Golf is voor bejaarden

Op het lunchterras van een Hilversumse uitspanning hapt een openhartige man met een grijze kuif ontspannen in een royaal belegde Italiaanse bol. Hij is vijftig, van huis uit econoom en chef bij een florerend multimediabedrijf. Om financiële planning, iets regelen voor je oude dag of een appeltje voor de dorst kweken, moet hij lachen. Al zijn geld gaat op aan racen, parachutespringen, vliegen, bergbeklimmen en sporten waar een doorsnee burgerman zich nooit aan zal wagen. `En mijn lieve vriendin', voegt hij er met nadruk aan toe. Golfen? Een uitbundige lach: `Dat is voor bejaarden, net als steenschuiven.' Steenschuiven? `Dat noemen jullie sjoelen.'

Hij vermaakt zich in exclusieve, warme, verre oorden. `Ik ben een puur mens. Geen eten uit de diepvries, een blik, of een doosje. Echte tomaat, geen prut uit een flesje. Geen goedkope wijn uit de supermarkt, maar echte wijn, een mooie druif voor de dorst, en zeer oude port, nooit bier. Beslist geen kleren uit de opruiming. Geen auto voor de deur, noch een eigen huis, geen pensioenregeling, niets op de bank. Straks geen AOW denk ik, want ik ben en blijf Belg. Ik ben van vandaag.' Zo jast hij er ruim een ton per jaar door.

Wanneer een Vlaming zo uitpakt over zichzelf, geloof je dat. Van een Hollander niet, dan denk je wat een opschepper. Lang geleden is hij naar hier verhuisd. Zijn stomverbaasde familie, vrienden, en meneer pastoor vol onbegrip achterlatend: `Allez Lucien, werken voor diejen Ollanders? Zijt ge zot?' Hij houdt nog steeds van ze, dat gaat nooit over, maar Nederland trekt, net als Brazilië, Suriname, Florida en Italië. Een wereldburger dus.

Denkt hij nooit aan later? Nee. Zijn levensfilosofie verklaart die beperkte horizon: `De zestig haal ik niet.' Redenen: de gevaarlijk sporten, zijn lieve vriendin (weer met nadruk) en enkele onverwachte sterfgevallen in zijn naaste omgeving. Daarom blijft hij werken, racen, vliegen, springen en liefhebben tot Magere Hein met een lauwerkrans voor de deur staat. Waarom dan al die zorgen voor morgen?

Wat moet je daar nou tegenin brengen? Misschien dit. Dat zijn lichaam dankzij zijn topsportieve levenswijze, zijn hectische baan en vriendin, iedere minuut wordt doorgespoeld en opgefrist. Zo kan een mens oud worden. Maar waar moet hij dan van leven? Die veronderstelling raakt een gevoelige snaar bij de kickjunk. Is hem misschien in drie stappen uit te leggen hoe hij gered kan worden van toekomstig geldgebrek, informeert hij. Dan kan, mits hij meewerkt. Allereerst door samen enkele (voorlopige) doelen te stellen.

Hij verwacht rond zijn 65ste wat gas terug te nemen en te emigreren naar een warm, ongerept paradijs, bijvoorbeeld Suriname. Een maandinkomen van 5.000 gulden, exclusief een beetje AOW, lijkt hem voldoende. Om tussen zijn 65ste en zeg 85ste over 60 duizend gulden per jaar te kunnen beschikken, moet hij vanaf nu een pensioenpotje opbouwen. Niet met 1,2 miljoen gulden (20 60.000), maar met bijna 700 duizend gulden, omdat het gestaag krimpende overblijvende saldo tijdens het interen tussen 65 en 85 jaar gewoon doorgroeit, tegen bijvoorbeeld gemiddeld (de resultante van allerlei ups en downs) 6 procent netto per jaar; na aftrek van belasting en kosten.

Vanaf nu moet hij de komende 15 jaar bouwen aan die 700 duizend gulden. Stel dat hij iedere maand een vast bedrag opzij legt, en daar eveneens netto 6 procent op maakt, hoeveel bedraagt het maandelijkse offer dan? Circa 2.300 gulden, van zijn netto inkomen. Daar schrikt hij van. Hoe ziet het eruit bij 8 procent netto? De beginpot moet dan bijna 600 duizend gulden bevatten en de opbouw vraagt 1.700 gulden per maand.

Past dat in het budget? Nee. Meneer heeft slechts 1.000 gulden per maand over voor zijn oude dag. Welke percentage past daarbij? Circa 11 procent gemiddeld per jaar. Is dat haalbaar? Misschien. Hij bouwt zijn pensioenreserve op met netto bedragen en geniet geen belastingvoordelen. Daarom teert hij straks 20 jaar belastingvrij in, want de rente- en beleggingswinsten blijven in het nieuwe belastingsysteem onbelast. Dat scheelt enorm. Je kampt misschien alleen met de beoogde vermogensrendementbelasting van 1,2 procent over het saldo in de pensioen-pot. Hoewel dat onterecht is, want het gaat om een oudedags-reserve. Daar komt bij dat je nu niet weet welke belastingwetten er straks in een ver pensioenbuitenland gelden.

Resumerend. De eerste stap in de goede richting is 1.000 gulden per maand te besparen, en de tweede stap is dat bedrag automatisch over te maken naar het wereldwijd beleggende beleggingsfonds van zijn eigen bank, dat is goedkoop en makkelijk. Dat lijkt de beste strategie voor iemand die niets met geldzaken te maken wil hebben. Gerekend over de afgelopen jaren lag het gemiddelde rendement van dergelijke fondsen flink boven het gewenste rendement van 11 procent, maar dat zegt niets over de komende jaren. De derde stap doet een beroep op zijn discipline: laat de inleg groeien en kom er niet aan, zelfs niet wanneer de koersen dalen.

Welke voorziening heeft hij achter de hand als het gewenste rendement van 11 procent tegenvalt? Hij krijgt altijd een deel van de AOW uitgekeerd, voor de in Nederland gewerkte jaren. En zijn vriendin zal hem toch niet in de kou laten staan na al die mooie jaren?