Kansen voor enige man die saaier is dan Al Gore

Bill Bradley is de kandidaat voor de Democraten die van Clinton af willen.

Bill Bradley heeft Al Gore al aan het schrikken gemaakt. De vice-president is nog steeds favoriet in de strijd om de Democratische nominatie voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar, maar Bradley, die zich deze week officieel kandidaat stelde, heeft zich ontpopt als een verrassend sterke rivaal.

Terwijl Gore de afgelopen maanden worstelde met kleine blunders (hij werd een mikpunt van spot door zijn bewering dat hij Internet had uitgevonden), legde Bradley zonder veel ophef een stevige basis voor zijn campagne. Hij klom langzaam maar zeker in opiniepeilingen in Iowa en New Hampshire, de deelstaten waar in februari de eerste voorrondes voor de verkiezingen worden gehouden. Hij raakte bij veel Democraten een gevoelige snaar door de strijd tegen de armoede hoog op zijn agenda te zetten. En hij dwong respect af door alvast twaalf miljoen dollar in te zamelen – minder dan de 17,5 miljoen van Gore, maar genoeg om te bewijzen dat hij een achterban heeft die in hem gelooft.

De 56-jarige Bradley, van 1979 tot 1997 senator voor New Jersey, was al een beroemdheid lang voor hij de politiek in ging. Amerika leerde de boomlange Bradley in de jaren zestig kennen als een formidabele, innemende basketbalspeler. Hij maakte deel uit van het Olympisch team dat in 1964 een gouden medaille won en in de tien jaar dat hij voor de New York Knicks speelde, won hij twee keer de kampioenstitel.

Een jaar na de afsluiting van zijn sportieve carrière won hij, 35 jaar oud, een zetel in de Senaat. Speculaties over presidentiële ambities dateren al van zijn studententijd in Princeton. Net als Bill Clinton studeerde hij met de prestigieuze Rhodes-studiebeurs in Oxford, waar hij cum laude zijn masters-graad haalde.

Bradley, getrouwd met een hoogleraar Duitse literatuur, had in de Senaat de reputatie een scherp denker met een brede visie te zijn, die politiek niet altijd makkelijk te plaatsen was. Hij stemde in 1981, als een van de weinige Democraten, voor de bezuinigingen van president Reagan, maar wel tegen zijn belastingverlagingen.

Hij was één van slechts twee senatoren die stemden tegen de benoeming van Alan Greenspan als voorzitter van de Fed, het stelsel van Amerikaanse centrale banken, omdat de Republikein te weinig internationale ervaring had. Hij zette zich in voor de schuldenverlichting van Derde-Wereldlanden, was in 1986 de drijvende kracht achter een grote vereenvoudiging van het complexe Amerikaanse belastingsysteem, en was, en is, een tegenstander van de hervorming van de bijstand die Clinton doorvoerde.

Een groot redenaar of een charismatisch leider is de gereserveerde Bradley niet. Hij wordt wel eens de enige man genoemd die saaier is dan Al Gore. Maar hij lijkt zich wel volkomen op zijn gemak te voelen.

En daarmee onderscheidt Bradley zich van de vice-president, die als kandidaat nog altijd onzeker en verkrampt overkomt.

Er zijn belangrijker verschillen tussen de twee Democraten. Bradley, die zich in 1996 niet herkiesbaar stelde om zich rustig te kunnen bezinnen op zijn toekomst, heeft enige afstand tot Washington en tot de huidige regering. Gore is, of hij het nu leuk vindt of niet, de politieke erfgenaam van Clinton. Dat kan een voordeel zijn als de kiezers vóór alles de economische voorspoed willen veiligstellen. Het kan een nadeel zijn als ze genoeg hebben van Clinton.

Zonder de naam van Gore vaak te noemen, deelt Bradley steeds meer steken onder water uit. Gisteren kritiseerde hij de Rusland-politiek van de regering, waar Gore steeds nauw bij betrokken is geweest. Bradley pleit, meer dan Gore, voor maatregelen om het vuurwapenbezit aan banden te leggen. En ook met zijn plan om de financiering van verkiezingscampagnes op de helling te zetten, gaat hij verder dan de vice-president.

Toen Bradley in 1995 aankondigde dat hij de Senaat zou verlaten, verklaarde hij dat het politieke systeem ,,kapot'' was, wegens de invloed van het grote geld, en dat hij teleurgesteld was in de Democratische partij. Even was er sprake van dat hij toen al een gooi naar het Witte Huis zou doen als onafhankelijke kandidaat, `a thinking man's Ross Perot', zoals The New York Times toen schreef. Het kwam er niet van, en Bradley heeft zich weer met zijn partij verzoend. Maar hij gelooft nog steeds dat hij, anders dan Gore, in staat is om onafhankelijke en zelfs Republikeinse kiezers te trekken. En met de steun van bevriende sporthelden als Michael Jordan en Phil Jackson, zijn oude ploeggenoot die later coach van de Chicago Bulls werd, hoopt hij kiezers te trekken die doorgaans niet stemmen. Volgens recente peilingen zouden Gore en Bradley in New Hampshire nu ongeveer even sterk zijn. Opiniepeilingen suggereren ook dat Bradley de beste kans maakt om de Republikeinse favoriet George W. Bush te verslaan.

Bradley heeft zijn campagne tot nog toe geconcentreerd op de staten waar de voorverkiezingen beginnen, en New York (Wall Street) en Californië (Hollywood en Silicon Valley) waar hij belangrijke geldschieters heeft aangeboord. Gore heeft ook in de rest van het land een netwerk van campagnewerkers. Zijn campagne haperende de afgelopen maanden, maar de verkiezingen zijn pas in november volgend jaar en de voordelen voor een zittende vice-president zijn altijd groot. Bovendien geniet Gore de steun van een groot deel van de vakbeweging, van veel partijfunctionarissen en van bijna 70 procent van de Democraten. Bradley gokt erop dat hij de favoriet in Iowa of New Hampshire kan verslaan, in de hoop bij Democraten in de rest van het land de twijfels over de levensvatbaarheid van Gore's kandidatuur aan te wakkeren.

    • Juurd Eijsvoogel