PIANOLES EN VIDEOSPELLETJES

De tweede tak van het Mozart-effect-onderzoek, naar het cognitieve effect van pianolessen, heeft tot nu toe weinig ophef veroorzaakt en ook nog weinig kritiek of herhalingsonderzoek van collega-onderzoekers opgeroepen. Dat is gemakkelijk te verklaren. Langdurig onderzoek onder grote groepen schoolkinderen is veel arbeidsintensiever dan het afnemen van korte testen bij studentenonderzoek. En voor wie een snelle weg naar een hoger IQ zoekt, zijn pianolessen ook nogal arbeidsintensief.

De resultaten van het eerste onderzoek naar pianoles aan kinderen door Rauscher en Shaw (Neurological research, februari 1997) verscheen onlangs een uitgebreider vervolg- en herhalingsonderzoek (Neurological Research, maart 1999) van Shaw en anderen. In totaal 136 kinderen uit vijf tweede klassen van een (kennelijk nogal grote) lagere school uit Los Angelos werden in drie groepen verdeeld. De ene groep kreeg vier maanden lang pianolessen èn les met een speciaal ontworpen wiskunde-videospel, de tweede groep kreeg ook les met dat wiskunde-spel, maar kreeg in plaats van pianoles Engelse les op een computer. De derde groep kreeg geen extra lessen. Na afloop van de lessen bleek de pianogroep het hoogst te scoren in ruimtelijk-inzicht-vragen. De Engels groep deed het significant minder goed, maar nog altijd bijna twee keer zo goed als de groep die geen enkele extra les kreeg. De effecten bleven tenminste zes dagen na afloop van de lessen meetbaar.

Het wiskundevideospel is geheel nonverbaal en oefent eerst met allerlei spelletjes het in gedachte manipuleren van vormen en beelden. Op een hoger level worden spelletjes gespeelt waarbij dit mentale manipulatie-vermogen wordt gebruikt om breuken en verhoudingen te leren. Het spel lijkt een groot succes te zijn. Hoewel breuken een gevreesd onderwerp zijn op school, zaten alle kinderen al na drie lessen op het tweede niveau van het spel. Daarvoor is een score van 320 punten nodig op een drietal testen in het spel. De meesten van een twaalftal universitaire natuurwetenschappers die het spel ook eens deden, kwamen op deze testen niet verder dan 200 punten.

Bij het gunstige effect van pianolessen speelt volgens Shaw c.s. een rol dat de duidelijke lineaire presentatie van de noten op het toetsenbord (van links naar rechts is van laag naar hoog) het ruimtelijk inzicht zou bevorderen. Verder zou pianospel, waarbij de (ritmische) coördinatie tussen linker- en rechterhand een belangrijke rol speelt, het gevoel voor symmetrie bevorderen.

Het ruimtelijk inzicht werd getest door zogenaamde knip- en vouwopgaven. Je krijgt een tekening van een gevouwen stuk papier te zien, waaruit een paar stukken geknipt zijn. Vervolgens moet je bedenken welke van de vijf gegeven uitgevouwen stukken papier de correcte is.