Een goede invaller

,,Het beste fonds dat ik ken heet Fons van der Stee'', zei PvdA-voorman Den Uyl ooit eens gekscherend over de gisteren op de leeftijd van 71 jaar overleden oud-minister (Landbouw en Financiën) en oud-staatssecretaris (Financiën) Alphonsus Petrus Johannes Mathildus Marie van der Stee.

Den Uyl, gemiddeld genomen toch geen liefhebber van uitgesproken rooms-katholieken uit Noord-Brabant, kwam er wel voor uit dat hij een zwak had voor deze KVP'er en belastingdeskundige en zéér ontspannen politicus.

Dat Van der Stee, destijds minister van Landbouw in het kabinet-Den Uyl, de val van dat kabinet over de grondpolitiek (voorjaar 1977) werkelijk betreurde, zal daarvoor mede een reden zijn geweest. En misschien speelde ook wel een rol dat Van der Stee als KVP-voorzitter in 1971 niet het centrum-rechtse kabinet-De Jong tot inzet van de verkiezingen wilde maken, maar de weg ook had willen openhouden voor samenwerking met de PvdA. En overigens ook als een van die KVP'ers die, zoals hij de Haagse Post toevertrouwde, andersdenkenden als ,,soepele Fons'' niet almaar met zijn eigen ideologie wilde lastigvallen. In de aanloop naar wat uiteindelijk het CDA zou worden, was hij dan ook voorstander van een niet-uitdrukkelijk confessionele middenpartij die vooral had moeten groeien uit de KVP.

Van der Stee, geboren in 1928 in Langeweg, belandde min of meer per toeval in een prominente politieke positie. Na zijn studie fiscaal recht in Nijmegen was hij in Arnhem medewerker en wat later firmant in een belastingsadvieskantoor geworden. Een kennis verhuisde naar Maastricht, hij ging in op diens verzoek hem op te volgen als voorzitter van de Arnhemse KVP. Een paar jaar later ging hij in op een verzoek om partijpenningmeester te worden (1965), drie jaar daarna zei hij ook maar ja toen de KVP hem het partijvoorzitterschap aanbood. Maar het ging wegens de toen snel om zich grijpende politieke deconfessionalisering slecht met de KVP en dat voorzitterschap kostte zoveel tijd dat zijn collega's bezwaar gingen maken. Reden waarom Van der Stee in 1971 maar inging op het aanbod om staatssecretaris van Financiën onder het kabinet-Biesheuvel (1971-1973) te worden. Al betekende dat, hij zou er later nog vaak zuchtend aan herinneren, ,,wel een halvering van mijn inkomen''. Want hij maakte er geen geheim van dat hij van een goed glas en andere genoegens hield en dus ook prijs stelde op een daarbij passend inkomen.

Een potentiële invaller die vaak op het goede moment beschikbaar was bleek hij toen het kabinet-Den Uyl najaar 1973 een nieuwe KVP-minister van Landbouw nodig had. Hoewel hij als fiscalist en zoon van een plaatsvervangend dijkgraaf geen connecties had in de wereld van het toen nog machtige `groene front', kreeg hij dat ministerschap toch goed voor elkaar. Hij zou Landbouw blijven doen tot hij wéér als invaller werd gevraagd. Namelijk op Financiën, waar hij in 1980 (kabinet Van Agt-I) zijn afgetreden partijgenoot Frans Andriessen ging vervangen en er tot zijn afscheid van de actieve politiek in 1982 aanbleef.

Nadien trok Van der Stee, zijns ondanks op zijn 54ste een politieke veteraan, vooral aandacht als verzamelaar van commissariaten.