Begijnhof

Op 15 augustus – een passender feestdag laat zich niet denken – keerde een altaarstuk met een voorstelling van Maria's Hemelvaart na ruim 60 jaar terug naar het Begijnhof in Amsterdam, de plaats waarvoor het in de zeventiende eeuw was gemaakt door de schilder Nicolaas Moeyaert. Reden voor grote dankbaarheid en vreugde, want zo kon een kunstwerk opnieuw aan zijn bestemming voldoen en werd het weer meer dan alleen maar mooi.

Uit het artikel in de krant van 16 augustus blijkt dat een bestuurslid van het Begijnhof tegenover de redacteur te kennen heeft gegeven dat tevergeefs voor steun voor de terugkoop werd aangeklopt bij de Vereniging Rembrandt. Dat is niet juist. Niet de stichting Het Begijnhof, die een hele andere roeping heeft dan het tentoonstellen van kunst, maar Museum Amstelkring heeft de Vereniging Rembrandt om financiële steun gevraagd voor het kopen van het schilderij, dat vervolgens aan het Begijnhof in bruikleen zou worden gegeven. Op die manier zou de Vereniging Rembrandt aan de verwerving van het schilderij hebben kunnen bijdragen. Langs deze omweg zouden we binnen onze statutaire doelstelling – het verlenen van steun bij het verwerven van kunst voor openbare, museale collecties – toch steun hebben kunnen geven.

Voordat het bestuur kon beslissen, werd de aanvraag ingetrokken. De stichting had zelf de benodigde middelen bij elkaar gesprokkeld. Dat is een prestatie. Voor enig verwijt in onze richting was en is echter geen reden: steunverlening was zeer wel mogelijk geweest. Die verkeerde indruk wil ik gaarne rechtgezet hebben. Geen boetedoening dus, maar – ook bij de Vereniging Rembrandt – vreugde voor het Begijnhof en voor het Nederlandse kerkelijke kunst- en cultuurbezit.

    • Voorz. Vereniging Rembrandt
    • Mr. J.M. Boll