Een oceaan van aluminium

Het nieuwe museum voor moderne kunst en archeologie in Nijmegen van architect Ben van Berkel kan als kunstwerk worden opgenomen in de eigen collectie.

Na jarenlang geharrewar, een architectuurprijsvraag die het gebruikelijke kabaal veroorzaakte en nog wat gesputter over de naam, heeft Nijmegen een nieuw museum. Op de mooiste plek van de stad, aan de rand van het Valkhofpark waar Karel de Grote zijn palts bouwde en Frederik Barbarossa zijn Valkhofburcht, is Museum Het Valkhof verrezen. Of beter gezegd: voorzichtig neergelegd. Het tachtig meter lange gebouw van zeegroen melkglas is maar twee verdiepingen hoog. Het Kelfkensbos erachter komt er gelukkig ver bovenuit en de lucht, daar weer boven, krijgt ook volop kans.

Met aan weerszijden luie trappen van bijna wit beton, ligt het kristallijnen paviljoen zo verleidelijk tegen de oude stadswal gevleid dat je gedwongen wordt er eerst omheen te lopen voor je er binnengaat. Wandelend op het hooggelegen parkpad aan de achterzijde, tussen oude bomen, kijk je op een lange glazen galerij. Binnen staan lichtgrijze houten stoelen op elkaar gestapeld. Hun matte rugleuningen vangen het door het groen gefilterde licht. Een stiller beeld bestaat niet. Op een witte wand, in schreefloze hoofdletters: MODERNE KUNST. Daaronder twee schilderijen, met hun beeldkant naar de muur gekeerd.

In Museum Het Valkhof – koningin Beatrix zal het aanstaande dinsdag openen – zijn twee collecties samengebracht. De moderne en oude kunst is afkomstig uit het Nijmeegs Museum Commanderie van Sint-Jan. De verzameling kunst- en gebruiksvoorwerpen uit Nijmegens rijke Romeinse tijd was voorheen gedeeltelijk te zien in het Provinciaal Museum G.M. Kam. Vandaar dat Museum Het Valkhof `kunst en archeologie' achter zijn naam heeft staan.

`Supermarkt, tempel en sociale ontmoetingsplaats; programmatisch is het hedendaagse museum een hybride ruimte', constateren architecten Ben van Berkel en Caroline Bos in het onlangs verschenen, driedelige cassetteboek Move, waarin hun snel groeiende oeuvre als een film voorbijtrekt. De typering van het moderne museumgebouw gaat vooraf aan de presentatie in woord en vooral beeld – computertekeningen, maquettefoto's, plattegronden – van hun ontwerp voor Museum Het Valkhof.

Oceaanbodem

In het hart van het Valkhof-hoofdstuk ligt een satellietfoto die, volgens het onderschrift, de relatie laat zien tussen een rotsige oceaanbodem en de golfpatronen van het water. Het geheimzinnige, blauwgetinte beeld is eerder suggestief dan overtuigend, maar dat is voor de inspiratie voldoende. Meer is niet nodig om het verband met het Valkhofmuseum duidelijk te maken. Het meest spectaculaire onderdeel van het lichte gebouw is een overkoepelend, golvend plafond van aluminium latten.

Net als de oceaan golft het lattendek niet regelmatig. Boven de entreehal, die met deuren en panelen van helder glas vrij uitzicht biedt op het ruime, donkerbetegelde voorplein, lopen de latten nog vlak en strak. De begane grond is bestemd voor boekwinkel, café, bibliotheek, educatieve ruimten. Ook het personeel huist beneden, in identieke kamers aan weerszijden van een lange, smetteloos witte kloostergang. Alleen de kopse kanten van de kamerdeuren hebben alle kleuren van de regenboog. Samen met de garderobe-haken in de kelder zijn dat de enige felle kleuraccenten die aan het gebouw vastzitten. De betonnen vloer is bestreken met lichtgrijze verf waarin een mespuntje blauw lijkt gedoopt. De plafondlatten hebben de kleur van eierschaal. De muren zijn wit. Naast het plafond bepaalt de museumtrap het gezicht van Valkhofs binnenkant. Het is een monumentaal tredenlandschap dat over de volle breedte van de hal stijgt en daalt. Dikke balustraden van blank berkenhout – de favoriete houtsoort van Ben van Berkel – houden op een hokkige manier de verschillende traprichtingen van elkaar gescheiden. Zij versterken het beeld van een amfitheater dat opklimt naar de schitterende glazen galerij op de verdieping, naar het uitzicht op de bomen op de oude stadswal.

Na zich in de hal rustig en onopvallend te hebben gedragen, maakt het plafond boven de trappartij zijn eerste beweging. Die is al meteen niet kinderachtig. Met een machtige zwaai werkt het lattendek zich hier omhoog, tot het plafondniveau van de galerij op de tentoonstellingsverdieping is bereikt. Van alle golven en kabbelingen is deze aanloop naar boven het minst beheerst. Op dit punt lijkt de noodzakelijke lichtheid even zoekgeraakt.

