Vloeken Steeds meer shit

Wordt er anno 1999 anders gevloekt dan pakweg honderd jaar geleden? Ja, dat is wel zeker. En wordt er ook méér gevloekt? Dat is zeer waarschijnlijk, want de opvallendste taalontwikkeling in de tweede helft van deze eeuw is dat we een stuk informeler zijn gaan praten.

Op het Journaal, ons nationale ijkpunt voor correct taalgebruik, hoor je woorden en uitdrukkingen die twintig of dertig jaar geleden ondenkbaar waren. Het is nu bijna niet meer voor te stellen dat Remco Campert in 1964 een rel veroorzaakte door op televisie het woord naaien te gebruiken. Een en ander leidde zelfs tot het ontslag van de regisseur. Overigens was deze terughoudendheid internationaal: in 1965 zette Kenneth Peacock Tynan Engeland op z'n kop door als eerste fuck op televisie te zeggen.

Vooral theologen hebben zich druk gemaakt om vloeken. Dat is logisch, want vloeken zijn vaak beledigend voor God en de Zijnen en vooral voor hun belangenbehartigers op aarde. Die belangenbehartigers hebben er de prachtigste pamfletten en tractaten over volgeschreven, met als een van de hoogtepunten een uitvoerige moraaltheologische discussie aan het begin van deze eeuw over de vraag of je met godverdomme nu God verdoemt (wat een doodzonde is) of jezelf (wat ook niet best is, maar geen doodzonde).

Men kwam indertijd, na uitvoerig onderzoek, tot de conclusie dat de meest gebruikte Nederlandse vloek niet godslasterlijk is, want de oorspronkelijke betekenis is `god verdoem mij'. Vorig jaar trok de Bond tegen het Vloeken dit echter weer in twijfel. De bond beschouwt `het gvd-woord' nog altijd als de meest verwerpelijke vloek, zelfs al zou je de Heer der heerscharen er niet direct kwaad mee wensen.

Het uitgebreidste vloekenonderzoek werd verricht door de Leidse hoogleraar P. van Sterkenburg. Hij presenteerde zijn gegevens in 1997 in een kloek boek, getiteld Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie. Van Sterkenburg laat zien dat de ontkerkelijking en liberalisering van de maatschappij niet zonder gevolgen zijn gebleven. Uit de duizenden enquêteformulieren die hij verwerkte, blijkt dat godverdomme forse concurrentie heeft gekregen van kut, shit en fuck. De grote verschuiving vond plaats in de jaren zestig. De scatologische vloek begon toen de religieuze vloek te verdringen. Anders gezegd: minder gegodver, meer seks, poep, pies en enge ziektes.

De taboewaarde van vloeken is sterk afhankelijk van leeftijd, geslacht en religieuze achtergrond. Van Sterkenburg: ,,Als vloek veroorzaakt kut een blikseminslag. De taboewaarde is zeker voor de oudere generatie zeer hoog. Het is vaak een substituut voor de religieuze blasfemie godverdomme. Bij de jeugd heeft het als stopwoord dezelfde betekenis als oeps.''

Vloeken kan de gemoederen hoog doen oplopen. Ondergetekende schreef eens een stukje in een taaltijdschrift over godverdegodver, een repeteervloek die populair is gemaakt door Jacobse & Van Es, de Haagse penose-typetjes van Van Kooten en De Bie. Dit leidde tot een flink aantal opzeggingen, allemaal uit gereformeerde delen van het land. Plus een dreiging aan de auteur: God zou niet onschuldig houden die zijn naam ijdellijk gebruikt en zou hem te zijner tijd flink straffen.