Doodstraffen in Iran na onlusten

Een Iraans revolutionair tribunaal heeft vier mensen ter dood veroordeeld voor hun aandeel in zesdaagse betogingen en onlusten in Teheran in juli. Dat heeft rechter Gholamhossein Rahbarpour, hoofd van de islamitische revolutionaire rechtbanken in Iran, gisteren onthuld in een vraaggesprek met de conservatieve krant Jomhouri Eslami. Hij zei dat het Hooggerechtshof al twee van de doodvonnissen heeft bevestigd.

Tegelijk suggereerde hij dat nog meer doodvonnissen kunnen worden uitgesproken. ,,Er zijn andere dossiers met zware straffen in onderzoek'', zei hij. Onmiddellijk na de onlusten brandmerkte de zeer conservatieve hojatoleslam Hassan Rowhani, secretaris van de Nationale Veiligheidsraad, sommige betrokkenen als mohareb (zij die tegen God strijden) en mofsed (zij die corruptie op aarde verspreiden). Daarop staat de doodstraf.

Rahbarpour zei dat tijdens en na de onlusten van juli 1.500 mensen waren opgepakt. Van hen waren er 500 min of meer onmiddellijk weer vrijgelaten. Van de resterende 1.000, wier zaken in handen van de revolutionaire tribunalen - die oorspronkelijk waren bedoeld om medewerkers met het regime van de sjah te straffen – waren gegeven, is een aantal op borgtocht vrijgelaten. Twintig zijn vrijgesproken; 45 zijn veroordeeld tot boetes en gevangenisstraffen.

Na de onlusten, die werden ontketend door een gewelddadige inval van de politie in een studentenpension, meenden zowel pro-democratische krachten achter president Khatami als conservatieven dat agitatoren van buitenaf een rol hadden gespeeld. Maar volgens de eersten ging het om conservatieve onruststokers, terwijl de laatsten spraken van ingrijpen door Amerikaanse en Israelische geheime diensten. (Reuters, AFP)