Mijmeren op een Spaans bankje

,,Spanje is bruut, egocentrisch, wreed, chaotisch, gedroomd, irrationeel'', zegt Cees Nooteboom in het eerste deel van Nootebooms omweg naar Santiago. De BRTN heeft de reisschrijver gevolgd op zijn reis door Spanje en in het Tros programma Kunst... omdat het moet, zien we de auteur en horen hem soms citeren uit eigen werk.

Met `Spanje is bruut, egocentrisch, wreed, chaotisch, gedroomd, irrationeel', is de toon gezet. Wie niet van deze toon is gecharmeerd, moet niet kijken. Of misschien juist wel, want zelden krijgen we nog dit soort, waarschijnlijk als poëzie bedoelde teksten te horen.

Bij bruut en wreed denk ik aan stierengevechten, jodenvervolging, inquisitie, de Tachtigjarige Oorlog, de verovering van Zuid-Amerika en de Spaanse Burgeroorlog. De andere woorden roepen niet onmiddellijk een duidelijke associatie op. Dat heb ik ook wanneer de schrijver het achteloos heeft over de `labyrintische complexiteit' van de Spaanse geschiedenis. Een omschrijving die niet tot betekenisgevende associaties leidt, maar wel tot nadenken dwingt.

Is de Spaanse geschiedenis echt zo `complex'? Zijn andere nationale geschiedenissen, zoals die van Groot-Brittannië, Frankrijk of Duitsland, minder ingewikkeld? Wat bedoelt de schrijver met `labyrintisch'? Kan je in een geschiedenis verdwaald raken? Zoek je dan een pad in de geschiedenis? Of bedoelt de auteur: het is zo'n zooitje die Spaanse geschiedenis, met Iberiërs, Gothen, Romeinen, Moren, noem maar op, dat ik niet eens kan beginnen het samenhangend weer te geven. Dat doet hij in ieder geval in dit programma ook niet.

Wat doet hij wel? Hij doet wat wij allen op latere leeftijd graag zouden willen doen: mijmeren. Gezeten op een bankje in een oude arena legt hij uit: ,,Ik heb nu eenmaal een fascinatie met tijd.'' Met tijd bedoelt hij, zo blijkt even later, de geschiedenis van alledag. ,,Hier is het echt gebeurd'', zegt hij, wijzend om zich heen. En voor zijn geestesoog en dat van de kijker laat hij leeuwen in gladiatoren bijten. Spaanse gitaarklanken zorgen voor een geluidsdecor. Ik zou eerder gladiatoren tegen elkaar hebben laten vechten en vooral christenen aan de leeuwen hebben gevoerd. Maar vooruit, leeuwen en gladiatoren reken ik ook goed.

Ergens op een markt lopen wat mensen rond. De televisie legt de woorden van de schrijver vast: ,,Levende mensen zijn eigenlijk altijd het materiaal van de geschiedenis.'' Tja, als iedereen dood is valt er weinig geschiedenis meer te vast te leggen. Aan de andere kant kun je volhouden dat ook dode mensen deel uitmaken van de geschiedenis. Maar om nou hier een hele polemiek te bouwen op deze observatie, nee, dat ook weer niet.

In Guadeloupe zit de schrijver voor een kerk en zegt: ,,De gevel wil niet onmiddellijk beschreven worden.'' De kijker ziet die gevel en denkt: prachtige barokke gevel met veel krullen en tierelantijnen. Maar om die gevel nou per se te verwijten dat hij niet beschreven wil worden? Ik moet de eerste gevel nog tegenkomen die beschreven wil worden, laat staan onmiddellijk beschreven wil worden. Volgens mij wil een gevel niks. Of willen alle gevels door duiven worden ondergepoept?

Het moge duidelijk zijn, wie niet in Nooteboom is blijft zich voortdurend afvragen: wat beweert die man nu eigenlijk? Is het poëzie? Wartaal? Een teken van slordig taalgebruik? Daaraan moet ik onmiddellijk toevoegen dat de aanwezigheid van Nooteboom in deze documentaire allerminst hinderlijk is. Hij heeft veel in Spanje gereisd en we zien naast veel Nooteboom ook veel Spanje. En alles wat wordt getoond streelt het oog. Amai! Nu doe ik het ook al.

Kunst... omdat het moet: Nootebooms omweg naar Santiago, zaterdag, Ned.2, 0.26-1.43u. (18 september slot)