Het zachte wachten

Maria Magdalena: sinds de bijbellessen op de lagere school of zelfs de zondagsschool is haar naam onverbrekelijk verbonden met de eerste overspelige vrouw uit ieders herinnering. Wat was dat, overspelig? Maria, Jezus moeder, zou haar gevraagd hebben: `Ben jij de hoer met wie mijn zoon in zonde leeft?' En Maria Magdalena antwoordde: `Ja. Maar ik ben geen hoer.' Jezus heeft haar haar zondige levenswandel vergeven en haar verlost. Zij waste Jezus' voeten; op de dag van de opstanding ging zij naar zijn graf.

De Zweedse schrijfster Marianne Fredriksson noemt haar nieuwe boek, geschreven in 1997, Volgens Maria Magdalena. Dat is een profetische titel; niet het evangelie gepredikt volgens Lucas of Johannes, maar volgens Maria Magdalena, de vrouwelijke personificatie van de zondige wellust. Fredrikssons boek is roman noch biografie, het bevindt zich tussen de genres. Een sterk geromantiseerd levensverhaal, dat komt nog het dichtst bij. Ze volgt feitelijk hetzelfde stramien als in Hanna, Anna en Johanna: het leven beschrijven van vrouwen die anders nooit een stem zouden krijgen, hoogstens een krabbeltje in de marge van het bestaan of, in het geval van Maria Magdalena, de beschuldiging van zondigheid.

Het geromantiseerde aspect uit zich het sterkst in een zin als de hierboven geciteerde: `Maria vroeg: ``Ben jij de hoer met wie mijn zoon in zonde leeft?'' Hiervan zijn geen getuigenissen, Fredriksson ontleent haar gegevens aan de kracht van haar verbeelding. Zij denkt niet in strak opgebouwde verhaallijnen, eerder in poëtische scènes; haar boek ontbeert daardoor een strakke compositie, eerder getuigt het van een vlinderende schrijfstijl.

De inzet van haar boek is hoog. Zij is ervan overtuigd dat er meer goedheid en vergevingsgezindheid in de wereld had bestaan, wanneer Maria Magdalena haar ervaringen en gedachten, haar ontmoetingen en gesprekken met Jezus op papier had gezet. Indien er, inderdaad, een evangelie volgens Maria Magdalena was geweest. De metafoor van het `schrijven' treedt herhaaldelijk in het boek op, zelfs als slotzin: `We schrijven.' Fredriksson heeft het nooit genoteerde Magdalena-evangelie een stem gegeven. De kern ervan is: vertrouwen hebben. Wanneer zij Jezus hoort prediken dan ondergaat zij telkens weer dit visioen van vertrouwen, zoals in de volgende passage: `En ze dacht terug aan hun eerste ontmoeting en aan wat ze had ervaren toen ze alleen bij de beek zat. Een toestand die zo vanzelfsprekend was en toch zo moeilijk te bereiken.'

De kracht van Fredrikssons schrijverschap schuilt in die vlinderstijl. Onnadrukkelijk introduceert ze de romanpersonages, voornamelijk vrouwen met wie Maria Magdalena zich verstaat. Haar grootste verwijt aan de apostel Petrus is, dat hij de vrouwelijke discipelen van Jezus buitensluit. Het waarom is even ouderwets als afdoende: eerst schiep God Adam, en vervolgens was het de vrouw die zich door de slang liet verlokken en de man verleidde. Zo'n vrouw zou nooit mogen prediken.

Hiertegen komt Maria Magdalena in verzet. Het is geen woedend en opstandig verzet, meer verzet als een stille kracht. Woede is Fredrikssons stiel niet, dat moeten we in de literatuur overlaten aan schrijvers als Céline of, om in Zweden te blijven, Strindberg. Bij Fredriksson zijn de bladzijden omweven met gevoeligheden en het verlangen naar troostrijke gedachten. Suggestie heerst over de glasharde benoeming van Magdalena's innerlijke roerselen. Deze vormkeuze past bij de hele opzet van het boek, waarin op precieuze wijze de schimmige identiteit van deze Maria wordt onthuld. Daarbij voegt zich als vanzelfsprekend de lichte weergave van het bijbelse landschap, met daarin steden als Tyrus, Jeruzalem en Caesarea. De stenige dorheid, het genot van koele schaduw onder bomen, de kleur van de stenen, wijn die geschonken wordt – we zien het allemaal voor ons. Het grote gevaar van Fredriksson is wel dat ze de neiging heeft af te glijden naar weekhartigheid, naar te veel beschrijvingen van mooie plaatjes en daarbij een harde, dwingende kern te missen. Zij biedt met Maria Magdalena het toonbeeld van het omcirkelende vertellen op een trage cadans. Zo sluit de vorm bij de inhoud aan: het zachte wachten op vergevingsgezindheid.

Marianne Fredriksson: Volgens Maria Magdalena. Vertaald uit het Zweeds door Janny Middelbeek-Oortgiesen. De Geus, 319 blz. ƒ49,90 (geb.)