Zwendelpraktijken van echte mensen

Je hebt mensen die dronken over een balustrade vallen en dan de fabrikant aanklagen wegens ondeugdelijke produktie. De advocaat die ze daarbij inschakelen heet een `personal injury'-advocaat, vandaar de titel van het nieuwe boek van Scott Turow (de schrijver van Presumed Innocent uit 1987 dat in 1990 werd verfilmd met Harrison Ford in de hoofdrol). Maar de titel verwijst niet alleen naar falende remmen en instortende steigers: hij slaat ook op het lijden van personal injury-advocaat Robbie Feaver en zijn jonge vrouw Lorraine, die verlamd door multiple sclerose op bed ligt.

Feaver heeft zijn leed vooral aan zichzelf te danken. In het eerste hoofdstuk wordt hij opgebracht door de Amerikaanse belastingdienst IRS, wegens zwart geld. Hij blijkt de spil in een grootschalige omkoopaffaire die Feaver en allerlei befaamde rechters inmiddels puissant rijk heeft gemaakt. In ruil voor strafvermindering wordt Feaver spion voor de FBI: bij zijn bezoekjes aan medezwendelaars is hij voortaan behangen met afluisterapparatuur en micro-camera's.

Het verzamelen van bewijslast om de malafide rechters te ontmaskeren duurt zes maanden, oftewel 400 bladzijden. Er worden microfoons in achteruitkijkspiegels geplaatst, banden lekgeprikt, quasi-toevallige ontmoetingen geënsceneerd met verdachte rechters en hun tussenpersonen. FBI-agenten worden ingevlogen om undercover als secretaresse op het advocatenkantoor te werken en zo Robbie Feaver in de gaten te houden, of als collega-advocaat nepzaken te entameren. Een rechter aanhouden behoeft wat voorbereiding.

Maar is het interessant? Scott Turow, zelf werkzaam als openbare aanklager in Chicago, vindt ongetwijfeld van wel. Hij kan maar geen genoeg krijgen van de juridische haken en ogen en de formele voorwaarden waaraan de FBI in deze zaak moet voldoen. Maar voor de leek is het vooral verbijsterend. In wat voor hopeloze plot is Turow verzeild geraakt? Welke lezers, anders dan vakbroeders, willen zich in deze rompslomp verdiepen?

Wonder boven wonder is er toch iets dat de zwakke intrige doet vergeten en dat is Scott Turows weergaloze stijl. Hij weet hoe echte mensen praten, stoere verhalen houden en hoe ze zich voelen. Zo is Robbie Feaver een ex-playboy die nu zijn zieke vrouw verzorgt. De beschrijvingen van hun onverminderde liefde, de manier waarop hij probeert haar moed in te praten, en hoe hij vervolgens weer omschakelt naar de aalgladde verklikker, zijn fantastisch. Ook agente DeDe, die hier als `Evon Miller' voor zijn assistente doorgaat, groeit van bleke dienstklopper tot naar verliefdheid hunkerende lesbienne.

De scènes bij Robbie thuis, en de ontmoetingen tussen Evon – als vertegenwoordigster van de staat – en Robbie – de vleesgeworden hybris van de rechtsorde – zijn de sterkste in Personal Injuries. De aandacht voor zwendelende advocaten en rechters is eigenlijk zonde van Turows psychologische inzicht. Al zijn de beschrijvingen van hun intellectuele onvermogen weer hilarisch. Een van de rechters wordt als volgt gekarakteriseerd: `The guy can't zip his fly without an instruction book'.

Scott Turow: Personal Injuries. Farrar, Straus and Giroux, 403 blz. ƒ67,50

    • Hester Carvalho