Arm, maar gelukkiger

Als het Verenigd Koninkrijk zich nooit bij de Europese Unie had aangesloten, was het misschien een gelukkiger land geweest, heerlijk wegdromend in het verleden. Dan waren ons de karakterloze uitingen van provinciaal nationalisme en nauwverholen xenofobie bespaard gebleven van de zijde van Margaret Thatcher en de haren — de politici die Groot-Brittannië in de jaren tachtig dieper Europa in hebben gevoerd, maar die nu blijkbaar met afschuw op hun werk terugzien.

Terwijl wij vredig dobberden voor de kust van Europa zou onze maatschappelijke discussie beperkt zijn gebleven tot mijmeringen over onze triomfen in de Tweede Wereldoorlog en over heel die bijzondere geschiedenis van ons land. Wij zouden nog sterker toenadering hebben gezocht tot de Verenigde Staten, wie weet als 51ste staat en wij zouden de smart om het verlies van onze soevereiniteit te boven zijn gekomen dankzij de troostrijke gedachte dat wij, Angelsaksische volkeren, tenminste één taal spraken.

De EU zouden op haar beurt de kritiek, de preken en het onophoudelijke negativisme bespaard zijn gebleven die tijdens het grootste deel van het Britse lidmaatschap onze karakteristieke bijdrage hebben gevormd. Dus misschien was ook Europa wel een gelukkiger oord geweest.

Daar staat tegenover dat wij veel armer zouden zijn geweest. Van onze uitvoer gaat immers 58 procent vrij van invoerheffingen naar Europa, terwijl slechts 7 procent van de hele EU-export naar Groot-Brittannië komt. De zakenwereld zou toetreding hebben geëist. De buitenlandse investeerders zouden een duidelijke voorkeur hebben getoond voor de economieën binnen de EU. De nadelen van een geografische ligging binnen Europa, gecombineerd met een rol als politieke en economische outsider, zouden tot een heel ander debat hebben geleid. De Verenigde Staten zouden druk op ons uitoefenen om tot de EU toe te treden, niet in de laatste plaats omdat Washington bevreesd was voor het soort Europees separatisme, vooral op defensiegebied, waarvoor Groot-Brittannië beide zijden van de Atlantische Oceaan altijd had behoed.

Wij zouden geconfronteerd worden met de realiteit waarover de hedendaagse eurosceptici alleen maar kunnen speculeren: het genot van vrij te zijn, maar geen invloed te hebben, van te worden genegeerd, maar onze aard niet te verloochenen. Het was een onhoudbare toestand geweest. Waren de Britten niet in 1973 lid geworden van de EU, dan was het toch lang voor 1999 al wel gebeurd.