Kwaaie zaken

Tien jaar lang incasseerde advocaat Wouterus H. schadevergoedingen voor slachtoffers van ernstige ongelukken en betaalde hij er zijn eigen rekeningen mee. Moeilijk is het ook niet, zegt een collega-advocaat, zo'n cliënt ligt toch in de vernieling. Portret van de jungle van advocaten en verzekeraars.

Christiaan de Jong (35) proeft, ruikt en voelt niets meer sinds het motorongeluk op 12 september 1992. Het gebeurde op de rondweg bij Sneek. Zijn zwager was meteen dood toen de automobilist hem schepte. Christiaan werd gelanceerd, zijn helm brak af, zijn schedel sloeg kapot tegen een flatgebouw. Hij laat de rechterkant van zijn hoofd voelen. ,,Er zit geen bot meer in.'' Na vier maanden coma kwam hij bij, dat hadden zelfs de dokters niet verwacht. ,,Ik had beter dood kunnen gaan,'' zegt hij nu.

Christiaan kan alleen nog autorijden en de hond uitlaten, een baan zal hij nooit meer krijgen. En de schadevergoeding die de verzekeringsmaatschappij hem voor de rest van zijn leven uitkeerde, heeft zijn advocaat verduisterd.

Christiaan lag nog in het ziekenhuis toen zijn familie letselschade-advocaat Wouterus H. (51) uit Leeuwarden vroeg zijn zaak te behartigen. De negentienjarige automobilist die Christiaan had geschept, reed door rood, reed vijftig kilometer te hard en was dronken.

H. was een bekende advocaat in Friesland. Hij begon ooit als jurist en mede-oprichter bij het Friese Bureau voor Rechtshulp. In 1982 opende hij een advocatenkantoor aan het Zuiderplein in Leeuwarden. Een goede cliënt van hem was het CNV, het Christelijk Nationaal Vakverbond. Vakbondsleden met schade of letsel gingen naar H.. Henk Groen, coördinator Rechtshulp bij het CNV: ,,Hij was een gemotiveerde advocaat.Ik heb nooit dollartekens in zijn ogen gezien.''

H. was goed. Hij zat net zolang achter de verzekeringsmaatschappijen aan, tot zijn cliënten de schadevergoeding kregen waar ze recht op hadden. Dat is geen smartengeld, maar compensatie voor aantoonbare schade bij het slachtoffer. Als iemand bijvoorbeeld nooit meer kan werken, wordt berekend wat hij de rest van zijn leven aan salaris zou hebben gekregen. In het geval van Christiaan, een jonge man nog, kan dat oplopen tot zes ton.

Het kost soms jaren voor de verzekeringsmaatschappij en de advocaat het eens zijn over de schadevergoeding. Als de zaak rond is, keert de verzekeringsmaatschappij uit. De schadevergoeding wordt overgemaakt op een aparte rekening van de advocaat, de derdenrekening. De advocaat maakt het geld weer over aan zijn cliënt.

Op een dinsdagmiddag, nu drie weken geleden, spraken H. en Christiaan af in café de Pauw in Leeuwarden. Om koffie te drinken. H. behandelde Christiaans zaak al vier jaar en ze waren niet alleen meer advocaat en cliënt, ze waren vrienden. Elke week zagen ze elkaar twee keer, soms vaker. Christiaan: ,,Ik pikte hem altijd op van kantoor. Dan gingen we lunchen en praatten we over mijn zaak.''

Drie maanden geleden vroeg Christiaan zijn advocaat voor het eerst om geld. H. gaf hem 75.000 gulden, daar heeft hij een nieuwe auto, een Volkswagen, van gekocht. ,,H. zei nog: als je meer wilt, dan kan dat. Toen begreep ik pas dat de verzekering geld had overgemaakt.'' Christiaan liet de rest van het geld op H.'s derdenrekening staan. ,,Wel zo praktisch.''

