Zinloos bewustzijn

We denken meestal dat ons gedrag een gevolg is van ons bewuste denken. Maar het bewustzijn kan even goed een machteloos bijverschijnsel zijn van onbewuste neurologische processen. Wordt de mens door zijn eigen brein gefopt?

Denkprocessen kunnen door een computersysteem in `gewone' computerdata wordt omgezet. Een voorbeeld hiervan is het onlangs uitgevoerde experiment, waarbij ratten door `denkkracht' water uit een via elektroden met hun brein verbonden kraan wisten te krijgen. Ook is men er onlangs in geslaagd een computersysteem te ontwerpen, waarmee volledig verlamde mensen via hun hersengolven op het beeldscherm een cursor kunnen laten bewegen. Wie weet kunnen we over enige tijd ook het licht aan en de gordijnen dicht denken.

Achter dit alles schuilt een belangrijke filosofische en wetenschappelijk vraag. Wat veroorzaakt nu eigenlijk wat? Verplaatst de cursor zich als gevòlg van ons bewuste denken? In dat geval is er een causale relatie tussen ons bewuste denken en de bewegende cursor. Of beweegt de cursor als gevolg van neurale processen en is ons bewuste denken slechts een begeleidend – epifenomenaal – verschijnsel? In het laatste geval veroorzaakt wat we als denken ervaren niets. Ons bewuste denken is dan `causaal impotent', zoals het wel wordt genoemd.

Dat het antwoord op deze vraag zich zo moeilijk laat geven, komt onder meer doordat hetgeen we ons realiseren altijd lijkt verbonden met wat we doen (of juist laten). Als we ons bijvoorbeeld voornemen een stukje te gaan wandelen, dan is het alsof we een stukje gaan lopen omdàt we een frisse neus willen halen. De reden die we voor onze actie opvoeren lijkt oorzakelijk verbonden met de actie, in dit geval een stukje lopen.

Het is evenwel mogelijk dat onze hersenen dat `besluit' al hebben genomen, en dat het opgevoerde motief – de reden die we bewust ervaren – ook weer slechts een begeleidend verschijnsel is. Hoewel we het tegenovergestelde ervaren (ik kan denken en doen wat ik wil), is het dus heel goed mogelijk dat ons gedrag wordt veroorzaakt door al dan niet ingewikkelde stimulus/responsketens, en doet onze `geest' er in feite niet toe. Eind vorige eeuw verwoordde wetenschapper/publicist Thomas Huxley de kwestie aldus: `Het komt me voor dat er geen enkel bewijs is dat bij mens of dier enigerlei bewustzijnstoestand een verandering kan veroorzaken in de beweging van de materie van het organisme. Daaruit volgt dat onze psychische toestanden eenvoudig symbolen in het bewustzijn zijn van veranderingen die zich automatisch in het organisme voltrekken (...) Wij zijn bewuste automaten.' Deze uitspraak mag dan meer dan een eeuw geleden zijn gedaan, het idee van de `bewuste automaat' heeft nog steeds niet aan actualiteit ingeboet.

``Dat is absoluut het geval'', zegt de Amsterdamse experimenteel bio-psycholoog dr. B. Bermond. ``En ik denk niet dat het raadsel snel zal worden opgelost. Een van de problemen is bijvoorbeeld dat ons bewustzijn geen toegang heeft tot de neurale verwerkingsmodules in de hersenen; slechts de 'eindconclusies' van die modules kunnen ons bewustzijn bereiken. Een probleem is voorts dat veel mensen het onaangenaam zal treffen als zou blijken dat we inderdaad `bewuste automaten' zijn; het zou ons zelfbeeld danig verstoren. Niettemin is het evident dat we de meeste beslissingen in ons dagelijks leven onbewust nemen. Vaak handelen we dus wel degelijk als een automaat.''

