groeide op in de ellende van Brooklyn, met zijn zus en zijn moeder die alcoholiste was, maar zonder zijn vader die hem al vroeg in de steek liet. Zonder Bobby Stewart, een sociaal werker, was hij niemand. Stewart leerde Tyson zijn agressie kwijt te raken. Hij bracht hem naar Constantine D'Amato, een bokstrainer die hem als een zoon koesterde en een kampioen van hem maakte. Toen D'Amato in 1985 stierf en vervolgens zijn moeder, zijn zuster en zijn eerste manager, had Tyson alleen nog het publiek dat hem aandacht gaf. Het publiek dat hem alleen als een beest wil zien.

Als bokser kreeg hij de aandacht die hij als kind nooit kende. Wat moet Tyson wanneer hij niet meer bokst? Wie vangt hem op als hij gek is geworden en wéér wordt weggestopt in een cel? Wie geeft hem nog aandacht als hij geen mensen meer op zijn gezicht slaat?

    • Guus van Holland