Bengaal moet terug, maar hoe?

Justitie moet op last van de rechter een uitgezette asielzoeker uit Bangladesh terughalen, maar Buitenlandse Zaken zegt niet te kunnen meewerken.

De druk op staatsecretaris Cohen (Justitie) om uitgeprocedeerde asielzoekers het land uit te zetten neemt toe. Maar de uitzettingen gaan niet altijd foutloos. En de fouten zijn soms moeilijk te herstellen. Niet alle overheidsinstellingen kunnen of willen aan herstel meewerken.

Een uitzonderlijk voorbeeld vormen de lotgevallen van Jalal Uddin Gazi, een 48-jarige Bengaal die ruim twee jaar geleden zijn toevlucht tot Nederland zocht, maar die halverwege zijn asielprocedure door justitie zonder pardon op het vliegtuig naar Bangladesh werd uitgezet. Hij leeft daar nu ondergedoken bij vrienden. Hij vreest voor een levenslange gevangenisstraf of de doodstraf, zegt zijn Nederlandse advocaat.

Jalal Uddin Gazi heeft in april 1997 asiel aangevraagd. Hij zou in eigen land worden vervolgd wegens deelname aan gewelddadige politieke manifestaties. Het proces tegen hem zou een puur politieke aangelegenheid zijn. Hij zou dan ook recht hebben op politiek asiel, aldus zijn redenering in de asielprocedure.

De Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) van justitie besliste echter anders. Gazi kon te weinig bewijzen overleggen en kreeg geen status. De beroepsprocedure van zijn toenmalige advocaat veranderde daar niets aan. Gazi verhuisde in de loop van 1998 naar Ter Apel ter voorbereiding op zijn terugreis naar Bangladesh.

De nieuwe advocaat die de Bengaalse asielzoeker inmiddels in de arm had genomen, had intussen nieuw bewijsmateriaal weten te verzamelen voor een nieuwe asielaanvraag. Die diende hij begin dit jaar in. Op de dag dat de IND ook het tweede asielverzoek afwees (18 februari), zette justitie Gazi op een vliegtuig naar Dhaka, ondanks eerdere toezeggingen van de IND aan de rechter dat de Bengaal zijn beroep tegen de tweede afwijzing in Nederland mocht afwachten.

De rechter, die een paar weken later op verzoek de advocaat van Gazi uitspraak deed over de uitzetting, was zeer kritisch over de Nederlandse autoriteiten. Justitie had ,,in strijd met de zorgvuldigheid en fair play'' gehandeld. En de rechter gelastte Justitie om Jalal Uddin Gazi ,,op kosten van de Nederlandse Staat naar Nederland terug te geleiden'' en niet weer uit Nederland te verwijderen totdat de asielprocedure volledig is afgerond.

Het was een ongebruikelijk vonnis. omdat het voor zover bekend nog maar een paar keer eerder is voorgekomen dat de rechter de staatssecretaris verplicht uitgezette vreemdelingen naar Nederland terug te halen.

Michael van Basten Batenburg, de advocaat van Gazi, ging er na het vonnis vanuit dat zijn cliënt snel naar Nederland zou worden teruggevlogen. En dat hij daar zelf niets voor hoefde te doen. Niets bleek minder waar. De raadsman heeft naar eigen zeggen hemel en aarde moeten bewegen om Justitie in actie te krijgen, overigens zonder het beoogde resultaat. Jalal Uddin Gazi zit een half jaar na het vonnis nog steeds ondergedoken bij vrienden in Bangladesh.

Probleem voor Justitie is dat het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt niet te kunnen meewerken. De Nederlandse ambassade in Dhaka zegt namelijk Gazi niet de benodigde uitreispapieren (een laissez passer) te mogen verschaffen zolang hij niet over een eigen Bengaals paspoort beschikt. Dat is wettelijk zo geregeld. Een zegsman van Buitenlandse Zaken: ,,Nederland zou het ook niet zo apreciëren als bij voorbeeld de Franse ambassade een laissez passer verschaft aan een Nederlander zonder geldige papieren die hier gezocht wordt voor belastingschuld''.

Zolang Gazi zich in Bangladesh bevindt ,,is zijn terugreis dus niet te regelen'', schrijf staatsecretaris Cohen op 31 augustus aan Van Basten Batenburg. Maar, zo vervolgt Cohen, mocht Gazi de mogelijkheid hebben zich te melden bij een Nederlandse ambassade buiten Bangladesh, dan kan BZ hem wel naar Nederland helpen terugreizen.

,,Het staat voorop dat ik uitvoering wil geven aan rechterlijke uitspraken'', aldus Cohen aan Van Basten Batenburg. ,,In het licht van het voorgaande en de omstandigheden die buiten mijn invloedssfeer liggen, ben ik evenwel niet in de positie zulks te doen.''

Een woordvoerder van Justitie liet gisteren weten dat de IND nog steeds met Buitenlandse Zaken in gesprek is ,,om tot een oplossing te komen''. Want ,,we moeten natuurlijk voldoen aan dat wat de rechter zegt''. Een woordvoerder van Buitenlandse Zaken benadrukt dat die oplossing van de IND moet komen.

Voor Van Basten Batenburg ligt een oplossing voor de hand. ,,Laat Buitenlandse Zaken in Bangladesh mijn cliënt in een CD-auto zetten en naar de Nederlandse ambassade in India rijdenen voor een een laissez passer en een ticket naar Nederland. Dat is de Nederlandse overheid verplicht aan het vonnis van de rechter''.

Dat dit niet al lang is gebeurd, wijt Van Basten Batenburg vooral aan `laksheid' en `tegenwerking' aan de kant van de Nederlandse ambassade in Dhaka. Hij heeft inmiddels een kort geding aangespannen om de Nederlandse overheid tot een doorbraak in de impasse te forceren.

Van Basten Batenburg eist namens de in Bangladesh ondergedoken asielzoeker dat de Nederlandse Staat zijn cliënt binnen een week naar Nederland geleidt, op straffe van een dwangson van 10.000 gulden voor iedere dag dat hij langer in Bangladesh moet blijven wachten.