Boven de magnifieke galerij die als een verbindingsstraat langs de expositieruimtes loopt en aan de andere kant uitzicht biedt op stadswal en parklandschap, is het plafond duidelijk in zijn element. Het golft lustig in alle vrijheid en daagt de bezoeker uit om te ontdekken of er niet toch een ritmische symmetrie in de beweging zit.

Het antwoord is nee. Daarin verschilt het plafond van Ben van Berkel van het beroemdste golvende plafond in de geschiedenis van de moderne architectuur, het houten plafond in de gehoorzaal van de stadsbibliotheek in het Finse Viipuri, naar een ontwerp van Alvar Aalto. Dit functionele, modernistische meesterwerk met de houten golven als een uitzonderlijke, romantische ode aan de natuur die door grote ramen de gehoorzaal binnenkwam, werd gebouwd in 1935. Met het in zeven gelijke delen regelmatig golvend plafond van rood geaderd grenenhout wilde Aalto de ideale akoestiek bereiken, maar er zijn ook historici die beweren dat het een zuiver esthetische kwestie was. Aalto is wereldberoemd geworden met zijn blankhouten meubelen, bij het plafondontwerp zou hij zijn voorliefde voor gebogen hout niet hebben kunnen bedwingen.

Voor Ben van Berkel is niet de akoestiek een alibi voor de golfslag maar het binnenklimaat. Het halfopen plafond is een scherm dat niet alleen de tl-verlichting afdempt, maar ook de technische installaties voor de regeling van het klimaat bedekt. De oceaangolven zijn afhankelijk van de structuur van de bodem, de bewegingen van het plafond van bezoekersstromen. Boven de ruimte waar veel mensen worden verwacht, is de golfslag heftiger omdat er meer installaties moeten worden weggewerkt. De zee kalmeert op rustiger plekken.

Vanaf de galerij baant het plafond zich een weg boven de expositieruimtes die zich, heel helder, uitsluitend op de eerste verdieping bevinden. Hoewel de drie onderdelen oude kunst, moderne kunst en archeologie elk over een eigen vleugel beschikken, voorkomt de wijze waarop de zalen in elkaar overlopen dat de bezoeker nadrukkelijke grenzen ervaart. Er zijn geen deuren of drempels. Op talloze plaatsen worden de wanden onderbroken zodat even talloze doorzichten ontstaan. Vijf imaginaire straten lopen dwars door het museum waardoor het bijvoorbeeld maar een hele korte wandeling is van het schilderij `Gezicht op de Valkhofburcht' (1641) van Jan van Goyen naar het intieme zaaltje met vijf indrukwekkende Armando's. De onvermijdelijke computer van Ben van Berkel heeft berekend dat er 88 verschillende routes langs de kunstwerken van de drie collecties mogelijk zijn. Een nogal nutteloze wetenschap, die alleen maar wil zeggen dat het er niet toe doet hoe je door het museum loopt.

Hoe gedraagt het plafond zich in de tentoonstellingszalen? Opvallend kalm boven het werk van Jan Schoonhoven, J.C.J. Vanderheyden, Jan Sierhuis, Toon Teeken, Woody van Amen, Theo Wolvekamp, Gustave Asselbergs, Armando en andere moderne kunstenaars. Boven de oude kunst laten de latten zich tot wat meer frivoliteit verleiden. Eigenaardig genoeg zorgen de zalen met Romeinse potjes, vazen, helmen en speren voor de meest substantiële golfslag. Overigens is het niet zo dat het plafond in de tentoonstellingsruimten opvallend aanwezig is. Het lattendek blijft hier altijd ondergeschikt en dat is een compliment. Maar als je een danser eenmaal in het vizier hebt, ontgaat je geen enkele beweging.

Op het omslag van de eerste catalogus die Museum Het Valkhof heeft geproduceerd, `Moderne kunst, keuze uit de verzameling', is de architectuur van het museum verbeeld. Uit een fond van zeegroene matglazen gevelstroken zijn rechthoekige openingen gesneden die uitzicht bieden op de golfslag van het plafond. Onder deze bijna abstracte voorstelling staat de titel van het boek: `Moderne kunst'.

Nog vóór de opening lijkt het glazen huis van Ben van Berkel met zijn eindeloos golvende plafond opgenomen in de collectie Moderne kunst van Museum Het Valkhof. In de eerstvolgende catalogus mag dat best daadwerkelijk gebeuren en dan moet erbij staan dat Museum Het Valkhof een monument is van computer-architectuur. Een strak en uitgewogen kunstwerk, zorgvuldig geplaatst tussen het rivierenlandschap en de stad. Wie goed kijkt, ziet in de gedurfd lange voorgevel nog een rudiment van de scheve schaats van het deconstructivisme, een richting die aan het vroegere werk van Ben van Berkel niet ongemerkt is voorbijgegaan. Langs een nauwelijks zichtbare, schuine lijn kraagt de gevel uit op twee niveaus. Het is een subtiel gebaar waarmee het architectonische beeld zich uitnodigend naar de stad wendt.

Museum Het Valkhof, Kelfkensbos 59, Nijmegen. Openingstentoonstelling van moderne kunst uit eigen collectie vanaf 15/9. Openingstijden: di t/m vr 10-17 uur, za, zon- en feestdagen: 12-17 uur.