Blangé hekelt slappe houding

Peter Blangé nam gisteren tijdens de teambespreking voor de wedstrijd tegen Joegoslavië het woord. In stevige taal riep de spelverdeler tegen zijn medespelers van de Nederlandse volleybalploeg dat er ,,spelers met kloten'' nodig zijn om succes te boeken. ,,Spelen voor het nationale team is meer dan alleen dat shirtje aantrekken'', zei Blangé. ,,Er wordt mentaliteit gevraagd, peper in de reet. Daarom is het voor een aantal spelers vanaf nu een kwestie van overleven.''

Dat liet Blangé gisteren blijken ook in het veld. ,,Misschien was het van de buitenkant niet zo duidelijk te zien, maar ik ben af en toe flink tekeergegaan. Dan vraag ik ze of ze nog van plan zijn te gaan volleyballen of dat ze meteen maar naar de kant willen gaan. Dat zijn ze boos op mij, maar ze slaan de volgende bal er wel in. Ik zeg steeds: in de sport is geen ruimte voor vriendschap. Het gaat om de punten. Bij Starlift haalden sommige spelers en de coach, Pierre Mathieu, soms het bloed onder mijn nagels vandaan. Maar ik ben er wel door gehard.''

Hij zal zich keihard blijven opstellen. ,,Of het de juiste manier is, weet ik niet. Maar slechter dan nu, kan toch niet. Ik was het niet meer gewend. Daarom is het misschien ook een beetje uit mijn spel verdwenen. Bij Treviso, mijn club in Italië, liep alles gesmeerd. Na 1995 ook bij de Nederlandse ploeg. We zeiden af en toe alleen nog godverdomme tegen de scheidsrechter.''

Blangé, die begin augustus terugkeerde in Oranje, heeft zich lang rustig gehouden. Maar tijdens de eerste dagen van het EK in Oostenrijk schrok hij zo van de slappe mentaliteit binnen de ploeg dat hij zich niet meer kon inhouden. ,,Sommige spelers hebben karaktertrekken die een topsporter niet behoort te hebben.'' Hij noemt geen namen, maar het is duidelijk dat hij bijna iedereen bedoelt. ,,Vergeet niet dat ik vorig jaar weg moest omdat ik voor een aantal spelers de boeman was.''

De basisspelers van nu kwamen bij de nationale ploeg toen de vorige generatie (Blangé en Zwerver) furore maakte. ,,Ze kwamen dus op een hard rijdende trein terecht. Ze werden aan het handje meegenomen. Nu bijna iedereen van die tijd is verdwenen, moeten ze het zelf doen. En dat valt niet mee, dan moet je echt met de billen bloot. Sommigen pakken het goed op. Bas van de Goor is van huis uit ook geen leider, maar hij is wel veranderd.''

Over zijn eigen spel is Blangé nog lang niet tevreden. Een voorbereiding van een maand voor het EK was niet lang. ,,Ik moet alle zeilen bijzetten. Dat is ook een van de redenen waarom ik zo rustig blijf. Als je zelf lekker speelt, heb je tijd over om anderen te corrigeren. Natuurlijk erger ik me soms. Maar het is makkelijk om iemand dan meteen met de grond gelijk te maken. De meesten lopen alweer een tijdje mee, dan verwacht je ook een beetje zelfkritiek.'' Dat hij geen aanvoerder is, speelt ook mee. ,,Vroeger voelde ik me verantwoordelijk. Dat is nu wel wat minder, ja.''

Morgen moet hij al om half tien 's ochtends om de troostprijzen bij het EK spelen. Dat is een nieuwe situatie voor hem, want sinds 1990 was Blangé gewend om bij titeltoernooien om de medailles te spelen. Toch beweert hij geen spijt te hebben van zijn besluit om terug te keren. ,,Ik wist dat het moeilijk zou worden. Maar ik wilde hoe dan ook op een fatsoenlijke manier afscheid nemen. Als het goed gaat, ben ik natuurlijk de man. En als het niet lukt, kan ik mezelf in ieder geval niet verwijten dat ik er niet alles aan heb gedaan. Ik voel als volleyballer een innerlijke rust. Ik heb veel prijzen en erkenning gekregen. Als daar nog wat bijkomt, is dat mooi meegenomen.''

Hij gelooft nog steeds in een mooi einde van zijn loopbaan. Bij thuiskomst zal Blangé contact opnemen met zijn voormalige ploeggenoten Henk-Jan Held en Olof van der Meulen. ,,We kunnen die jongens heel goed gebruiken. We hadden ze al eergisteren nodig gehad. Olof is een grote klootzak in het veld, een killer, Henk is een uitstekende controleur. Aan dergelijke types hebben we gebrek. Maar die jongens moeten zelf wel de ambitie hebben om terug te komen. Ik kan ze momenteel niet veel bieden. Maar ik hou stille hoop.''