H. was zenuwachtig die dinsdagmiddag, zegt Christiaan. ,,Hij was in de war, hij leek wel ziek. Hij zegt tegen me: `Chris, je geld is weg.'' Het was dapper, zegt Christiaan, dat hij me dat in mijn gezicht durfde te zeggen. Hij is, zegt hij, sinds zijn ongeluk extreem agressief. Christiaan bleef heel rustig, zegt hij. ,,Ik heb zijn koffie betaald en ben weggegaan.''

Kort na het gesprek in het café, ging H. failliet. Niet alleen het geld van Christiaan is weg, maar ook dat van Theresa Groenwold, nu 29, pas 19 toen zij met haar brommer bij Dokkum werd aangereden door een dronken automobilist. Ze studeerde hobo aan het conservatorium, nu heeft ze ernstig hersenletsel en is ze invalide. Tien jaar onderhandelde H. met verzekeraar Nationale Nederlanden over haar schadevergoeding. Begin dit jaar was de zaak rond: Theresa kreeg 5,5 ton. Het geld werd gestort op H.'s derdenrekening.

Jacob Brouwers van Brouwers Consultancy in Leeuwarden had op Groenwolds verzoek alvast een financieel plan gemaakt voor de rest van haar leven. Brouwers: ,,Het plan was klaar, ik belde H. en zei: Nou moet het geld maar komen.'' Maar het kwam niet.

Vorige maand deed Groenwold aangifte bij de politie. En toen bleek dat het verzekeringsgeld van zeker zes andere cliënten van H., in totaal ruim acht ton, ook is `verdwenen'. H. is sindsdien geen advocaat meer, is overspannen en gescheiden van zijn vrouw. Hij praat alleen nog maar met zijn eigen advocaat. Justitie onderzoekt of hij vervolgd kan worden voor verduistering.

In de vernieling

Een slachtoffer kan bijna niet zonder advocaat, zegt letselschade-advocaat Piet Sieswerda uit Leeuwarden. ,,Assuradeurs halen peststreken uit. Het is een jungle. Slachtoffers worden akelig van het gelazer, ze worden murw gestompt. De assuradeur stuurt de ene na de andere deskundige die vertelt dat het letsel heus wel meevalt. En zolang er nog een geringe kans op beterschap is, kaarten ze de zaak niet af. Ze betalen pas als je ze flink onder druk zet. De eerste vijf jaar van de procedure maken assuradeurs de cliënt zenuwachtig, daarna worden ze het zelf.''

Sieswerda weet uit eigen ervaring hoe letselschade-advocaten dan worden bewerkt. ,,Letselschade-advocaten moeten hun declaraties aan de verzekeraar sturen. Soms weigeren verzekeraars die tussentijdse declaraties te betalen. Als de zaak tien jaar duurt, heb je als advocaat wel werk maar geen inkomen. Dan komen ze ineens met een bod voor een schadevergoeding. Een laag bod. En een worst: je mag extra honorarium opvoeren als je snel akkoord gaat.'' En zit een advocaat aan de grond, dan zeg je geen nee.

,,Frauderen is heel simpel,'' zegt Sieswerda. ,,Bij schadevergoeding van meer dan een ton heeft je cliënt geen verstuikte enkel, die ligt in de vernieling. Je kunt ze makkelijk verneuken.'' Als de advocaat niks zegt, hebben cliënten geen inzicht in de bedragen die binnenkomen.

Als de `medische eindtoestand' van het slachtoffer bekend is, wordt het definitieve schadebedrag vastgesteld. De verzekeraar stuurt een formulier op, de vaststellingsovereenkomst, waarin staat wat de definitieve schadevergoeding is. De advocaat ontvangt het formulier in tweevoud. De bedoeling is dat de cliënt de formulieren ondertekent én het rekeningnummer invult waar het bedrag heen moet. Een exemplaar is voor de advocaat, het ander voor de verzekeraar.

Theresa Groenwold heeft de overeenkomst van 5,5 ton ondertekend, zegt ze, en haar eigen rekeningnummer ingevuld. Eén formulier, niet twee. Op het tweede formulier, dat nu bij Nationale Nederlanden ligt, staat het rekeningnummer van H.. Haar handtekening staat eronder, maar die heeft ze nooit gezet, zegt ze. Justitie onderzoekt ook of H. haar handtekening heeft vervalst.

