`Ik haat boeken die slecht aflopen'

In een vrolijke, poëtische stijl en met veel suces schrijft Marie Desplechin over alledaagse beslommeringen. Een vraaggesprek bij haar uitgeverij in een steegje van het Saint-Germain-des-Prés.

Sprankelend, snel, grappig, energiek, gevoelig en getekend door het leven – het geldt voor de schrijfster Marie Desplechin, maar ook voor haar eerste roman, Zonder mij, die vorig jaar in Frankrijk een enorm succes was. Een hele generatie van vrouwen tegen de veertig herkende zich op de een of andere manier in de vertelster, een hardwerkende, gescheiden vrouw met twee jonge kinderen en haar springerige, afkickende au pair, die de grootste moeite heeft op het rechte pad te blijven. Met een energie die van iedere bladzijde spat foeteren ze elkaar uit, verzoenen ze zich en slepen elkaar door dieptepunten. Er wordt gelachen, gehuild, gekookt, wijn gedronken en met borden gesmeten. Er wordt Monopoly gespeeld, verstoppertje gedaan en huiswerk overhoord – huiselijke taferelen die dankzij de vlotte, ironische pen van Desplechin verre van saai of clichématig zijn.

De grote thema's uit de literatuur (eenzaamheid, liefde, vriendschap) verpakt zij in een heldere, directe stijl met korte zinnen en veel dialogen. Desplechin voelt zich thuis bij uitgeverij L'Olivier, die gevestigd is in een klein straatje van het Saint-Germain-des-Prés in Parijs – precies daar waar Emile Zola ooit het garen- en bandwinkeltje van Thérèse Raquin situeerde. L'Olivier heeft een aantal in thematiek verwante, onderling bevriende, schrijfsters samengebracht, onder wie Geneviève Brisac en Agnès Desarthe. Ook zij putten uit de onopgemerkte rijkdom van de doordeweekse dag en scheppen vanuit de intimité van het dagelijks bestaan een vrolijke, poëtische taal.

Waarom heet uw roman `Zonder mij' terwijl het hele boek juist draait om uw ik-persoon?

``Sans moi betekent zoveel als Doe het alleen, ik zal me er niet tegen verzetten, maar ik ga niet mee. Het houdt in dat je je niet wilt engageren, dat je je terugtrekt. Vroeger zei ik dat heel vaak, nu nauwelijks meer''.

De twee vrouwen in het boek zitten in zo'n periode in hun leven waarin ze de wereld het liefst aan zich voorbij zouden laten trekken. De vertelster werkt zestien uur per dag freelance aan het schrijven van rapporten, jaarverslagen en reclameslogans om iedere maand weer de huur, het schoolgeld en de oppas te kunnen betalen. Deze Olivia (gemodelleerd naar Elina Dumont, aan wie het boek is opgedragen) is na een verschrikkelijke jeugd terechtgekomen in een vaag circuit van prostitutie en drugs, waarmee ze uit alle macht probeert te breken – door binnen te blijven. ``Het appartement is de plaats waar alle gevoelens samenkomen,'' zegt Desplechin, ``in het begin wilde ik een boek schrijven waarin er niets gebeurde. Ach, je droomt er altijd van een pure diamant te produceren die dan in geen enkel opzicht lijkt op het misbaksel dat je uiteindelijk schrijft. Het moest een heel puur, eenvoudig, gesloten boek worden, waarin je de emoties van de personages zag groeien. Het is heerlijk om, heel klassiek, vanuit één ruimte te schrijven. Bij mij is de keuken de ontmoetingsplaats bij uitstek. Het moment waarop je voor het eerst voor iemand kookt is ongelofelijk betekenisvol. Later gooi je zo iemand misschien wel de borden naar zijn hoofd, maar ook dat gebeurt dan in de keuken.''

Geslotenheid is een element dat uit haar ideale roman is overgebleven. ``De vertelster en Olivia zitten in een vrouwelijk, bijna foetaal universum. Olivia probeert de kinderen binnen te houden, weg van de boze buitenwereld. Haar verhouding tot de wereld der volwassenen is verdorven, verwrongen. Ze is er de speelbal geweest van het verlangen en het geweld van anderen. Bij kinderen voelt ze zich veilig. In wezen maken beide vrouwen een periode van regressie door. Aan het eind van het boek gaan ze naar buiten en nemen ze de trein en de metro. Dan zijn ze volwassen geworden.''

In Le Monde werd de vertelster van Zonder mij wel vergeleken met Mutter Courage uit het toneelstuk van Brecht, al staat Desplechins personage beduidend minder sterk in haar schoenen. De schrijfster zelf begint zenuwachtig te draaien op haar stoel.

