Paleizen die luchtkastelen bleven

Van zijn meesterwerk, de Bank of England, is niet veel meer over. Maar in de Royal Academy of Arts in Londen, waar vandaag een tentoonstelling over architect John Soane (1753-1837) opent, kun je op een projectiescherm een virtuele wandeling maken door dat gebouw.

Geef me drie dagen mist en ik verover Londen, het parlement én de Bank of England, zei Napoleon ooit. Het zou er niet van komen, al heeft het waarschijnlijk niet aan het heldere weer gelegen. De Engelsen namen het dreigement van een Franse invasie in elk geval wel serieus. Dat is nog goed te zien op een wandeling door de City, het oude stadshart van Londen en nu het financiële zenuwcentrum van Europa. De bank waar het goud en de zilverstaven lagen waarmee de Engelsen hun oorlog tegen de Fransen financierden is een vesting. `Fort Sterling', een compleet stratenblok, wordt aan vier zijden omsloten door muren van lichte natuursteen, met sierlijke zuilen en kapitelen, maar hoog, meters dik en zo goed als blind.

De Bank of England was het meesterstuk van Sir John Soane (1753-1837), de zoon van een metselaar die het bracht tot hoogleraar bouwkunde en hofarchitect van koning George III. Aan zijn werk wijdt de Royal Academy of Arts in Londen vanaf vandaag voor het eerst een grote overzichtstentoonstelling.

`Meester van ruimte en licht' is de ondertitel, maar licht en ruimte is niet de eerste associatie als je voor zijn gebouwen staat. Strenger dan zijn Bank of England zijn ze niet, maar frivool is anders.

De bakstenen Dulwich Picture Gallery (1811) in Zuid-Londen is een van de eerste Engelse kunstmusea, maar zonder de ballustradetjes op het dak had het ook een loods voor stoomlocomotieven kunnen zijn. Het door hem vanaf 1807 uitgebreide Royal Chelsea Hospital heeft alles weg van een kazerne en dat was het ook, want een tehuis voor gepensioneerde soldaten. En de meeste van de achttien villa's die hij vanaf 1792 ontwierp, onderstrepen met hun ionische zuilen, grijze hard- of kalkstenen muren en relatief kleine ramen status en macht van de opdrachtgever. Gastvrij ogen doen ze aan de buitenkant niet.

Maar ga dan binnen. In de Dulwich Picture Gallery bijvoorbeeld, en stel vast dat Soane's bovenlichten de zalen lichter en groter maken dan je van buiten voor mogelijk had gehouden. Dit is geen sombere loods maar een modern en functioneel museum.

Of bezoek de drie huizen aan Lincoln's Inn Fields, een geheim park in de Londense wijk Holborn, die Soane hier vanaf 1792 in etappes kocht en met elkaar verbond en uitbreidde. Behalve woonhuis en kantoor werd het nog bij zijn leven een museum: zijn kunstcollectie – een duizelingwekkend ratjetoe van etsen, schilderijen, boeken, klassieke beelden, Romeinse urnen, sarcofagen en architectuurmodellen – staat en hangt hier opgetast langs alle wanden en van de vloer tot aan het plafond.

Ook dit had een donker hol kunnen zijn, maar het werd een fonkelend juwelenkistje dat achter elke deur, na elk trappetje, in elke kamer, erker, alkoof en doorkijk verbaast. Niet alleen om wat er staat en hangt, maar vooral door het licht dat uit koepeltjes valt, via spiegels en uit ramen die je eerst niet ziet. Wat hij elders in het groot kon doen, slechts gehinderd door de grenzen van zijn budget, herhaalde Soane hier met onbegrensde fantasie op de vierkante meter. Letterlijk, want veel ruimtes zijn nauwelijks groter, maar onder zijn handen lijken ze naar alle kanten uitgedijd. Ze maken in een klap duidelijk wat Soane bedoelde met ,,de poëzie van de architectuur''.

Het wordt ook meteen duidelijk waarom Soane zoveel werk van Giovanni Battitsa Piranesi bezit, wiens etsen hij als jongeman voor het eerst ontdekte tijdens zijn grand tour naar Italië. Piranesi's Romeinse ruïnes en vooral zijn beroemde serie `imaginaire gevangenissen' – doolhoven van gewelven, trappen, stenen en houten luchtbogen, bruggen en hoge ramen – hebben dezelfde dubbele kwaliteit. Ze zijn ruim en klein tegelijk, licht én donker. Een architectonisch delirium dat, in de woorden van Marguerite Yourcenar, ,,pleinvrees en claustrofobie combineert''.

