Vrijende vliegen

Als er bij je thuis een groene biobak staat ken je ze vast wel: fruitvliegjes. Ze zijn ongeveer één centimeter groot, hebben meestal rode ogen en een geelbruin achterlijf. Fruitvliegen zijn dol op de biobak. Voor hun is het een vijfsterren-restaurant. Ze zijn dol op rottende stukjes banaan, ze doen zich te goed aan weggegooide stukjes tomaat, meloen en ander fruit. Als je de biobak niet op tijd schoonmaakt, stikt het in je huis binnen de kortste keren van de fruitvliegen. Dat is vreselijk irritant.

Aan de andere kant, fruitvliegen zijn erg interessant. Ze worden al tientallen jaren gebruikt voor genetisch onderzoek. Er zijn laboratoria waar onderzoekers zich de hele dag alleen maar met fruitvliegjes bezig houden. Ze kweken miljoenen en miljoenen van die vliegjes. De onderzoekers proberen te achterhalen wat de genen van de fruitvliegen precies doen.

Een fruitvlieg bestaat uit ongeveer 100.000 cellen, in iedere cel zitten 15.000 genen. Die genen bepalen hoe de vlieg eruit komt te zien, waar de vleugels komen te zitten, waar de poten en de ogen, hoeveel haren hij op zijn rug krijgt, wat de kleur is van zijn ogen. Genen zorgen er ook voor dat het beest ademt, dat hij energie uit zijn eten haalt, dat hij zich voortplant. Eigenlijk beïnvloeden ze alles wat er in het lichaam gebeurt. Dat doen ze trouwens niet alleen bij fruitvliegen. Alle dieren en planten hebben genen. De mens heeft er in elke cel zo'n 80.000.

Om te achterhalen wat een gen precies doet, worden fruitvliegen bestraald met röntgenstralen. Of ze krijgen een giftig stofje te eten. Daardoor krijgen ze nakomelingen waarbij sommige genen niet meer werken. Mutanten, noemen ze die vliegen. Er zijn mutanten waarbij het gen voor de oogkleur niet meer werkt. Die vliegen hebben witte ogen. Zo zijn er ook fruitvliegen met kromme vleugels, met ogen op de poten, fruitvliegen die voortdurend trillen, die niet meer weten wanneer het dag of nacht is, die extreem dom zijn of die niet meer willen vrijen. Er zijn fruitvliegen die uit het ei komen, wat rondlopen en dan opeens dood neervallen. Die mutanten noemen ze drop dead, dat is Engels voor `val dood'.

Er zijn ook homosexuele vliegen. Normaal paart een mannetjesvlieg met een vrouwtjesvlieg. Dat gaat als volgt: het mannetje gaat tegenover het vrouwtje staan. Vervolgens spreidt hij een van zijn vleugels uit. Die begint te trillen en te zoemen. De fruitvlieg speelt als het ware zijn liefdeslied. Op een gegeven moment draait het vrouwtje zich om, alsof ze niet geïnteresseerd is in het mannetje. Hij holt achter haar aan totdat hij weer oog in oog met haar staat. Vastberaden spreidt hij zijn vleugel weer uit. Het liefdeslied klinkt weer. Dat gaat zo even door totdat het vrouwtje een sein geeft. Het mannetje krijgt het ja-woord. De vliegen gaan vrijen.

Soms beginnen mannelijke fruitvliegen te zingen voor andere mannetjes. Dat gebeurt niet vaak. Normaal stoten mannetjes elkaar af. Maar het komt wel eens voor dat ze elkaar opzoeken. Er lopen drie, vijf, soms wel tien mannetjesvliegen achter elkaar aan. Ze paren niet, ze sjokken alleen voort, en af en toe zoemen ze met een vleugel. Die mutanten noemen ze fruitless, Engels voor `zonder vrucht'. Deze mannetjes krijgen nooit nakomelingen omdat ze niet met vrouwtjes paren. Welk gen, of welke genen, ervoor zorgen dat een mannetje homosexueel wordt is nog niet bekend. Daar zijn de fruitvlieg-deskundigen nog naar op zoek.