In `literaire freefight' is vrijwel alles geoorloofd

Gestoken in glimmende badjassen hielden dichters uit drie steden gisteren het eerste `literaire freefight' om de Gouden Schrijfmasjien. De publieksfavoriet haalde 110 decibel op de applausmeter.

De entourage loog er niet om: een ring met stootkussens, rode bokshandschoenen en grote portretten van Mohammed Ali aan weerszijden van het podium. De Utrechtse concertzaal Tivoli had zich, geheel in overeenstemming met het ietwat studentikoze karakter van de avond, goed voorbereid op haar eerste `Literaire Freefight'. De avond werd georganiseerd door de Stichting Singel Singel Schrijfmasjien, die vorig jaar al Utrecht uitriep tot `beste schrijversstad van Nederland'.

Teams van schrijvers uit Utrecht, Den Haag en Groningen streden gisteravond om de Singel Singel Schrijftrofee, een Gouden Schrijfmasjien, voor de beste schrijversstad van Nederland. Grote afwezige was Amsterdam, nadrukkelijk níet uitgenodigd. Zo nadrukkelijk, dat presentator Jack Nouws (`Ik had het A-woord eigenlijk niet willen laten vallen') per ongeluk al in de eerste minuut de stad in één adem noemde met de woorden `beste schrijversstad'.

De slagschaduw van het A-woord kon de rest van het programma echter nauwelijks verstoren. Dat bestond uit drie rondes van elk drie optredens, een uit iedere stad, plus drie entr'actes. De jurering lag in handen van het publiek, overwegend jong, trendy en afkomstig uit Utrecht, dat zijn waardering kon tonen door zo hard mogelijk te klappen, waarna de intensiteit van het applaus werd gemeten door een decibelmeter in de zaal. Boe-roepen had dus geen zin.

In een freefight, kondigde Nouws aan, is alles geoorloofd: proza, poëzie, muziek of `performance'. De meeste deelnemers maakten er een combinatie van. Nadat twee bevallige dames in hotpants de bordjes voor de eerste ronde hadden opgehouden, sprong als eerste de Haagse `hardcore-punkdichter' Boozy het podium op, net als de overige deelnemers gekleed in een glimmende badjas. Boozy (`Om de aggressievuh stemming effuh te dimmuh nu eerst een romantisch gedicht') maakte minstens zoveel indruk met zijn energieke straatvechtersuiterlijk – enorme getatoeëerde schouders, geschoren hoofd en piercings – als met zijn Haagse `straatpoëzie'.

Opvallend was dat veel succesvolle optredens een zeker stand-up comedy-element bezaten, bijvoorbeeld de hilarische verhalen van doorgewinterde Hagenees Adriaan Bontebal. Vooral zijn `Dinsdagochtend winkelcentrum Mariahoeve', een ratelende monoloog van een bejaarde vrouw, maakte hem tot de grote publieksfavoriet, met 110 decibel. Eveneens hilarisch waren de absurd-knullige gedichten-met-videoclip van de Groninger Mathijs Deen.

Timing bleek telkens weer cruciaal, zoals ook in het niet speciaal komische, maar indrukwekkende duo-optreden van Arjan Witte en Ingmar Heytze (Utrecht). Op twee elektrische gitaren speelden ze zachte bluesachtige melodieën, die ritmisch perfect aansloten bij hun gedichten. Hun stadsgenoot Tommy Wieringa bleef dicht bij het thema van de avond en bewees, met geen andere hulpmiddelen dan zijn sonore stem en een perfecte voordracht, een zaal ademloos te kunnen laten luisteren naar wat op de keper af niet eens zo'n uitzonderlijk verhaal was over een vechtpartij na een avondje stappen.

Op het programma viel niets aan te merken, op de lengte ervan (zo'n vier uur) wel. Dit lag grotendeels aan de veel te lange pauzes tussen de rondes en de entr'actes, drie bands uit de verschillende steden, die op zichzelf niet onaardig waren, maar fataal voor de spanningsboog van het literaire gevecht. Zodoende bleven er van het winnende Groningen (300 decibel) alleen nog maar de Dichters uit Epibreren over om de prijs in ontvangst te nemen. De rest was al lang weer met de laatste trein vertrokken.