28 miljard armer

Hoe zou het gegaan zijn als Oostenrijk niet voor het EU-lidmaatschap had gekozen?

Maar al te graag klaagt men in Oostenrijk dat dit land in vergelijking met vele andere EU-landen niet al te vernieuwend zou zijn, dat het ondanks 29 jaar sociaal-democratisch bewind uiteindelijk toch vooral conservatief en gezagsgetrouw is, terwijl besluiten sowieso in een mannenwereldje worden genomen. De bevolking zou onvoldoende bereid zijn risico's te nemen en meestal het zekere voor het onzekere nemen. De invloed van de staat zou veel te groot zijn, evenals die van de sociale partners, met als typisch voorbeeld het verplichte lidmaatschap van een Kammer (beroepsvereniging), wat voor niet-Oostenrijkers onbegrijpelijk is.

Hoewel dit alles in grote lijnen nog altijd waar is, is door de toetreding van Oostenrijk tot de EU toch al geweldig veel veranderd. Anders zou de liberalisatie bij de telecommunicatie- en energiebedrijven bijvoorbeeld niet in de huidige vorm hebben plaatsgevonden, zeker niet in zo korte tijd. De groeiende buitenlandse investeringen in onze economie en de stimulering van de vestiging van buitenlandse ondernemingen getuigen van een ontvankelijkheid voor de markt die niet uitsluitend door het wereldwijd heersende tweespan technologie en kapitalisme is afgedwongen. Een onderzoek van het Instituut voor Onderzoek van de Economie heeft onlangs uitgewezen dat de welvaart in Oostenrijk dankzij het EU-lidmaatschap met 28 miljard schilling is toegenomen.

Vooral de jongere generatie kan het wegvallen van de landsgrenzen zowel verstandelijk als gevoelsmatig werkelijk volgen. Er ontwikkelt zich een meer internationaal georiënteerd klimaat. Het is een feit dat steeds meer Oostenrijkers in gedachten omschakelen, dat steeds vaker naast de schilling ook de euro opduikt. Ook dat komt in een steeds sterker wordend Europa-gevoel tot uiting.

Er zijn ingrijpende veranderingen gaande, die zonder de van de EU uitgaande druk tot aanpassing, door de behoudende krachten in het land nooit zonder tegenstribbelen zouden zijn aanvaard. Zonder de EU-richtlijnen als stok achter de deur had de politiek daarvan slechts weinig kunnen realiseren. Oostenrijk zou verregaand verstard zijn in de oude structuren, afgesloten van de rest van de wereld.

Ten slotte zou het goed kunnen dat FPÖ-leider Jörg Haider dan allang in de regering had gezeten. Een belangrijke overweging voor de ÖVP om geen coalitie met die rechtse partij aan te gaan, was tot nog toe altijd dat de FPÖ vroeger Oostenrijks toetreding bestreed en dat zij thans de uitbreiding van de EU op de lange baan wil schuiven. Nu Thomas Prinzhorn is aangetreden als FPÖ-lijsttrekker voor de parlementsverkiezingen van 3 oktober, zou Oostenrijk weleens een ommekeer te wachten kunnen staan die vele Oostenrijkers hoe dan ook zouden willen verhinderen. Prinzhorn is de man van de connectie met de ÖVP.