EXPERIMENT

Bermond ontleent zijn standpunt onder meer aan de experimenten van de Engelse neurochirurg W. Grey Walter, die in 1963 heeft weten aan te tonen dat handelingen die uit onze `wil' lijken voort te komen, in tijd achterlopen op de `neurale beslissingen'. Het experiment bestond eruit dat bij een aantal proefpersonen elektroden verbonden waren aan de premotorische cortex, welke elektroden weer met een computer waren verbonden. Vervolgens werd de patiënten gevraagd om naar een serie dia's te kijken. Als het beeld hen verveelde konden ze, door op een knop te drukken, een volgend beeld kiezen. Wat gebeurde? Telkens als een proefpersoon net van plàn was een nieuw beeld te kiezen, wàs dat nieuwe beeld er al. De knop waarop de proefpersonen moesten drukken, was namelijk nergens mee verbonden. Het nieuwe beeld werd in werkelijkheid `veroorzaakt' door een signaal uit het brein, het zogeheten `bereidheidspotentiaal' en dat trad eerder op dan het door de proefpersonen ervaren wilsbesluit.

Een ander, veelvuldig geciteerd experiment is dat van Benjamin Libet uit de jaren tachtig. Deze onderzoeker verzocht proefpersonen een van hun vingers te bewegen. Er werden verschillende tijden gemeten: het tijdstip waarop de proefpersonen hun vrije wilsbesluit ervoeren en het tijdstip waarop het bereidheidspotentiaal werd geregistreerd. Het tijdsverschil was 350 ms, `ten gunste' van het bereidheidspotentiaal. Dit tijdsverschil kan bovendien niet worden verklaard door de weg die het neurale signaal heeft af te leggen naar de spieren.

Bermond: ``Voor veel mensen zijn dit nogal onthutsende experimenten, want ze tonen aan dat het bewustzijn achter de feiten aanhobbelt: de meeste `beslissingen' vinden plaats op neuraal niveau, pas daarná verschijnen ze in het bewustzijn.''

In de dagelijkse praktijk merken we weinig van die vertraging, zegt Bermond. ``Omdat het brein, zo meent Libet, de bewustwording van een externe stimulus antedateert met de tijd die nodig was om het in het bewustzijn te krijgen. Laat ik een voorbeeld van Libet geven. Stel: je prikkelt bij een proefpersoon de somato-sensorische schors, hetgeen bij hem een ervaring in de rechterknie teweeg zal brengen. Tijdens de prikkeling raak je echter ook daadwerkelijk zijn linkerknie aan. De proefpersoon zal deze aanraking dan éérder voelen dan die in zijn rechterknie, die door de neurale prikkeling tot stand komt. Maar eigenlijk kan dat niet, want de tijdsspanne tussen de aanraking van de linkerknie en de ervaring ervan zou groter moeten zijn dan de tijdsspanne tussen prikkeling van de schors en ervaring. Vandaar dat Libet veronderstelt dat het brein bij externe stimuli iets aan de tijdsvolgorde verandert, waarin de zaken plaatsvinden.''

De Finse onderzoeker Naätänen kon Libet niet geloven. Hij heeft Libets onderzoek gerepliceerd en tot zijn verbazing kreeg hij dezelfde resultaten. Wordt de mens dus door zijn eigen brein gefopt? Bermond: ``Zo zou je het kunnen stellen. Overigens heeft Libet ook experimenten gedaan, waarbij het erop leek dat het bewustzijn op het allerlaatste moment nog een soort `veto' over de beslissingen van het brein uitsprak, waaruit hij concludeerde dat het bewustzijn alsnog de motorische respons kon blokkeren. Libets conclusie veroorzaakt echter een logisch probleem, want waarom geldt voor die laatste 200 milliseconden ineens een ander type neurale beslissingen dan het type dat in de eerste 350 ms heeft plaatsgevonden, en waarbij het bewustzijn het nakijken had? Je kunt er wel een béétje uitkomen, maar dan moet je allerlei aannames maken over het bewustzijn. Zo kun je stellen dat het bewustzijn een evolutionair nieuw neuraal proces is, dus hebben onze gedachten die eruit voortkomen een neuraal substraat en het daaruit voortvloeiende signaal zou dan de motoriek kunnen blokkeren. Maar ja, dan zit je weer met het probleem van de tussenkomst van gedachten, waaraan je dan een soort intermediërende functie zou moeten toeschrijven. Je stuit voortdurend op een logisch probleem.''

