Asiel en werk 1

Eindelijk waren we zover dat asielzoekers vrijwilligers- of seizoenswerk mogen verrichten: een verbetering ten opzichte van de psychisch slopende situatie van gedwongen nietsdoen. Deze gunst wil minister De Vries blijkens het bericht in NRC Handelsblad van 7 september, in een plicht veranderen. Daarmee slaat hij een heel belangrijke kwestie over: het recht op arbeid, een van de rechten van de mens. Dit geldt ook voor anderen, voorzover zij zich in dit voorstel kunnen vinden (8 september en hoofdartikel 9 september).

Het voorstel komt voort uit twee angsten. In de eerste plaats de angst voor krapte op de arbeidsmarkt. Wanneer asielzoekers in staat worden gesteld hun recht op arbeid uit te oefenen zal deze krapte echter vanzelf verdwijnen. Dat de minister een verplichting nodig acht berust op de misvatting dat asielzoekers liever nietsdoen. Deze misvatting hangt samen met een tweede angst: die voor een grote toestroom van asielzoekers. De minister lijkt werkelijk te denken dat mensen naar Nederland vluchten omdat ze daar kunnen potverteren zonder iets te hoeven doen! Een arbeidsplicht zal geen vluchteling minder naar Nederland brengen. Zij komen veeleer omdat zij verwachten dat hun elders geschonden mensenrechten hier wèl worden nageleefd. Nog afgezien van de vraag of het voorstel geen schending betekent van het verbod van dwangarbeid is echter de naleving van in elk geval één van die rechten, het recht op arbeid, nog onvoldoende gewaarborgd in Nederland. Laat de minister daar eerst eens aandacht aan besteden, voor hij het woord `plicht'in de mond neemt.