Zero Kelvin

IJs. Het woord alleen al is mooi. De harde `s', de langgerekte IJ op hoge poten. En dan hebben we het nog geeneens over het gevoel wat het teweegbrengt om erover te lopen of te schaatsen. Gelukkig voor schrijvers en filmmakers kun je er ook nog flink wat symboliek op loslaten: de bevroren toestand van iets wat ooit beweeglijk was, de maagdelijkheid, de kilheid, de leegte. De Noorse filmmaker Hans Petter Moland zag in de ijskap van Groenland, na Antarctica de grootste ter wereld, nog iets anders: de contouren van de hel.

In het begin van zijn film Zero Kelvin zien we de hellepoort: bergen waarvan je door de kadrering niet weet of het heuvels zijn of reusachtige bergkammen, en ijsscheuren met een peilloze diepte. In de jaren twintig besloot de avontuurlijk jonge dichter Henrik hier een jaar van zijn leven door te brengen. Hij sluit zich aan bij een zwijgende wetenschapper en een misantropische pelsjager (goed smerig gespeeld door Stellan Skarsgard, bekend uit Breaking the Waves), die gekozen hebben voor de eenzaamheid en hun dagen in een Groenlandse hut slijten. Hun enige verzetje is het drinken van de alcohol waar de wetenschappelijke preparaten in worden bewaard.

,,Wat komt die zielige schapekut hier doen?'' schreeuwt de pelsjager. ,,Een boek schrijven over de jagende mens'', stamelt de bibberende dichter. Zijn romantische inborst wordt vervolgens zwaar op de proef gesteld, want de sfeer daalt richting het absolute nulpunt. De hel blijkt helemaal niet te bestaan uit de gierende wind, de luizen en het voedselgebrek, maar uit de ander, zoals Sartre dat al signaleerde in Huis Clos. De jager en de poëet beginnen een psychologisch en later fysiek gevecht op leven en dood. ,,Ik ben geen mens, ik ben je noodlot'', zegt de jager, en aan je noodlot ontsnap je doorgaans niet.

Die onvermijdelijkheid – reken niet op een verzoening – geeft de film zijn claustrofobische sfeer, die ook voor de kijker zeer onaangenaam is. De dichter verandert langzamerhand in de wrede `ander', en daarbij mag de kijker, vond regisseur Moland terecht, niet lekker onderuit zakken. Alhoewel je stiekem toch altijd even kan ontsnappen door langs de worstelende mens te kijken, naar een glinsterende gletsjer in de verte.

Zero Kelvin (Hans Petter Moland, 1996, Noorwegen), Ned.3, 23.10-1.03u.