HUIDREACTIE

Ook een in 1997 gehouden experiment door Bechara en Damasio wijst volgens Bermond op de nogal beperkte inbreng van het bewustzijn. Proefpersonen kregen vier stapeltjes kaarten voor zich, waaraan bepaalde voor- en nadelen waren verbonden. In de loop van het spel veranderde de situatie echter, zodat nadelen voordelen werden en vice versa. De proefpersonen, van wie de galvanische huidreactie werd gemeten, als indicatie voor emotionele reacties die niet in het bewustzijn verschijnen, was niets over de structuur van het spel verteld. Nadat de proefpersonen een aantal keren een strafkaart van een van de stapeltjes genomen hadden, vertoonden ze bij een intentiebeweging richting de stapeltjes kaarten een huidweerstandrespons en corrigeerden in reactie op dit emotionele somatisch signaal hun gedrag ten goede. Zij begrepen de regels echter pas veel later, terwijl er ook bij waren die de regels helemaal niet hadden doorgrond. Met andere woorden: de analyses die door de proefpersonen waren gemaakt om het gedrag op de juiste manier aan te passen, hadden zich onbewust voltrokken.

Van belang is ook dat we in situaties waarin we volkomen onbewust handelen vaak achteràf redenen en motieven voor ons gedrag bedenken. Bermond: ``Dat is heel grappig, ja. We vertellen soms hele verhalen over waarom we iets hebben gedaan. Kennelijk houdt het brein niet van losse eindjes en beginnen we spontaan te confabuleren. Een aardig voorbeeld hiervan is het experiment waarbij aan mensen onder hypnose werd gevraagd om 's morgens na het wakker worden het raam open te zetten, wat ze prompt deden. Als hun op dat moment werd gevraagd waarom ze het raam openzetten, antwoordden ze dat `het zo benauwd was'. Er doen zich kennelijk tal van situaties voor, waarin we er in feite maar wat op los kletsen.''

Bermond betoogde al in zijn artikel `Consiousness or the art of foul play' (Journal of Agricultural and Environmental Ethics, 1998) dat bewuste reflectie dient om een bewuste keuze te maken uit onbewust geproduceerde gedragsalternatieven, vooral op de langere termijn. Bermond: ``Dat is wat ik denk, ja. Hieraan ligt de hypothese ten grondslag dat gedurende de evolutie nieuwe hersenstructuren de oude structuren niet hebben verdrongen. De nieuwe zijn er als het ware opgezet. Die nieuwe structuren kunnen echter alleen een functie hebben als ze de oude structuren in hun onmiddellijke activiteit kunnen remmen. Op die manier kan er tijd worden gecreëerd voor een her-evaluatie op een hoger cognitief niveau. Er zijn trouwens ook aanwijzingen dat bij stress het omgekeerde gebeurt: dan worden de oudere structuren juist actiever en wordt het gedrag daardoor machinaler. Los hiervan zie je dat de combinatie zelfbewustzijn en inzicht in de sociale situatie het organisme in staat stelt het gedrag van anderen te schatten en dus ook te manipuleren. Zoals de filosoof Daniel Dennett stelt heeft het manipuleren van anderen grote evolutionaire waarde. Uiteindelijk denk ik dus dat bewustzijn wel degelijk ìets kan veroorzaken, wat dat bewustzijn ook moge zijn.''

HOMUNCULUS

Op de vraag of mentale veroorzaking mogelijk is, zijn verschillende antwoorden mogelijk, zegt op zijn beurt de Utrechtse neuropsycholoog prof.dr. E. de Haan, maar geen van alle zijn wetenschappelijk te onderbouwen. ``Een van de gedachten die de tand des tijds aardig hebben doorstaan, is dat het bewustzijn het eindresultaat is van een selectieproces op een lager neuraal niveau waardoor het líjkt dat je zelf iets bedenkt. Je zou het een soort onbewust fysiologisch gevecht voor de `survival of the fittest' kunnen noemen, dat bijvoorbeeld leidt tot de selectie van een bepaald woord met de beste `fit'. Dìt woord verschijnt tenslotte in het bewustzijn. Dat betekent dat de woorden die we uitspreken automatisch worden gegenereerd; ze staan niet onder controle van ons bewustzijn. Overigens is dit idee al in de vorige eeuw gelanceerd door de Brits neuroloog Hughlings Jackson.''

