Kate Millett: Sexual Politics, 1969

Het jaar 1969 was cruciaal voor de vrouwenbeweging. In de Verenigde Staten had de zwarte burgerrechtenbeweging, waarin veel vrouwen actief waren, velen de ogen geopend voor allerlei vormen van maatschappelijk onrecht. Er volgde een kettingreactie van protestbewegingen: tegen de verstikkende seksuele moraal, tegen de oorlog in Vietnam en uiteindelijk tegen `het establishment', de gevestigde maatschappelijke orde als geheel. Zoals de beweging voor de afschaffing van de slavernij in de vorige eeuw leidde tot de eerste feministische golf, zo groeide nu uit de protestbeweging een politiek bewustzijn en een brede beweging voor vrouwenemancipatie die vele segmenten van de Amerikaanse maatschappij omvatte. Betty Friedans National Organization of Women (NOW) vertegenwoordigde daarin het gematigde middenveld dat streed voor gelijke beloning, het recht op abortus en dergelijke basisrechten.

Veel vrouwen ging dit echter, geheel in de geest van de tijd, niet ver genoeg. Zij beseften dat het niet uitsluitend ging om objectieve en tastbare veranderingen in wetgeving, noch alleen om het veroveren van een plaats in economie en politiek. Het bewustzijn moest veranderd, in de eerste plaats dat van de vrouwen zelf. `Consciousness raising' werd de katalysator van een meer radicaal feminisme, dat uiteindelijk tot diepgaande en blijvende veranderingen in de verhoudingen tussen de seksen zou leiden.

De belangrijkste theoretische basis van deze nieuwe vorm van feminisme was het boek Sexual Politics van Kate Millett, dat in 1969 verscheen. Nu, dertig jaar later, leest het als een programmaverklaring van het academische feminisme, dat halverwege de jaren zeventig vorm begon te krijgen in de aan vele universiteiten ontstane vakgroepen Vrouwenstudies. Zij definieerde sekse als een status-categorie met politieke implicaties, waardoor zij – als eerste – een theoretische analogie tussen seksisme en racisme kon construeren. De hierop gebaseerde analyse van wetenschappelijke theorieën op het gebied van psychologie (Freud en diens navolgers), sociologie en culturele antropologie toonde aan dat deze in sterke mate cultureel bepaalde vooroordelen ten aanzien van sekse weerspiegelen én versterken.

Als eerste zag Millett het belang van de psychologische gevolgen van vrouwenonderdrukking: door de internalisering van `patriarchale' opvattingen ontwikkelen vrouwen van jongs af aan een negatief zelfbeeld. De constructie van de koppeling van seks en geweld als een gevolg van de bestaande machtsverhoudingen werd een zeer belangrijk thema in de tweede feministische golf. Sexual Politics legt daarvoor een belangrijke theoretische basis. Buitengewoon interessant is het derde deel van Sexual Politics, met uitgebreide en diepgaande analyses van het werk van vier schrijvers die op verschillende manieren seks(e) en macht tot hun onderwerp maakten: D.H. Lawrence, Henry Miller, Norman Mailer en Jean Genet. Milletts grote belezenheid en analytisch vermogen maken nog steeds indruk, vooral omdat zij niet alleen in staat was literaire waardering op te brengen voor politiek zeer incorrecte literatuur (p.c. bestond nog niet), maar bovendien haar hartstochtelijke polemiek door haar gevoel voor humor leesbaar wist te houden: eigenschappen die men in de meeste feministische literatuur van de jaren zeventig en tachtig node mist.

