Blokkade

,,Het klinkt bezopen, maar het was fantastisch in Berlijn, vlak na de oorlog'', vertelde Betsie Spanjer (84), die er voor de Zoekdienst werkte. ,,Mager als rammen waren we. Maar een plezier! Alles liep in die clubs door elkaar: studenten, Russen, geallieerden, kunstenaars. Hildegard Knef scharrelde er rond als een jonge blom. Yehudi Menuhin speelde voor iedereen die hier was aangespoeld.''

Zelfs Willy Brandt kwam ze weer tegen. ,,Hij liep rond in een prachtig Noors uniform, en hij had nog altijd `het zoekende oog', zoals we dat noemden. Hij had net besloten om weer Duitser te worden. Dat was moedig, dat durfden niet veel emigranten, en ze deden er ook lastig over.''

Intussen begonnen de verhoudingen tussen de Sovjets en het Westen snel te verslechteren. ,,We kregen steeds meer gevallen die niet meer uit de oostzo^ne konden wegkomen. Op den duur hadden we alle Russische stempels vervalst.'' Het geld was een ramp: U-Bahnkaartjes moesten in een bepaalde verhouding met `Westgeld' of met `Ostgeld' betaald worden. In april 1948 fluisterde een communistische kampvriend tegen ons: `Er kan wel eens wat gebeuren, maar dan zitten jullie safe.' We reden iedere week naar het westen, alleen om de stemming bij de zonecontroles te peilen. Ten slotte werden ook wij, het Nederlandse Rode Kruis, tegengehouden. Toen wisten we dat het zover was.''

Op 24 juni 1948 vloog Betsie Spanjer met een bommenwerper Berlijn uit. De stad werd toen enkel nog gevoed via een luchtbrug, honderden vluchten per dag, meer dan een jaar lang. Daarna was de stad verdeeld – schijnbaar voorgoed.

    • Geert Mak