``Dat soort opmerkingen brengt me altijd verschrikkelijk in verlegenheid, neurotisch gewoon. Mijn vertelster is niet zo militant als Moeder Courage, ze doet de dingen niet omdat ze zo nodig goed wil doen. Haar hart is gewoon leeg op dat moment en met Olivia klikt het. Het is in feite het verhaal van een wederzijdse verleiding, van wederzijds vertrouwen winnen. Stukje bij beetje ontdekt ze het verleden van Olivia en dat is nogal spectaculair. Daarom kon ik in het boek zaken aan de orde laten komen als goed en kwaad, opstandig gedrag en waarom mensen zijn zoals ze zijn.''

Stoort het u dat `Zonder mij' beschouwd wordt als een `roman de femme'?

``Als een man mij vraagt een boek te signeren, zegt hij inderdaad altijd dat het voor zijn vrouw is. Zelf lees ik veel romans d'hommes. Mannen schrijven van de eerste tot de laatste pagina over hun mannelijk lid. Nou en? Dat interesseert mij. Dan zeg ik toch ook niet dat het een mannenboek is, literatuur is een werktuig zonder sekse. Tegenwoordig verschijnen er aardig wat verhalen over vrouwen en hun au pair. Het is een bijzondere relatie omdat er een sterke focus is, de kinderen. Maar er zijn net zo goed vrouwen die over de buitenwereld schrijven en mannen die hun innerlijk bloot leggen.''

De verhouding tussen de seksen diepte Desplechin eerder uit in haar verhalenbundel Trop sensibles (1995). Het irriteert haar dat veel meisjes met wie zij spreekt een negatief beeld hebben van het feminisme. ``Mensen zoals ik hebben de plicht te zeggen dat ze feministe zijn, al was het maar als eerbetoon aan vrouwen als mijn grootmoeder, die vijftig jaar geleden verpleegster was, maar geen stemrecht en geen chequeboekje had. Ik heb middenin de beweging gezeten die meende dat de vrouw in alles succesvol moest zijn, thuis, als moeder met kinderen, op het werk en als echtgenote. Dat is gewoon te veel.''

Marie Desplechin begon als kinderboekenschrijfster. Ze publiceerde zeven titels waaronder Et Dieu dans tout ça?, waarin een jongetje zijn ouders bestookt met lastige vragen over God. ``Als kinderen vragen beginnen te stellen over de dood, kom je onvermijdelijk uit bij religie'', zegt Desplechin. ``Tot mijn elfde dacht ik dat er alleen maar katholieken waren op de wereld. Mijn leven was onverbrekelijk verbonden met het bestaan van God. Ik ga niet meer naar de kerk en mijn eigen kinderen zijn niet gedoopt, maar ze kennen wel de verhalen uit de bijbel. Ik vind het absurd om in deze beschaving te leven zonder de godsdienst te kennen waaruit zij is voortgekomen.''

Het laatste hoofdstuk van Zonder mij speelt zich jaren later af dan de rest van het boek. Het is een sprong in de tijd die misschien verbazingwekkend is voor de lezer, maar van essentieel belang voor de schrijfster.

``In het leven eindigen dingen nooit'', zegt ze, ``je bevindt je altijd in een continuum van tijd, waardoor je zelf geen begin en geen eind kunt vaststellen. Op een gegeven moment draai je je om en dan zie je soms hoe iets gelopen is. Ik wilde vertellen hoe het verder gegaan was met de ik-persoon en Olivia, aangeven dat mensen andere paden kunnen kiezen. Uiteindelijk komen ze van elkaar los, worden ze onafhankelijk. Alle elementen voor een spectaculair, dramatisch einde waren in principe ook aanwezig. Maar dat wilde ik niet, ik heb zo vaak de indruk dat schrijvers aan het eind van hun roman niet meer weten wat ze met hun personages aanmoeten. Dan laten ze ze maar doodgaan, terwijl dat voor de lezer onacceptabel is. Ik haat boeken die slecht aflopen. Ik wilde een boek schrijven waar de lezer gelukkig van werd. Eén dat zegt `het komt wel goed', `maak u niet ongerust'. Ik peins er niet over maanden te besteden aan een boek over wanhoop. Iedereen weet uit eigen ervaring hoe zoiets voelt. Er zijn anderen die dat uitstekend doen, maar sans moi!''

Marie Desplechin: Zonder mij. Uit het Frans vertaald door Floor Borsboom. Anthos, 231 blz. ƒ34,90