VROUWELIJKE GUPPEN BEÏNVLOEDEN MANLIJKE PAARSTRATEGIE

Het is al enige jaren een thema binnen gedragsonderzoek bij dieren: de rol van het vrouwelijke dier is onderbelicht gebleven doordat onderzoek tot in het nabije verleden vooral door mannen werd gedaan. Die hadden de neiging hun seksegenoten binnen andere soorten meer initiatief en sociale invloed toe te kennen dan naar moderne politiek-correcte normen gerechtvaardigd is. Om die misstand te verhelpen wordt nu verhoudingsgewijs veel onderzoek gedaan naar de rol van het vrouwelijke dier, van hoog tot laag in het dierenrijk. Zoals bij de gup (Poecilia reticulata), het bekende levendbarende aquariumvisje dat bij gerichte fok vaak met een overdreven sluierstaart wordt opgezadeld. In hoeverre worden mannelijke paarstrategieën in feite door de vrouwtjes bepaald?

Een wetenschappelijk vastgelegd verschijnsel dat zich voor zulk onderzoek leent is ook de beginnende aquariumliefhebber bekend, die per ongeluk guppen samen houdt met imponerende vissoorten – of zelfs waterschildpadden – die de kleurige visjes de stuipen op het lijf jagen. In zulke situaties verdwijnt de verfijning in het seksuele gedrag van de gup. Ook wetenschappelijke onderzoekers hebben in het verleden vastgesteld dat bij verhoogd risico van predatie, mannelijke guppies hun gedrag veranderen: van de gebruikelijke, mooi geritualiseerde hofmakerij, waarbij ze het vrouwtje gaandeweg voor zich winnen, naar geforceerde copulatie. In dat laatste geval gaat het om het onverhoeds en aanhoudend toesteken met het oprichtbare gonopodium, het mannelijke geslachtsdeeltje van de gup. Die verandering, zo werd aangenomen, leverde het fel gekleurde mannetje voordeel op: zijn intensieve hofmakerij vergrootte immers de kans dat het door roofdieren opgemerkt en aangevallen werd. Maar biologen van de Canadese Simon Fraser Universiteit in Burnaby stellen nu juist dat het grotere en langzamere vrouwtje dat in seksuele activiteit verwikkeld is, extra kwetsbaar – en aantrekkelijk – zou kunnen zijn voor een roofdier. Zij werpen een nieuwe hypothese op: vrouwtje in situaties met verhoogd risico zijn minder ontvankelijk voor mannelijke hofmakerij, en dat leidt ertoe dat mannetjes hun gedrag veranderen (Behavioral Ecology 10/4, blz. 452-461).

Zij stelden dit op de proef door de guppen zicht te geven op een bedreigende nabije vissoort in de vorm van een cichlide (Crenichla sp.), een stap die ook de beginnende vissenhouders vaak nemen. Ze verschaften of alleen de mannetjes of de vrouwtjes, of beide seksen tegelijk informatie over het verhoogde risico. En inderdaad: als alleen de vrouwtje op de hoogte waren van verhoogde dreiging, voerden de mannetjes minder hofmakerij-rituelen uit. De uitkomsten zijn echter gemengd. Want ook mannelijke guppen schroeven, als alleen zij weet hebben van de aanwezigheid van een bedreigend roofdier, hun rituele seksuele activiteit zelfstandig terug.

Niettemin vinden de onderzoekers dat ze gelijk hebben gekregen: bij mannelijk paargedrag kan de vrouwelijke perceptie van predatierisico zeker zo belangrijk zijn als de mannelijke. Zij kiezen nadrukkelijk voor het vrouwelijke perspectief en de invloed daarvan op de mannetjes, en lijken te willen suggereren dat bij guppen de vrouwtjes de dienst uitmaken. Misschien volgt over enkele jaren weer een verwoede tegenbeweging.