Dat wijst op breinmechanismen die een darwinistisch scenario volgen. Maar zou dit dan ook niet kunnen gelden voor de totstandkoming van ons gedrag? Dan kun je het bewustzijn er gewoon buiten laten, net zoals je God buiten de evolutie laat, omdat je het proces in zijn eigen termen kunt beschrijven. De Haan: ``Het naïeve idee dat er een homunculus of een Designer in ons brein zit die ons gedrag `ontwerpt', maar die in zijn eigen brein dan ook weer een Designer moet hebben zitten, van dat idee zijn we al weer een tijdje af. De vraag is dan vervolgens of je een theoretisch model kunt verzinnen dat ook ons bewustzijn buiten het verhaal houdt, maar waarbij we ons niettemin gedragen zoals we ons gedragen. Welnu, zo'n theoretisch model is de Turingmachine: je bouwt een robot die zich menselijk gedraagt. Op een gegeven moment echter zal je constateren dat hij, in zijn rol als mens, iets niet helemaal correct doet. Op dat punt breng je dan een verbetering aan. Uiteindelijk zal je bij een machine uitkomen, die zich op geen enkele manier meer van de mens onderscheidt. Nu gaat het hier om een door mensen gebouwde machine. Maar dat bouwen kun je natuurlijk ook aan het Darwinistische proces van mutatie en selectie overlaten, in dat geval zijn wíj dan die Turingmachines.''

Het probleem is echter, aldus De Haan, ``dat het idee van de `bewuste automaat' een geweldige weerstand oproept, met name bij gelovigen. Dus wordt er van alles bedacht om ons géén Turingmachine te laten zijn. Zo wordt er verondersteld dat we ons bewustzijn misschien voor langere-termijnplanningen gebruiken. Dat is natuurlijk niet onmogelijk, maar hoe kom je erachter dat dit ook werkelijk het geval is? Het problematische hierbij is bovendien dat als het gedrag op de langere termijn kan worden gepland, het tamelijk raadselachtig is waarom dit niet op de korte termijn lukt. Tot nu toe is in ieder geval gebleken dat theorieën die reppen van de mogelijkheid van `wilsbesturing' altijd weer door de mand vallen. Telkens weer blijkt die wilsbesturing niet nodig, om de totstandkoming van ons gedrag te kunnen verklaren.''

Mogelijk is de huidige speurtocht naar de causale rol van het bewustzijn zinloos, omdat we verkeerd zoeken. Het lijkt De Haan dan ook zeker mogelijk dat het bewustzijn heel anders is opgebouwd dan we altijd hebben gedacht. ``Een aanwijzing hiervoor is anosognosie, een klinisch fenomeen waarbij objectief aanwezig stoornissen door de patiënt worden ontkend. Hij kan in alle ernst beweren dat zijn totaal verlamde arm prima functioneert. Dit wijst erop dat een `stukje' bewustzijn kan uitvallen. Dit betekent dat we het voor mogelijk moeten houden dat het bewustzijn `gedeeld' is, dat wil zeggen dat het uit allerlei onderdelen bestaat, die stuk voor stuk een eigen gebied bestrijken. `Het' bewustzijn' bestaat dus wellicht uit meer bewustzijnen. Je moet er daarom serieus rekening mee houden dat de vraag of bewustzijn en gedrag iets met elkaar te maken hebben, misschien wel nooit definitief zal worden beantwoord.''

DUALISME

Ook de Maastrichtse rechtspyscholoog prof.dr. H. Crombag gelooft niet dat het raadsel van mentale veroorzaking snel zal worden opgelost. Een van de problemen die hij hierbij signaleert, is dat we niet anders over de kwestie kùnnen nadenken dan in dualistische termen. ``Er wordt tegenwoordig vaak gesteld dat het Cartesiaanse onderscheid tussen lichaam en geest een gedateerd onderscheid is. Maar ik heb er nog nooit iemand op een overtuigende manier in andere termen over horen spreken. Zelfs als we trachten er zo objectief mogelijk over te spreken door begrippen te gebruiken als mentale en neurale processen, dan is ook dat een uitdrukking van het dualisme. En dat kan ook niet anders: we líjken nu eenmaal een geest te hebben die ons lichaam bestuurt.''

