HET MOZART-EFFECT

Wordt slimmer door te luisteren naar Mozart, is de nieuwste hype. Onzin, zeggen de deskundigen. Als er al een mentaal effect is, is dat miniem. Pianolessen zijn waarschijnlijk nuttiger voor je brein.

Vrijwel overal in de Verenigde Staten zijn klassieke cd's te koop met titels als Build your Baby's Brain Through the Power of Music of Learn with the classics. Het is een echte hype. In Florida zijn de gesubsidieerde kinderdagverblijven inmiddels van staatswege verplicht om iedere dag klassieke muziek te draaien. In Georgia en Michigan wordt zelfs aan ieder gezin waarin een baby wordt geboren een klassieke cd verstrekt. Wie naar klassieke muziek luistert, in het bijzonder die van Mozart, scherpt zijn rationele vermogens. Ook in Nederland zijn al crèches gesignaleerd waar héél veel klassieke muziek wordt gedraaid. Een van Amerikaanse Mozart-effectpropagandisten, de New Age healer Don Campbell, beweert zelfs dat intensief luisteren naar klassieke muziek hem van een bloedprop in de hersenen heeft genezen.

Alle Slim-door-Mozart-ophef is te herleiden op een paar interessante maar beperkte wetenschappelijke onderzoeken, begin jaren negentig gedaan door de psycholoog (en ex-beroepscelliste) Frances Rauscher en de gepensioneerde fysicus Gordon Shaw. Ze nemen afstand van het hype. ``Het heeft niets met de werkelijkheid te maken'', zei Shaw afgelopen april in het blad Forbes over de snelle commercialisering van het Mozart-effect. En Rauscher zei november vorig jaar tegen de Milwaukee Journal Sentinel: ``Waarschijnlijk kan het geen kwaad om kinderen naar klassieke muziek te laten luisteren, maar er is geen bewijs dat ze alleen van dat luisteren slimmer zullen worden.''

Het bekendste onderzoek van Rauscher en Shaw betreft het tijdelijke effect van `passief' luisteren naar Mozart op ruimtelijk inzicht van studenten. Hun tweede onderzoek – dat in de snel-slim-hype aanzienlijk minder aandacht krijgt – gaat over het positieve effect van maandenlange pianolessen op datzelfde ruimtelijk inzicht bij kleine kinderen (zie kader).

Uit hun passief-luisteren-onderzoek bleek dat studenten die naar het eerste deel van Mozarts sonate van twee piano's in D (kv 448) luisterden vervolgens tien minuten lang gemiddeld beter waren in opgaven die ruimtelijk inzicht testen dan controle groepen die naar geruis of minimal-music van Philip Glass (Music with changing parts, uit 1973) hadden geluisterd. Na tien minuten verdween dit voordeel volledig (Nature, 14 oktober 1993 en Neuroscience letters 185 (1995) 44-47).

Het effect is verbazingwekkend, maar miniem. Het onderzoek is inmiddels een tientallen malen herhaald in allerlei varianten en de uitslag is vooralsnog gemengd. Een psycholoog van Harvard, Christopher Chabris, analyseerde onlangs in totaal twintig van die onderzoeken en concludeerde dat luisteren naar muziek geen enkele verandering van IQ teweeg brengt, maar dat er mogelijk wel een klein effect bestaat op het vermogen om visuele beelden te manipuleren. Dat tijdelijke effect is echter statistisch niet significant (Nature, 26 augustus). In de onderzoeken van Rauscher cs. werd het Mozart-effect (op ruimtelijk inzicht) na allerlei statistische bewerkingen uiteindelijk uitgedrukt in het cijfer 0,76, zo blijkt uit een verwijzing naar een ander onderdeel van Chabris' onderzoek in het juli-nummer van Psychological Science (1999). Cabris analyse van vijftien vergelijkbare onderzoeken leverden slechts een uitkomst van 0,16 op.

Het laatste woord over het curieuze effect is voorlopig nog niet gesproken. Een paar weken eerder noemde de psychologe Louis Hetland afwijzing van het Mozart-affect prematuur (Science 6 augustus). Hetland is verbonden aan een project van de Harvard Graduate School of Education waarbij honderden onderzoekingen naar het verband tussen kunst en intellectuele prestaties worden doorgelicht. Volgens haar zijn er inmiddels 27 onderzoekingen naar het Mozart-effect gepubliceerd, die vrijwel allemaal enige vorm van positief effect hebben gevonden, hoe klein soms ook.

