Criteria voor kunstaankopen van musea zijn onwerkbaar

Vandaag verschijnt `Recent verworven', een publicatie waarin de Mondriaan- stichting een overzicht geeft van de aankopen die musea met haar steun hebben gedaan. De stichting wil dit aankoopbeleid ter discussie stellen, maar houdt haar eigen functioneren buiten schot.

De Nederlandse musea voor moderne kunst hebben een gebrek aan `esprit' en `intellectuele nieuwsgierigheid'. Ze onderkennen het belang van specialisatie onvoldoende en ze besteden `opmerkelijk weinig aandacht' aan het verband tussen de Nederlandse en de internationale kunst. Al deze kwalificaties zijn te lezen in het boek Recent verworven, Visies en aankopen van 19 musea voor moderne kunst, dat vandaag wordt gepresenteerd. Ze zijn opmerkelijk, want ze worden gebezigd namens de Mondriaanstichting, die sinds vijf jaar diverse fondsen voor beeldende kunst en vormgeving beheert. Die stichting vindt nu na vijf jaar dat het museumbeleid in Nederland anders kan.

Recent verworven geeft in de eerste plaats een overzicht van de resultaten van drie van Mondriaanstichting-regelingen: de Museale aankoopregelingen A, B en C. De meeste aandacht gaat daarbij uit naar Regeling A, die musea geld geeft voor het aankopen van twintigste-eeuwse Nederlandse kunst. Om die steun te krijgen, moeten ze echter eerst een `collectieplan' indienen, waarin ze aangeven wat ze willen aankopen en vooral waarom. Die plannen worden vervolgens door een commissie beoordeeld. Daarbij wordt een aantal nogal algemene criteria gehanteerd, geformuleerd door de Stichting. De belangrijkste hiervan is dat de aankopen moeten bijdragen aan de `kwaliteit en samenhang van de Collectie Nederland' - een omstreden (want vaag) begrip waarmee het totaal van (kunst)voorwerpen in Nederlandse openbare collecties wordt bedoeld. Wanneer een museum niet aan deze criteria voldoet, krijgt het minder geld uit Regeling A.

Het belang van de Regeling A valt af te lezen uit het feit dat er aan de hand van de beoordelingen de afgelopen jaren een museumhitparade opgesteld kon worden waaruit viel op te maken welke musea het meest bij de Stichting in de gratie waren. Over de periode 97/98 stond het Stedelijk Museum in Amsterdam op de eerste plaats met een bedrag van 450.000 gulden, gevolgd door Museum Boijmans van Beuningen, Museum Kröller-Müller, het Centraal Museum Utrecht en het Van Abbe Museum in Eindhoven met elk 400.000 gulden. Ambitieuze en gerenommeerde musea als het Bonnefantenmuseum in Maastricht of het Haags Gemeentemuseum voldeden blijkbaar niet aan de criteria van de stichting en kregen `straf': niet meer dan respectievelijk 250.000 en 100.000 gulden per jaar.

Deze musea waren dan ook de eerste om tegen de methoden en criteria van de Stichting te protesteren. En helemaal ongelijk hadden ze niet, blijkt uit Recent verworven, en dan vooral uit de artikelen van negentien museumdirecteuren, die op verzoek van de Mondriaanstichting in het boek hun eigen beleid karakteriseerden. Dat blijkt niet mee te vallen: de meeste museumdirecteuren kopen wat zij en hun staf intuïtief belangrijk vinden - aankoopbeslissingen worden meestal genomen op basis van de bestaande collectie, gevoel en persoonlijke smaak. Wie met dergelijke criteria werkt, krijgt het moeilijk als hij moet uitleggen hoe hij de identiteit van zijn museum definieert in het kader van de Collectie Nederland. Want in hoeverre verschilt jouw museum van al die anderen? Dit dilemma levert in Recent verworven een opvallende hoeveelheid komisch spagaat-proza op: de meeste directeuren willen enerzijds duidelijk te maken dat hun vrijheid hen aan het hart gaat, anderzijds proberen ze zich ten behoeve van het geld toch maar een identiteit aan te meten.

Hoe lastig dat is blijkt uit een lijst achterin Recent verworven, waarin wordt opgesomd welke werken met behulp van Regeling A zijn aangeschaft en waaruit dus is af te lezen welke kunstenaar op dit moment bij musea het populairst zijn. Koploper is Armando die, hoewel er onlangs een heel museum aan hem werd gewijd, ook nog door vier verschillende musea werd aangekocht. Bijna even populair zijn Karel Appel, Marlene Dumas, Ger van Elk, Frank van Hemert, Hans van Hoek, Rob van Koningsbrugge, Mark Mulders, Marien Schouten en JCJ Vanderheyden, wier werk met behulp van de regeling door drie verschillende musea werd verworven.

Deze opsomming geeft echter al aan dat het identeitsprobleem nauwelijks de musea te verwijten valt: in een klein land als Nederland is het onbegonnen werk om van negentien musea voor moderne kunst (en er zijn er nog veel meer) te verwachten dat ze zich allemaal een andere identiteit aanmeten. Daarvoor zijn er eenvoudigweg te weinig belangrijke kunstenaars in Nederland, met een eigen identiteit en invloed en dus komen de musea telkens bij dezelfde namen uit. Zo blijkt uit Recent verworven bijvoorbeeld dat maar liefst drie musea Theo van Doesburg tot belangrijk voor hun collectie bestempelen: het Centraal Museum in Utrecht omdat hij onmisbaar is voor hun Stijl-collectie, Het Fries Museum in Leeuwarden omdat hij diverse Friese kunstenaars heeft beïnvloed en De Lakenhal in Leiden omdat hij in die stad heeft gewoond.

Door zulke ongerijmdheden is Recent Verworven een intrigerend voorbeeld van de manier waarop de ambtelijke theorie stuit op de weerbarstige werkelijkheid. Daar komt nog bij dat de Mondriaanstichting nooit volmondig heeft willen toegeven dat ze het beleid van musea wil sturen, maar dat ondertussen wel doet door musea met geld te prijzen of te straffen of door voorgestelde aankopen af te wijzen. Tegelijkertijd durft de Stichting geen duidelijke keuzes te maken, zoals in het geval Van Doesburg, en laat ze de musea maar wat aanmodderen.

In Recent verworven wordt zowel door Rudi Fuchs van het Stedelijk Museum in Amsterdam als door Carin Reinders van het Textielmuseum in Tilburg over het beleid van de Mondriaanstichting geklaagd. Beiden verwijten ze de Stichting dat die zich met hun beleid bemoeit, door voorgestelde aankopen om onduidelijke redenen niet te steunen. Op grond van Recent verworven lijken hun verwijten terecht. De Mondriaanstichting probeert beleid te maken zonder werkbare criteria te formuleren, ze wil sturen zonder aan het stuur te gaan zitten. Dat Recent verworven een halfslachtig boek is, is dan ook de perfecte weergave van de situatie.

Recent Verworven. Visies en aankopen van 19 musea voor moderne kunst. Uitg. Mondriaanstichting/Nai uitgevers. 336 blz.