Soane's magie is zelfs te zien in de Bank of England. Niet fysiek, want wat Soane gedurende 45 jaar bouwde is in 1920 afgebroken en alleen de blinde muren resten. Maar de Royal Academy heeft Soane's bank in de computer herbouwd en via een groot projectiescherm kun je er virtueel doorheen wandelen. Zijn meesterwerk was een doolhof van hallen, koepels, binnenplaatsen en bogen, een organisch gegroeide stad-in-het-klein naar het model van een Romeins bad-complex.

Soane is veel geprezen, bijvoorbeeld om zijn `sterrevisgewelf', een strak en luchtig baldakijn van steen, maar niet iedereen was steeds onder de indruk. Sommige collega's verweten hem dat hij de klassieke vormentaal verkrachtte omdat hij de grenzen tussen figuratief, bouwkundig en decoratief expres vaag maakte. Soane hanteerde ,,een barbarenstijl'', werd gezegd. Hij was ,,no longer able to give the form and grace of Nature/ To the objects of her imitation'', dichtte een rivaal in 1799 pesterig. Soane, niet ijdel en niet zonder zelfspot maar wel met lange tenen, sleepte hem voor de rechter, tevergeefs overigens.

Wat hij ook was, in elk geval de evenknie van een Christopher Wren of een Inigo Jones. En de pionier van een bepaalde `vormentaal', die wereldwijd navolging heeft gevonden tot op de dag van vandaag, betoogt een apart hoofdstuk in de catalogus met een reeks foto's van kerken, bibliotheken, musea en concerthallen.

Als Soane zelf de kans had gehad, had hij aan zijn werk een reusachtig slotakkoord toegevoegd. De Royal Academy wijdt een aparte afdeling aan Soane's niet-uitgevoerde projecten, vooral zijn plan voor een `ceremoniële route' door London. Bij zijn jaarlijkse opening van het politieke jaar zou de koning die in een koets moeten afleggen, vanaf zijn paleis in Windsor, via Hyde Park en de Mall naar het parlement van Westminster. Soane kreeg zijn idee nadat Napoleon in 1815 was verslagen. Om die overwinning te gedenken had Londen, de hoofdstad van een wereldrijk, meer nodig dan alleen wat beelden, vond hij. Voor zijn triomfweg ontwierp hij een reeks bogen, corridors van zuilen, een kerk en zelfs een nieuw koninklijk paleis. Maar het geld was op en de koning voor wie hij wilde bouwen verloor macht aan het burgerparlement. En dat hield vooral van de laatste mode: de gothic style, waartegen Soane's neoclassicisme niet was opgewassen.

Van zijn Bank of England is een prachtig schilderij bewaard waarop de geldstad is te zien als toekomstige ruïne. Naar analogie van de Romeinse ruïnes die na tweeduizend jaar nog overeind stonden, moest dat de quasi-onvergankelijkheid van het Britse Empire verbeelden, een voorloper van de Ruinenwert die Albert Speer met zijn stadions en paradevelden voor Hitlers Derde Rijk in gedachten had. Maar Soane's bank is radicaler uitgewist dan hij had gehoopt, op die blinde muur na dus, en zijn paleizen bleven luchtkastelen.

Hij ligt met zijn vroeggestorven vrouw begraven op het kerkhof achter St Pancras Station, onder het monumentje dat hij voor haar ontwierp, kloek en subtiel tegelijk. Het is kortgeleden door vandalen vernield en wordt – opnieuw – gerestaureerd.

John Soane, Architect; Master of Space and Light. T/m 3/12 in de Royal Academy of Arts, Piccadilly, Londen W1; ma-zo 10-18u; vr 10-20.30u. Inl. +44 (0)20-7300-5760; Underground: Piccadilly Circus, Green Park; Catalogus: £ 22.50; Internet: www.royalacademy.org.uk.

Sir John Soane's Museum; 13 Lincoln's Inn Fields, Londen WC2; di-za 10-17u. Inl. +44 (0)20-7430-0175. Underground: Holborn.

    • Hans Steketee