Millett plaatste haar analyse van de patriarchale maatschappij in een historisch kader. Het tweede deel van Sexual Politics beschrijft de eerste feministische golf (1830-1930) en de reactie erop, de `contrarevolutie' van 1930 tot 1960. Het belang van een dergelijk kader voor wat de tweede feministische golf zou worden, is duidelijk: niet alleen kon de beweging zich zo in een historische continuïteit plaatsen, maar door inzicht te verschaffen in wat wel en wat niet bereikt was in de eerste fase, kon de vrouwenbeweging in de jaren zeventig als het ware de draad weer oppakken. Tegelijkertijd laat de geschiedenis zien dat een revolutionaire verandering van deze omvang, die alle aspecten van het menselijk bestaan omvat: economie, politiek, psychologie, seksualiteit, zich noodzakelijkerwijs uiterst traag voltrekt.

Het tergend langzame tempo van verandering werd sommigen te veel, eind jaren zestig: een jaar voor Sexual Politics verscheen het SCUM Manifesto van Valerie Solanas, waarbij SCUM staat voor Society for Cutting Up Men. Als uiting van de woede en pijn over het onderdrukt zijn, is het te beschouwen als de feministische tegenhanger van Eldridge Cleavers Soul on Ice. De kern van Solanas' boodschap, de onveranderbaarheid van de houding van mannen ten opzichte van vrouwen en de vrouwelijke superioriteit, werd de basis voor het radicaal feminisme, dat sekse-separatisme voorstond.

Het is opvallend, en waarschijnlijk veelzeggend over de zakelijke jaren negentig, dat van het feminisme op dit moment niet veel meer te merken is dan het verschijnsel carrière-vrouw. Het ideaal van een ingrijpende verandering in rolpatronen en opvattingen over wat `mannelijk' en wat `vrouwelijk' is, lijkt verschraald tot een (in veel gevallen niet meer dan symbolisch) `eerlijk delen' van huishoudelijke taken. Dat neemt niet weg dat er geaccepteerde alternatieven zijn; dat wie kiest voor het traditionele rollenpatroon dit niet meer doet vanuit de zekerheid dat het `zo hoort'. Maar ook de ideologische zekerheden van het feminisme zijn verdwenen of verzwakt: het al dan niet bestaan van aangeboren `mannelijke' en `vrouwelijke' eigenschappen lijkt bij nader inzien niet echt relevant – voor Kate Millett was het nog een onwrikbaar dogma dat alle niet-lichamelijke verschillen zijn aangeleerd. De in de jaren zestig en zeventig veel gesmade `hervormingen' lijken uiteindelijk de beste overlevingskansen te hebben: moeizaam veroverde millimeters als een betere abortuswetgeving, iets meer vrouwen op belangrijke posities in de politiek (en hier en daar zelfs in het zakenleven), iets meer economische onafhankelijkheid.

Naast het in Sexual Politics met veel revolutionaire romantiek verwoorde ideaal van een radicaal andere maatschappij lijkt het bijna niets. Dat is echter gezichtsbedrog: de tweede feministische golf heeft onomkeerbare veranderingen teweeggebracht. Het is een grote verdienste van Kate Millett dat zij inzag dat het dit keer niet moest blijven bij het veroveren van rechten (de eerste feministische golf ebde weg na het verkrijgen van het stemrecht voor vrouwen), maar dat de nadruk zou moeten liggen op verandering van opvattingen en gedrag. Het netto resultaat van de experimenten die volgden is bescheiden, maar onmiskenbaar doorgedrongen in de hele samenleving. Het feminisme, of wat breder: de vrouwenemancipatie, zal zonder enige twijfel de belangrijkste sociaal-politieke beweging van de twintigste eeuw blijken te zijn geweest. Niet omdat er meteen eclatante successen werden geboekt, maar wel omdat het in tegenstelling tot de ideologieën die deze eeuw geteisterd (en soms verrijkt) hebben, de enige is die een onomkeerbare maatschappelijke verandering teweeg heeft gebracht, vergelijkbaar met de overgang van het feodalisme naar de burgerlijke maatschappij aan het einde van de Middeleeuwen.

Kate Millett: Sexual Politics, Ballantine Books, uitverkocht.