De wrat

Hij gaat niet meer weg. Dat is zeker. Het leven kan hardnekkig sterk zijn. Op mijn vinger zit een wrat. Een lelijke jongen is het. Hij kwam uit het niets tevoorschijn en ging nooit meer weg. Groter en groter werd hij. De huisdokter doopte een stift in een rokende thermoskan en gaf het ding een opdonder van min 180 graden. Vloeibare stikstof, daar kan geen wrat tegenop. Na een paar dagen zou hij van mijn vinger vallen, zei hij. Vanzelf.

Dat gebeurde ook, jazeker. Maar hij kwam terug. Sterker en groter dan ooit. Alsof hij nooit was weggeweest. Mijn wrat was een taaie. Brutaal als de beul.

Omdat de dokter had gefaald, wendde ik mij tot de alternatieve geneeskunst: met de soldeerbout. Als koude niet helpt dan maar hitte, dacht ik. Ik verbrandde de wrat. De lucht van verschroeid vlees was onaangenaam. De niet geringe pijn eveneens. Waar eens een wrat zetelde zag je nu een zwarte vlek. Hij was weg. Maar niet voor lang.

Ik legde het hoofd in de schoot. Als het leven in een wrat zo sterk is dat hij min 180 graden koude, en de hitte van een soldeerbout kan doorstaan, dan moet hij wel het geheim van het eeuwige leven hebben. Die wrat zou me nog geluk brengen!

Ik liet hem zitten. Een lelijke wrat was het, een soort vulkanisch eilandje. Soms bleef ik eraan haken. Dat deed pijn. Hij zat er tientallen jaren. Veel geluk bracht hij niet.

Ik besloot tot een nieuwe poging. Nu met zuur! Bij de apotheek kocht mijn vriendin tweecomponenten zuur. Dat was modern. De wrattenbestrijding had in dertig jaar niet stilgezeten. Succes gegarandeerd. De wrat werd gelijk keihard. Was hij dood? Ik wist het niet. Hij bleef zitten waar hij zat. Hij viel er niet af zoals in de bijsluiter beloofd. De versteende wrat zat muurvast aan mijn vinger. Als ik er nu aan bleef hangen was de pijn niet mis. Ik zocht naar een verklaring. Onder aan het papiertje stond dat ik in dat geval de dokter moest raadplegen. Maar dat had ik al gedaan. Gelukkig kreeg ik een ingeving. Ik ben een knutselaar. In mijn gereedschapstas zat een reusachtige nijptang. Die gebruikte ik voor alles wat erg vast zat en maar niet los wilde laten. Nu zou blijken of hij dood was of levend.

Ik zette de nijptang aan de voet van de versteende wrat en kneep met de ogen dicht. Hij viel op straat. Onvindbaar. Weg wrat. Zou nooit meer terug komen. Fluitje van een cent.

Hij kwam wel terug!! Beetje bij beetje werd hij weer groter. Haast was geboden. Ik moest het ijzer smeden nu het heet was. Ik verdubbelde de dosis zuur. Dat ging goed. Hij groeide niet meer. De overwinning was binnen handbereik. Ik moest doorzetten. Nu begreep de stervende wrat dat met mij niet viel te spotten. Hij vreesde voor zijn leven. Hij beantwoordde mijn aanval met een stekende pijn in de vinger. Zijn boodschap was duidelijk: als jij zo doorgaat met mij vermoorden kost dat je vinger vriend, zeg het maar! Het zuur deed zijn werk goed. De pijn in mijn vinger hield mij 's nachts wakker. Nooit meer gitaar spelen door een stomme wrat? Aan iedereen gaan uitleggen waardoor ik mijn vinger was kwijtgeraakt? Ik raakte in tweestrijd. De wrat won. Uit solidariteit met mijn vinger gaf ik de strijd op.

We zijn nu twee weken verder. Ik zie een lichte verhoging. Of is het verbeelding? Ik geef me gewonnen. Tegen de tijd dat u deze biografie leest is hij er weer in alle lelijkheid. Ik weet het zeker.