Emoties

Het klinkt vermoeid, berustend en een tikje cynisch, amigo.

,,Gisteren was het Kosovo, vandaag is het Oost-Timor, en wie weet wat er morgen in het verschiet ligt?''

Zo kun je wel aan de gang blijven, hoor je de minister verzuchten. Er is altijd wel wat en zelden wat goeds. Besognes. Als verantwoordelijke voor de Nederlandse buitenlandse politiek heb je het daar maar druk mee. Op de opiniepagina van donderdag beklaagt Jozias van Aartsen zich over de beslommeringen van het wereldleed.

Het ergste vindt hij nog dat de publieke opinie zich een oordeel aanmatigt over de internationale politiek en de diplomaten, generaals en bankiers op de vingers kijkt. ,,We worden soms wat al te gemakkelijk op sleeptouw genomen door de berichtgeving van de media. Dit noem ik de `CNN-factor' (....) Het nieuws krijgt steeds meer een soap-gehalte (...) Goed, effectief buitenlands beleid kan echter niet gebaseerd zijn op primaire emoties.''

Dit zelfbeklag van de door publieke emoties geplaagde bewindsman gaat over Oost-Timor, waar Van Aartsen — Nederland is op dit moment voorzitter van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties — vooral géén ingrijpen van de internationale gemeenschap wil. De handel met Indonesië mocht eens in gevaar komen. De slagers die de top van de Indonesische strijdkrachten vormen, mochten eens verstoord raken. De economische belangen van voorheen de Koffyveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij mochten eens in het geding komen. Er gaat wat om, zoals Batavus Droogstoppel al zei.

Wat weet u, domme kleine vrouw, domme kleine man, Nederlandse kiezer, eigenlijk helemaal van Timor en Indonesië? O, u leest kranten, u kijkt televisie, voorzover u het tenminste nog kunt aanzien hoe mensen worden verjaagd of afgemaakt, voorzover u kunt en wilt weten wat daar, ergens in de gordel van Smaragd, gebeurt met kinderen, bejaarden, vluchtelingen.

Niets weet u, zegt Jozias van Aartsen. ,,Kennis en informatie hebben pas waarde als ze gewogen kunnen worden en in een context passen. En daar ligt een uiterst belangrijke taak voor de overheid.''

Nee, mijnheer, daar ligt in een democratische samenleving nu juist een uiterst belangrijke taak van de onafhankelijke pers, van de journalistiek, van CNN, een taak waar de overheid zich niet eens mee mag bemoeien. Van Aartsen probeert de boodschappers van het slechte nieuws te diskwalificeren — stel je voor dat de publieke opinie op basis van door de media opgeroepen `primaire emoties' daden verlangt om het ten hemelschreiende bloedvergieten op Oost-Timor te stoppen — en de CNN-factor uit te schakelen.

Dit betekent niets anders dan dat wij, de mensenrechten overlatend aan onthechte diplomaten en belanghebbende kooplieden, straks op gezag van Jozias van Aartsen moeten zeggen: Wir haben es nicht gewusst! Maar wij weten het. Daar kan noch generaal Wiranto, noch de heer Van Aartsen meer iets aan veranderen.

Wat hebben wij, ik bedoel: de publieke opinie, ons niet afgetobd over de legitimiteit van de interventie van de NAVO in Kosovo, wat hebben wij niet geworsteld met ons geweten, wat hebben wij niet in alle media het internationale recht beklopt en betast om ten slotte, indachtig de geschiedenis van de holocaust, Rwanda, de onaanvaardbaarheid van etnische zuiveringen, in te stemmen met een humanitaire interventie die slechts op noodrecht gebaseerd kon worden? Nu in Oost-Timor de mensenrechten worden geschonden op dezelfde schaal en nog bloediger, door of met steun van delen van het Indonesische leger, nu waarschuwt dezelfde Van Aartsen die ons bezwoor dat in Kosovo een halt aan het moorden moest worden toegeroepen, ons tegen `emoties'. Nu mag de moraal ineens geen enkele rol spelen in de buitenlandse politiek. ,,Wie weet wat er morgen in het verschiet ligt?''

Daarom juist: als men de Indonesische generaals laat begaan, ligt in het verschiet dat de kali's weer, net als in 1965, met ontelbare lijken verstopt zullen zijn. Wat is het verschil tussen Oost-Timor en Kosovo? Er zijn, blijkbaar, raisons d'etat die wij eenvoudige, emotionele mensen niet kunnen bevatten. Het prestige van de NAVO staat niet op het spel. Washington deelt mee dat er geen vitale Amerikaanse belangen zijn gediend met ingrijpen. En het zijn maar bruinen.

Wat een schandelijke hypocrisie, wat een onvoorstelbare dubbelzinnigheid van de minister van Buitenlandse Zaken die universele normen slechts wil zien toegepast als het hem uitkomt en daarmee de universaliteit van die normen nu al, een paar maanden na `Kosovo', op de mestvaalt gooit.

Wat moet er nu volgens Van Aartsen gebeuren? ,,De internationale gemeenschap zal zich serieus moeten buigen over de verschuiving van de balans tussen het respect voor de nationale soevereiniteit enerzijds en de mensenrechten en fundamentele vrijheden anderzijds.''

In het geval-Oost-Timor is de nationale soevereiniteit helemaal niet aan de orde, aangezien de VN, inclusief Nederland, de Indonesische soevereiniteit over dat gebied nooit hebben erkend. Er valt hier dus niets te balanceren, niets af te wegen, het internationale recht verplicht tot ingrijpen.

Op de dag dat Van Aartsen zijn op de opiniepagina afgedrukte toespraak in Duitsland hield, kwam de nooit emotionele, altijd bezonnen, conservatieve en op geen enkele soap te betrappen Süddeutsche Zeitung met een overtuigende oproep tot humanitaire interventie: ,,Oost-Timor is strategisch en economisch van geen enkel belang, ligt niet zoals Kosovo in Europa, vluchtelingen blijven uit Europa's buurt. Maar afwachten, zoals in Rwanda, kan ook niet. De wereld kan het niet maken nogmaals afzijdig te blijven. Wie niets doet, moedigt tirannen aan en verliest zijn zelfrespect.''

Zelfrespect? Dat speelt geen rol in het niet-emotionele, tot op het bot amorele en fundamenteel onverschillige staatsmanschap van Jozias van Aartsen. De internationale gemeenschap `buigt zich serieus' en laat het daarbij. Zij `buigt zich' voor de moordenaars. Straks mogen wij allemaal een buiging maken bij de monumenten voor de slachtoffers en roepen: wij hebben het wel geweten, maar wij hadden dit keer bij de mensenrechten even geen belang.