Christiaan de Jong piekert zich suf, zegt hij. Wat heeft H. in hemelsnaam met die acht ton gedaan? ,,Hij woont in een eenvoudig rijtjeshuis. Zijn auto is niets bijzonders. Eerst had hij een Saab, nu een Skoda. Hij heeft altijd hetzelfde pak aan en aan eten zal het ook niet zijn opgegaan, hij is 1m73 en weegt zestig kilo.'' Drugs gebruikt hij niet volgens De Jong, en gokverslaafd is hij ook niet. ,,Ik ben zelf gokverslaafde. Ik ben hem nog nooit ergens tegengekomen.''

Curator Robert Verdonk uit Heerenveen behandelt het faillisement van H.. Hij piekert ook. H. begon, in zijn eentje, zijn advocatenkantoor in 1982 met een lening bij de bank, zoals de meeste ondernemers. Soms maakte hij een jaar verlies, andere jaren had hij een omzet van 250.000 gulden. ,,Trek daar de kosten vanaf, dan hou je geen vetpot over, maar je gaat er niet failliet van.''

H. leefde vrij sober, nam niet extreem veel geld op, zegt Verdonk. Maar hij nam wel meer op dan hij verdiende. De acht ton is niet uitgegeven aan wilde feesten of een groot jacht in de haven, en het staat ook niet op een Zwitserse bankrekening, zegt Verdonk. Waarschijnlijk ging het geld op aan belastingen, boodschappen en elektriciteitsrekeningen.

Volgens H. zelf, zegt de curator, begon de fraude tien jaar geleden. Een verzekeraar maakte twee ton over op zijn persoonlijke rekening, in plaats van op de aparte derdenrekening. Een ongelukje. H.'s schuld bij de bank was in een klap afgelost. Verdonk: ,,Hij dacht, dat geld `leen' ik even van die derdenrekening, dat betaal ik het later wel terug.'' Hij betaalde het ook terug, maar met verzekeringsgeld van nieuwe cliënten. ,,Hij vulde het ene gat met het volgende.''

H. heeft het geld niet willen stelen, denkt Verdonk. Het kon lang duren, maar uiteindelijk kregen zijn cliënten hun geld, inclusief rente. ,,Hij is verstrikt geraakt in het net van zijn geldgeschuif.'' Het ging niet mis omdat iemand hem betrapte, maar omdat hijzelf fouten maakte. De curator zegt het netjes: ,,H.'s administratie is chaotisch.'' Letselschade-advocaat Piet Sieswerda bezocht H.'s kantoor op het Zuiderplein, om de dossiers van nog lopende zaken op te halen. ,,Het was een gigantische bende. Overal lagen bankafschriften, het archief puilde uit.'' Hij was een goed jurist, zegt Sieswerda, maar als ondernemer en boekhouder een prutser.

Financieel zwak

De verleiding is ook wel heel groot. Stel je de boekhouding van een letselschade-advocaat voor. Op zijn eigen rekeningen komt wel geld binnen, maar niet veel. Aan de andere kant staat de derdenrekening, en daar worden tonnen op gestort, bestemd voor cliënten.

De Orde van Advocaten weet allang hoe groot die verleiding is. Justitie rekende uit dat in de afgelopen vijf jaar 2,8 miljoen gulden werd verduisterd van 99 cliënten. De Orde heeft het Verbond van Verzekeraars onlangs gevraagd om nooit meer geld op de derdenrekening te storten. Het geld gaat vanaf nu rechtstreeks naar de cliënt. En als het toch naar de derdenrekening gaat, zegt landelijk deken P. von Schmidt auf Altenstadt, dan heeft de advocaat de handtekening nodig van een tweede advocaat om bij dat geld te kunnen.

De derdenrekening was juist bedoeld om fraude te voorkomen. Vroeger, toen het verzekeringgeld gewoon binnenkwam op de advocatenrekening, verdween er wel heel veel geld. Daarom moeten sinds 1990 alle advocaten een aparte rekening hebben voor cliënten. Als de deken, de voorzitter van de Raad van Toezicht erom vraagt, moeten ze een acccountantsverklaring over die derdenrekening laten zien.

