Consensus smoort idealen

Leiderschap is wat Nederlandse politici missen. ,,Zonder moed is een missie gedoemd te mislukken.'' Deel 5 in een serie vraaggesprekken.

Rijdend op zijn fiets langs de Amsterdamse grachten overviel voormalig hoofdcommissaris Eric Nordholt plotseling een gevoel van verbijstering over de term `politieke moed' die in Den Haag vaak wordt gebezigd. ,,Een merkwaardige verbijzondering van het woord `moed', alsof het in de politiek om een minder soort moed zou gaan. Onzin natuurlijk: je bent moedig of niet moedig.''

Niet moedig in het geval van de Nederlandse politici, vindt Nordholt. ,,Angst in het lijf'', signaleert Nordholt bij politici als ambtenaren publiekelijk hun mening geven over bijvoorbeeld het heil van de oorvijg, zoals de politiecommissaris van Tilburg deed. ,,Gebrek aan moed'', ziet Nordholt bij ministers die bij parlementaire enquêtes met onaangename conclusies werden geconfronteerd. ,,De opmerking `Onder mijn verantwoordelijkheid is dat en dat fout gegaan' heb ik nog niet veel gehoord.''

Moed is noodzakelijk voor politieke leiders, vindt Nordholt. ,,Zonder moed is een missie, het uitdragen van een visie, gedoemd te mislukken'', zegt hij. Over het essay dat minister Peper (Binnenlandse Zaken) aan zijn collega's in het kabinet heeft overhandigd is Nordholt dan ook heel tevreden. ,,Peper spreekt over `durf', een wat zachtere vorm van moed.'' En Peper spreekt ook ,,indringend'' over het leiderschap in de politiek, ,,een begrip waarover in Nederland de laatste jaren amper is gesproken''. En daarmee is Peper aan het goede adres bij Nordholt, die nu als `raadgever' (het woord `consultant' vermijdt hij) van `leiderschap' zijn werk heeft gemaakt. ,,Ik spreek niet over management, dat is zo'n egaliserende term voor de vlakke polder. Management is de dekstoelen recht zetten als het cruiseschip zinkt. Leiderschap is mensen hoop bieden. We spreken toch ook niet van kerkelijke of politieke managers, maar van kerkelijke en politieke leiders.''

Maar zijn de politici inderdaad de leiders die ze moeten zijn? ,,Neem nu PvdA-fractievoorzitter Melkert, die nu ook is gaan spreken over leiderschap. Het schijnt dat het fractiebestuur van de PvdA functioneringsgesprekken voert met de leden van de fractie. Daar word ik iebelig van, dat vind ik van zo'n truttigheid. Melkert hoort zoveel autoriteit te hebben dat hij alléén iemand aanspreekt en zegt `zus en zo gaat niet zo goed' — niet met een aantal anderen. En dan is het voor mijn part baas Melkert.''

Het gebrek aan moed en leiderschap past in de politieke cultuur die de laatste jaren is ontstaan in Nederland. ,,Al jaren kennen we een opgang van de economie en zijn regeringen niet geconfronteerd geweest met ernstige crises. Dat is ons poldermodel, dat volgens premier Kok is gebaseerd op consensus en collectieve verantwoordelijkheid'', zegt Nordholt.

,,Maar als je over alles consensus moet bereiken, smoren uiteindelijk je idealen. En bij collectieve verantwoordelijkheid raakt individuele verantwoordelijkheid uit beeld. Het gevolg is een behoedzame en risicomijdende overheid.''

De enquêtes naar de Bijlmerramp en naar de IRT-affaire tonen volgens Nordholt, die bij beide enquêtes als getuige optrad, aan dat Nederland ,,een leiderschapscrisis'' heeft. ,,De mensen die in de huidige hoogtijdagen zijn binnengekomen, zijn niet berekend op een crisis. Als er een ramp is, haal je niet in enkele uren in wat in jaren lang niet goed is geregeld.''

Leiderschap is volgens Nordholt ook het ,,zoeken van talent, van mensen die je kunnen tegenspreken''. De politieke leider van een partij moet de Kamerleden uitkiezen om de visie uit te dragen en niet ,,een of andere commissie, die van het Binnenhof een grijze eenheidsworst maakt''.

De bestuurder moet krachtige ambtenaren aanstellen. Docters van Leeuwen, die door minister Sorgdrager (Justitie) was benoemd tot `super-pg', was zo'n getalenteerde ambtenaar, maar sneuvelde. ,,Je kunt zeggen dat de minister hem niet aankon, maar dat is een beetje flauw. Het systeem kon hem niet aan. Docters moest weg omdat hij een te uitgesproken mens is.''

De zaak-Docters toont volgens Nordholt aan dat ,,een krachtige ambtenaar wel een krachtige bestuurder naast zich moet hebben''. Nordholt, die als commissaris naam maakte als een eigenzinnig ambtenaar, had zo'n krachtige bestuurder naast zich, vindt hij.

Mede dankzij de ,,monsterlijke politiewet'' viel hij weliswaar onder een collectieve politieke leiding – ,,Als je zes bazen hebt, ben je eigen baas – maar toenmalig burgemeester Van Thijn stond altijd vierkant achter hem en dat was ,,niet altijd makkelijk voor Van Thijn''.

In de praktijk is het zo dat het gezag van de minister in twijfel wordt getrokken als een ambtenaar problemen benoemt, aldus Nordholt. ,,Er treedt een enorme verkramptheid op. Het kabinet heeft met succes de hoofdcommissarissen nu de mond gesnoerd, maar is daarmee het gezag van de ministers toegenomen?''

Het wordt tijd dat politici de angst van zich afschudden. ,,Wie doorbreekt de cirkel, dat is de vraag en die slaat natuurlijk allereerst op de eindverantwoordelijke, de premier'', zegt Nordholt en geeft zelf het antwoord: ,,Premier Kok is een autoriteit geworden, maar hij moet nu de stap maken van collectieve naar individuele verantwoordelijkheid.''

Was de vaak duidelijke CDA-leider Brinkman die het in 1994 net niet haalde tegen Kok niet beter geweest? ,,Brinkman als premier vind ik zeker een heel interessante gedachte, zeker nu dit voormalige zondagskind zoveel tegenslagen heeft overwonnen. Ik heb hem wel eens gevraagd: zou uiteindelijk politieke moed — nu zeg ik het zelf ook — uiteindelijk niet lonender zijn?''

(De delen 1 tot en met 4 in deze serie verschenen op 27 en 31 augustus en 4 en 7 september.)