KANTSJELI

Magisch mythisch en angstwekkend archaïsch, daarbij niet zelden balancerend op het randje van het banale: zo klinkt het werk van de Georgische componist Giya Kantsjeli. Hetzelfde geldt voor de Pool Gorecki, de Estlander Pärt en de Oekraïner Silvestrov. Maar het verschil is dat zij alle drie eerst experimenteerden alvorens in de ,,nieuwe spiritualiteit'' te belanden. Kantsjeli heeft nooit Westers modernistisch gecomponeerd. Zijn achtergrond is Bach, Verdi, Rimsky en vooral de Georgische volksmuziek.

In de ECM New Series verscheen een representatief Lament uit 1993 (revisie 1995), geïnspireeerd door een gedicht van Hans Sahl. Het vormde aanvankelijk een onderdeel van een project met Nono die echter voortijdig overleed, vandaar de subtitel `Muziek ter herinnering aan en in rouw om Luigi Nono' en vandaar dat al snel het Dies irae opduikt. De bezetting is viool, sopraan en orkest en het werk duurt 42 minuten al heb je na afloop eerder het gevoel uren te hebben geluisterd; je raakt volkomen gedesoriënteerd. Violist Gidon Kremer, niet zelden in een zigeunerachtige zwier, draagt de uitvoering, bijgestaan door een engelachtige Maacha Deubner, terwijl het Symfonie Orkest van Tibilisi tucht toont. Wat je hoort zijn spaarzame splinters in sobere sereniteit, soms Sacre-akkoorden, maar ook een wat kinderlijke ornamentiek, naast romantische pathetiek. Heel bijzonder in zijn ongrijpbaarheid maar beslist af te raden voor nerveuze naturen. Zondag 7 november gaat in Amsterdam een nieuw werk van Kansjeli in première voor altviool, koor en orkest waarvan de bezetting vergelijkbaar is met dit Lament.

Kansjeli: Lament. ECM New Series 465138-2.