En in Nature (26 augustus) antwoordt Rauscher bijvoorbeeld direct op Chabris' kritiek dat hij een te eenzijdige selectie van onderzoeken heeft geanalyseerd. Zijn selectie concentreert zich op vergelijking van het effect van Mozarts muziek met dat van stilte, terwijl volgens Rauscher vergelijkingen met het effect van muziek van andere componisten veel robuustere effecten laten zien. Rauscher schrijft verder dat tot nu toe geen enkele herhaling van de oorspronkelijke experimenten de originele methode volkomen heeft gevolgd. ``Omdat sommige mensen er niet in slagen om brooddeeg te laten rijzen, betekent toch ook niet dat er geen gist-effect bestaat'', aldus Rauscher.

Door Rauscher, Shaw en anderen is zelfs bij ratten een Mozart-effect aangetroffen. Ratten die twee maanden lang twaalf uur per dag kv 448 van Mozart te horen kregen (in totaal minstens 2.000 keer!) bleken aanzienlijk beter hun weg door een labyrinth te vinden dan genetisch indentieke soortgenoten die een zelfde periode waren blootgesteld aan Philip Glass of geruis (Neurological Research 20, 1998 427-432). Zelfs werd door Shaw, samen met de neuroloog J.R. Hughes van de Universiteit van Illinois, gevonden dat hetzelfde stuk voor twee piano's een gunstig effect heeft op patiënten met epileptische aanvallen, zelfs wanneer die in coma lagen (Clin. Electroencephalogr. 1998 Jul;29(3):109-19).

Over de oorzaak van het Mozart-effect, als het al bestaat, is helemaal niets met zekerheid bekend. Chabris oppert dat het kleine effect op visuele manipulatie mogelijk ontstaat doordat sommige mensen door Mozart in een positieve gemoedsstemming komen waardoor ze cognitief actiever zouden worden. En alleen al bijvoorbeeld de overtuiging dat muziek een gunstig effect heeft op mentale capaciteiten, kan die capaciteiten beïnvloeden, zo bleek vorig jaar. Twee psychologen verdeelden studenten in twee groepen. De ene groep kreeg te horen dat muziek een negatief effect heeft op woorden leren, de ander werd gezegd dat er juist een positief effect was. Beide groepen moesten vervolgens woordrijtjes uit het hoofd leren terwijl er muziek klonk. De groep die gezegd was dat er een positief effect was, kon de woordjes veel langer onthouden (Social Cognition, 1998, 16:78-92).

Shaw en Rauscher geven een veel speculatievere verklaring. Zij vermoeden dat bepaalde muzikale patronen corresponderen met interactiepatronen van `vurende' zenuwcellen in de hersenschors. Het luisteren en beoefenen van muziek zou die patronen versterken, aldus Rauscher en Shaw. Het onbewezen idee is gebaseerd op een wiskundig model voor die interacties dat Shaw in de jaren tachtig ontwikkelde. Een assistent gebruikte de via dit model gegenereerde patronen als input voor synthesizer. Dat ding zou vervolgens herkenbare westerse muziekstijlen gaan spelen: Barok, New Age of Folkmuziek. ``Het was geen geweldige muziek, maar het klonk toch aardig''. aldus Shaw in een interview met de Chicago Tribune van 24 mei 1998. Juist omdat Mozart al op zeer jonge leeftijd componeerde zou speciaal in zijn muziek de inherente patronen van de zenuwcelinteracties tot uiting kunnen komen, zo hopen Rauscher en Shaw. Inmiddels is ook goede ervaring opgedaan met Schuberts fantasie voor piano vierhandig (D940) en Mozarts pianoconert nr. 23 (zie Rauscher & Shaw, 'Key components of the Mozart-effect', Perceptual en Motor Skills 86, 1998, p.835 e.v.).

Of het wetenschappelijk debat over het zwakke en nogal beperkte Mozart-effect en de onbewezen verklaringen daarvoor veel effect zal hebben op de hype is overigens de vraag. Een gemakkelijke weg naar een hoger IQ (`even een ceedeetje draaien') met de schijn van wetenschappelijk bewijs is nu eenmaal aanlokkelijk in een tijd waarin ouders fanatiek zoeken naar de juiste invloeden op de hersenontwikkeling van hun kinderen.