Elke advocaat weet dat hij niet aan geld van die derdenrekening mag komen. Ook niet eventjes. En toch heeft H. het tien jaar gedaan. Er moeten mensen zijn die het wisten. Cees Van Beek (56) uit Veenwouden deelde van 1989 tot 1994 het kantoor aan het Zuiderplein met H.. Samen richtten ze op 7 april 1992 de Stichting Derdengelden op bij de Kamer van Koophandel in Leeuwarden. Van Beek is inmiddels geen advocaat meer. ,,We zijn uit elkaar gegaan omdat onze karakters botsten.'' Hij wist dat H. `financieel zwak zat'. ,,Maar dat hij met geld schoof, wist ik uiteraard niet.''

Zijn accountant dan. Wist die het? Tot 1990, toen de fraude al was begonnen, had H. een accountant van Visser Accountants in Groningen. Dat kantoor bestaat niet meer. Hij zit nu bij Accadi Accountants in Leeuwarden, sinds kort onderdeel van Deloitte & Touche. Het moet hen zijn opgevallen dat H. zijn belastingaanslag over 1993 rechtstreeks vanaf zijn derdenrekening betaalde. En je hoeft geen accountant te zijn om dat heel raar te vinden. Maar bij Accadi doen ze geen mededelingen over cliënten.

Excuusbrieven

En de deken van Leeuwarden, die de accountantsverklaringen controleert, is hem niks opgevallen? Dat wel, hij heeft er alleen niks mee gedaan. Deken Jasper de Goede kreeg in 1991 en 1993 een keurige accountantsverklaring. Hoe dat kan, begrijpt niemand. De volgende jaren werd H. niet gecontroleerd. In 1996 vraagt de deken H. weer om een verklaring, over 1995. Die komt ook, maar het is een geclausuleerde verklaring. De accountant laat de deken weten dat hij zich onthoudt van een oordeel over de derdenrekening. Hij kan niet nagaan wat er met sommige bedragen is gebeurd.

H. biedt de deken in een brief zijn excuses aan: zijn boekhouding is een rommeltje. Deken de Goede geeft hem de tijd orde op zaken te stellen en dan een nieuwe verklaring te sturen. Eind 1997, bijna twee jaar en vele excuusbrieven later, is die er nog niet.

Dan komt er, ook eind 1997, een nieuwe deken, Jaap van der Meulen. En die grijpt meteen in. Hij dient in 1998 een klacht in bij de Raad van Discipline. H. wordt geschorst. De schorsing is voorwaardelijk, H. mag dus gewoon doorwerken.

De fraude werd nog niet ontdekt, dat gebeurde vorige maand, toen Theresa Groenwold aangifte deed. Voorzichtig spreekt Van der Meulen van falend toezicht. ,,Deken De Goede had in 1996 kunnen ingrijpen en in 1997 had hij het moeten doen. Hij vond dat H. een betrouwbare indruk maakte, daarom bleef hij hem uitstel geven.''

Curator Verdonk is door de rechtbank aangesteld om alles wat H.'s faillissement aangaat te onderzoeken. Dus ook of de oud-deken iets te verwijten valt. Maar dat is lastig. Curator Verdonk is zelf secretaris van de Raad van Toezicht, waar de deken voorzitter van is. Verdonk vindt dat helemaal niet lastig. Maar ,,om te voorkomen dat de buitenwacht denkt dat ik met twee benen in één kous zit'', zal een advocaat uit een ander arrondissement het functioneren van de deken onderzoeken.

Welke rol de kantoorgenoot, de accountant en de deken hebben bij de fraude van H. is nog lang niet duidelijk. H. zelf kan een gevangenisstraf krijgen van twee jaar of meer. De cliënten hoeven niet te rekenen op hun 8 ton verzekeringsgeld, H. heeft geen cent meer. Zelfs geen huis. Hij liet zijn woonhuis op het Bataviaplein, waar hij al jaren met zijn vrouw en twee kinderen woont, al in december 1997 op naam van zijn echtgenote zetten.