Crombach ziet weinig in de meer `holistische' visie, volgens welke mentale processen een `natuurlijk' aspect vormen van sommige levende materie, waardoor deze processen niet tot iets anders kunnen worden herleid. ``Het klinkt aardig, maar ook dit is in wezen een dualistische manier van denken: je hebt levende èn je hebt dode materie. Terwijl dat onderscheid in werkelijkheid helemaal niet zó duidelijk is. De holistische visie verheldert ook niets. Het leidt alleen maar tot vaagheden, in de trant van `de dichter die er meer van begrijpt dan de wetenschapper'.''

Wat is dan wel de kern van het probleem van mentale veroorzaking? Crombach: ``Ik zou zeggen dat je de totstandkoming van gedrag natuurwetenschappelijk dient te verklaren. Haal je daar nu mentale veroorzaking bij, dan lukt dat niet zo goed meer. Mentale processen worden immers door de hersenen veroorzaakt. Zeg je nu dat die mentale processen ook op zichzelf iets kunnen veroorzaken, dan beschouw je mentale processen dus als een op zichzelf staande entiteit. In feite introduceer je daarmee dan toch weer een geest à la Descartes. Maar zelfs als we ervan uitgaan dat mentale veroorzaking mogelijk is, dan is weer níet duidelijk op welke momenten het mogelijk is. Als we `iets willen' als een mentaal proces beschouwen dat effecten op ons gedrag heeft, waardoor lukt dat dan wel in het ene maar niet in het andere geval? Zo zijn er mensen met een hersenbeschadiging, waardoor ze tijdens het lopen heel hard stampen. Vraag je zo iemand nu waaròm hij stampt, dan kan hij alleen maar zeggen dat hij het niet kan laten, want er dringen uit dat beschadigde deel van zijn brein geen signalen door in zijn bewustzijn; hij kan er niet over rapporteren. En hij heeft er ook niets over te zeggen: hij kan nog zo graag willen ophouden met stampen, het lukt hem niet.''

EEN SOORT GEVECHT

Crombach is er altijd van overtuigd geweest dat mentale veroorzaking een onmogelijkheid is. Maar tegenwoordig denkt hij er íets anders over. Crombach: ``In de loop van de evolutie heeft de mens een eigenschap ontwikkeld die we bewustzijn noemen. Wat ik nu denk, is dat wij als soort aan het proberen zijn ons gedrag steeds meer onder controle van dat bewustzijn te brengen. Het is een soort gevecht. Voor een heel klein deel zijn we daarin inmiddels misschíen geslaagd, maar meestal lukt het nog niet zo goed. Maar probleem blijft wel dat gedrag er heel intelligent en doelbewust kan uitzien, terwijl het in werkelijkheid volkomen automatisch verloopt. Een befaamd voorbeeld in de literatuur is het geval van de graafwesp, die, nadat hij wat voer op de drempel van zijn nest heeft gelegd, naar binnen gaat om het uitgebreid te inspecteren. Dat ziet er heel slim uit. Verplaats je dat brokje voer echter, dan legt de wesp het weer terug en gaat wederom het nest inspecteren. Weer verplaats je het brokje, weer volgt een inspectie, etcetera. Het gedrag van het beestje blijkt volkomen mechanisch te verlopen. Kijk ook naar het gedrag van een hond: hij doet niet zomaar wat. Toch schrijven we zijn gedrag niet aan bewustzijn toe. Welnu, als dat zo is, waarom zouden wij mensen dan niet ook intelligent gedrag kunnen vertonen zonder dat daar bewustzijn voor nodig is?''

Is het veroorzakend bewustzijn dus een illusie? Crombach: ``Misschien. Aan de andere kant kun je je natuurlijk weer afvragen waarom we die illusie hebben. Ik bedoel: het is eigenlijk heel gek dat de natuur in illusies àls illusies voorziet. Enfin, het is een beetje dit type vragen, waardoor ik een veroorzakend bewustzijn uiteindelijk toch als een reële mogelijkheid zie. Al heb ik daar, goed beschouwd, weinig redenen voor.''