Open deuren

Van de basisvorming blijkt niets terecht te zijn gekomen. Dat is niet zo wonderlijk, heb ik u laatst uitgelegd, want het betreft hier weinig meer dan een lege huls. Onderzoekers, zo berichtten de kranten, zijn er inmiddels achter gekomen dat die huls niet heeft geleid tot de onderwijskundige revolutie die de politiek er indertijd van had verwacht. Blijkbaar kon dat alleen maar duidelijk worden als dat ook werd onderzocht. Zo houden ze elkaar bezig in onderwijsland. En om hun toekomstige boterham zeker te stellen vermelden de onderzoekers dat hun oordeel niet definitief is, maar dat het over vijf jaar weleens anders zou kunnen zijn.

Nieuws is niet dat de basisvorming is mislukt, maar dat de media er volop aandacht aan hebben besteed. Dat bewijst namelijk dat de interesse voor onderwijs groeiende is. Als die interesse er indertijd was geweest was de basisvorming er nooit gekomen, want dan hadden de media de vraag gesteld wat die nu precies inhield. En als ze dan als antwoord hadden gekregen de ongegeneerde kretologie waarvan uw krant vorige week een bloemlezing afdrukte, dan was dat lege hulskarakter iedereen meteen duidelijk geweest. Enkele voorbeelden: `functioneren als democratisch burger in een multiculturele samenleving, ook in internationaal verband', `informatie beoordelen op betrouwbaarheid, representativiteit en bruikbaarheid, en informatie verwerken en benutten' en, laatste voorbeeld, `de maatschappelijke betekenis van de technologische ontwikkeling begrijpen'. De doelstellingen komen er kortweg op neer dat leraren van hun 12 tot 15 jaar jonge kinderen in alle opzichten ideale mensen moeten maken. Daar zijn ze dus blijkbaar onvoldoende in geslaagd.

In de commentaren op het debâcle wordt gesteld dat de basisvorming nodig was omdat er nergens in West-Europa zo vroeg wordt geselecteerd als in Nederland. Dat Nederland wat dit betreft een uitzondering zou zijn, is een mythe. We zien het opdelen van leerlingen na de lagere school in soort bij soort ook in de ons omringende landen. Al kennen ze er vaak een soort van middenschool, door de verplichting om in de eigen (in de regel sociaal homogene) wijk naar school te gaan zijn de scholen daar net zo homogeen als de buurt waarin ze staan. En als dat niet bevalt, kent men er de uitwijk naar privé-scholen. In landen als Engeland en Frankrijk is de keuze van de middelbare school al min of meer bepalend voor later maatschappelijk succes.

In ons land kunnen ouders kiezen, ook buiten hun eigen stad of wijk; verder kennen wij nauwelijks privé-scholen. Nederland onderscheidt zich dus in gunstige zin van het meeste buitenland doordat leerlingen er, ongeacht hun woonwijk en ongeacht ook hun financiële situatie, de school mogen kiezen die hun het meeste aanstaat. Dit leidt overigens maar in beperkte mate tot de verscheidenheid die mij wenselijk lijkt, want, zoals de bezoekers van sportclubs, cafés en disco's tenderen naar homogeniteit in `life style' maar ook in sociaal en etnisch opzicht, zo gebeurt dat ook met scholen. Of we daar nou gelukkig mee zijn of niet. En als ze zo verschillend zijn, laat die scholen dan ook elk op hun eigen manier bezien hoe ze ons aller doelstelling praktiseren om van die kinderen goede, aardige, verstandige, vreedzame, ruim denkende en in alle opzichten geëmancipeerde mensen te maken. Zadel het onderwijs dus niet op met zwaarwichtig geformuleerde open deuren. Daarmee maakt de overheid, waarvan de scholen juist de nodige steun zouden moeten ondervinden, zich alleen maar belachelijk.