Kosovaren missen nog altijd dak boven hun hoofd

De winter in Kosovo kruipt dichterbij, maar van de beloofde herstelwerkzaamheden van de verwoeste huizen komt bar weinig terecht. In drie maanden tijd wisten hulporganisaties slechts vijftien daken te repareren.

De buitenlandse hulpverleners in Pec, in het westen van Kosovo, zeggen soms tegen elkaar: ,,Als wij allemaal weggaan, zijn er genoeg huizen voor de daklozen.'' ,,Grapje'' , zeggen ze erbij.

Zevenenvijftig internationale hulporganisaties hebben hun kantoor gevestigd in en rond Pec. Meer dan twintig daarvan werken aan reconstructie-projecten: er moet nood-dakbedekking worden aangebracht op kapotte huizen. Het westen van Kosovo werd in de oorlog het hevigst verwoest, tachtig tot negentig procent van de huizen raakte zwaar beschadigd. De hulporganisaties repareerden in bijna drie maanden echter niet meer dan vijftien daken. `Test-daken' worden ze genoemd. Aan het echte werk zijn de organisaties nog niet begonnen.

Vorige week werd het opeens slecht weer in Kosovo. De tienduizenden Albanezen die in tenten naast hun huizen slapen, kregen het koud. Maar het materiaal om hun daken te herstellen, hout en plastic folie (pvc, versterkt met glasvezel), is er nog niet. Een deel van het bestelde hout zal ook niet aankomen: er zijn chauffeurs die hun ladingen onderweg verkopen. De prijs voor een kubieke meter timmerhout is de afgelopen weken gestegen van 280 naar meer dan 400 Duitse mark. Er staan ook, al wekenlang, vrachtwagens met hout en plastic vast aan de grens met Macedonië. Eerst omdat de douane van Macedonië moeilijk deed, er werd opeens 600 mark per lading geëist, nu ook omdat de VN-missie voor Kosovo een eigen douane-kantoor aan de grens heeft geopend en alle vrachtdocumenten controleert.

Maar een groot deel van het hout moet nog uit de Oekraïne, Wit-Rusland of Roemenië komen. De organisaties in het westen van Kosovo waren erg laat met hun bestellingen. Ze wisten niet precies van elkaar wie welk dorp bezocht om de schade op te nemen, er werden dorpen overgeslagen omdat ze niet makkelijk bereikbaar waren, de ene organisatie telde afgebrande Servische huizen wel mee, de andere niet het duurde weken voordat ze een overzicht hadden van de verwoestingen. En nog ontbreekt er informatie over bijna honderd dorpen.

De vluchtelingenorganisatie UNHCR in Pec wist niets anders te bedenken dan de dorpen langs te gaan en te vragen wat de Albanezen van plan zijn als hun daken niet vóór de winter hersteld waren. De meesten zeggen dat ze in hun dorp blijven, ze verwachten dat het allemaal nog wel goed komt: de internationale gemeenschap zou goed voor hen zorgen. Als het echt niet anders kan, zullen ze naar de stad gaan, of opnieuw naar Macedonië of Montenegro. Albanië noemt niemand meer als mogelijkheid. Bijna alle vluchtelingen die er dit voorjaar waren, vonden het vreselijk. Maar de opvangcentra in Pec zitten nu al vol, en Preben Rasmussen, `coördinator nood-daken' van de UNHCR, kan zich niet voorstellen dat de Albanezen nog welkom zijn in Macedonië of Montenegro. ,,Het is rampzalig, zegt hij. ,,We kunnen alleen maar bidden dat de winter dit jaar niet te snel invalt en dat het niet erg koud wordt.''

Weggaan is misschien geen grapje, het is misschien wel het beste dat de hulpverleners kunnen doen, vindt Michael Dubar van het International Rescue Committee (IRC). ,,In de herfst moeten we goede loopschoenen kopen en maken dat we wegkomen. De mensen zullen woedend zijn als tot hen doordringt hoe weinig er voor ze is gedaan. Nu denken ze nog dat ze uit de hulporganisaties kunnen kiezen. Een Oostenrijkse organisatie werd vorige week een dorp uitgejaagd omdat ze het International Rescue Committee wilden hebben. Ze dachten dat ze van ons het meest kregen.'' Hoe ze erbij kwamen? Dubar heeft geen idee.

Maar hij schaamt zich nu al voor de nood-pakketten met hout en plastic die zijn organisatie zal uitdelen als het materiaal in Pec aankomt. De donor van het IRC, de Amerikaanse regering, wilde zoveel mogelijk daken herstellen voor weinig geld. Daarom zitten er maar zestien planken en balken in één pakket, bedoeld voor één familie. Dat is net genoeg om een kamertje te bedekken. Dubar: ,,De hele familie zit en slaapt in die kamer, er wordt in gekookt, en het vocht kan geen kant op. Dan regent het in huis, door het plastic plafond. Het plastic zal volgens Dubar zo nauwkeurig mogelijk moeten worden vastgemaakt, ruimte voor ventilatie is er niet. ,,Als het stormt en er komt wind tussen een kier door, verandert het dak in een parachute. De families moeten ook niet vergeten de sneeuw van hun dak te vegen: het plastic zakt in als er te veel sneeuw op ligt.''

Ook de UNHCR en veel andere organisaties geven net genoeg materiaal voor één kamer. Alleen als een familie een andere dakloze familie in huis opneemt, krijgen ze meer. Maar er zijn niet veel families die dat willen, ze zijn bang dat ze hun `gasten' er de komende jaren niet uit zullen krijgen.

Aedes, de Nederlandse Vereniging van woningcooperaties, heeft zes testdaken gebouwd in de stad Pec zelf – meer dan de meeste andere organisaties tot nu toe voor elkaar kregen. ,,Die praten, vergaderen, overleggen, maar ze doen niks'', zegt Peter van Buuren, de bouwkundige die het project leidt. Er is geld, bijna 1 miljoen gulden, voor tweehonderd daken. Daken met dakpannen. Ook Aedes wacht nu op nieuw materiaal. Van Buuren heeft hout besteld in Bosnië, maar de lading is nog niet aangekomen.

Het project van Aedes werd opgezet door een gepensioneerde architect uit Nederland. Een medewerker van een Albanese hulporganisatie hielp met het opstellen van een lijst families die voor de eerste honderd huizen in aanmerking kwamen. Hij zette vrienden en familieleden op de lijst. Van Buuren is er erg ongelukkig mee; er staan families op die het dak zonder problemen zelf hadden kunnen betalen. ,,Zo'n dertig procent van de namen is corrupt. Volgens Van Buuren is het nu te laat om de lijst te wijzigen: ,,Er zijn die mensen beloftes gedaan''. Een van de test-daken in de stad was voor een lokale commandant van het Kosovo Bevrijdingsleger UCK. Volgens Van Buurens voorganger was dat ,,goed voor de public relations''.