Perskoncentratie

Wegener Arcade heeft voor 1,8 miljard de vijf kranten van de VNU overgenomen. Daarvan zal De Limburger direct voor 400 miljoen aan De Telegraaf worden doorverkocht. De vakbonden reageerden `redelijk positief' op de overname. Het zal straks even pijn doen als De Limburger met het Limburgs Dagblad zal fuseren en er ook in Twente nog maar één krant overblijft, maar alle betrokkenen zullen zich er stilletjes bij neerleggen als het aantal gedwongen ontslagen beperkt blijft.

Dat is wel eens anders geweest. In de tijd dat ik nog als jong studentje in Utrecht op de School voor de Journalistiek zat, maakte men zich bijzonder druk over het verschijnsel van de persconcentratie. Nou ja, in 1972 werd het nog met een k gespeld als: Perskoncentratie. Ik bezit zelfs nog een boek uit die tijd met die titel. De linkse uitgeverij SUN gaf het uit in een serie, waarin ook enkele prachtboeken van Ernst Mandel waren opgenomen, zoals `Inleiding in de marxistiese ekonomie' en `Lenin en het probleem van het proletaries bewustzijn'. Op de omslag staat ook nog zo'n links confectietekeningetje van Opland, dus telkens als ergens in Nederland weer een paar kranten worden verkocht, pak ik dat SUN-boek vertederd uit mijn boekenkast.

Perskoncentratie was het resultaat van een werkgroep, die onder meer bestond uit Hein Roethof, Jan Rogier, Rudie van Meurs en Lidi van Marissing. Ja, de tijd gaat snel. Roethof en Rogier zijn dood, Van Meurs is, geloof ik, wethouder geworden in een of ander dorpje en of Lidi van Marissing nog proletarische gedichten schrijft, weet ik niet. Het doel van de werkgroep was velerlei, maar `het bestuderen van de rol van de pers in de burgerlijke openbaarheid' en `het krities doorlichten van eventuele alternatieven op relevantie van de tegenopenbaarheid' namen een belangrijke plaats in.

Uiteraard beschouwde de werkgroep perskoncentratie als een verderfelijk fenomeen. `De vrijheid van onderneming werd de krantenfabrikant een dwangbuis', constateert men verdrietig, `begrippen als kreativiteit en artisticiteit moeten plaats maken voor rentabiliteit, rationalisering, mechanisering en automatisering'. In veel van wat er in het boek staat, herken ik nog de stijl van Jan Rogier. Een voortschrijdende perskoncentratie, zo wordt voorspeld, zal leiden tot radicale politisering van journalisten. Zij zullen het niet langer nemen, zij zullen in opstand komen, want zij zullen zich ervan bewust worden dat zij alleen nog worden gebruikt om het kapitalisme in stand te houden.

Voor journalisten betekent het `kapitalistiese komplex waarin zij moeten werken dat in de kranten alleen nog de heersende mening serieus wordt genomen'. Zij moeten echter wel beseffen dat een subjektieve en emotionele benadering doodloopt in machteloosheid zo lang er geen tegenwicht wordt gezocht in een rationele analyse van de maatschappelijke situatie, `een analyse die de eigen kracht en zwakheden binnen de objektieve verhoudingen aan het licht brengt en realistiese akties tot gevolg kan hebben'. Maar helaas, zo wordt tandenknarsend geconstateerd, `is er onder journalisten vooralsnog nauwelijks sprake van klassebewustzijn'.

Ook nooit gekomen, zou je zeggen.

Rogier heeft als voorzitter van de Amsterdamse Pers destijds nog een razende brief aan Marga Klompé geschreven, de toenmalige minister van Cultuur, waarin hij vaststelde `dat het verschijnsel van de persconcentraties de democratie ondermijnt, daar grote groepen van de bevolking de materiële mogelijkheden worden (sic) onthouden om informatie naar eigen keuze te ontvangen'. Op een stijlfoutje meer of minder, keek Rogier niet. Wel kreeg hij een brief terug met de mededeling dat de minister met belangstelling kennis had genomen van de opvattingen van de werkgroep, maar daar bleef het bij.

Het is er ook altijd bij gebleven. Aardig is nog het hoofdstukje waarin de werkgroep mogelijk oplossingen aandraagt om het monster van de perskoncentratie het hoofd te bieden. De werkgroep ziet wel iets in wat `het Joegoslavische model' wordt genoemd. Dat is tenminste een land waar de ondernemingen zelfbestuur hebben en de produktiemiddelen toebehoren aan de gemeenschap. En wat helemaal ideaal is: `De pers hoeft zich daar niet meer te verantwoorden tegenover de regering en de openbare lichamen, maar tegenover het publiek'. Zou Miloševic dit boekje ook in zijn kast hebben staan? Ik zeg het nog maar eens: alles verandert altijd anders dan je denkt.