Zomaar aardige mannen

Vlakbij Scheveningen woont een accountant. Hij is streng in de (financiële) leer en heeft gedurende zijn loopbaan menigeen voor uitglijders behoed. Zijn gestrengheid doet losbandigen in de financiële leer wel eens zuchten, maar toch vinden zij hem een aardige man. Hij is iemand die tijdens een bespreking een vogel op de vensterbank ziet zitten en enthousiast uitroept: ,,Kijk, een koet!'' Aangezien de meesten in zijn omgeving nog geen kanariepiet van een mus kunnen onderscheiden, dwingt hij met zijn kennis der natuur niet alleen bewondering maar ook genegenheid af. Bij lezing van het artikel in HP/De Tijd over Peter Nijhoff, de scheidend directeur van de stichting Natuur en Milieu, komt eenzelfde gevoel naar boven. Wat een aardige man moet dat zijn. Liggend in het gras bespiedt hij de kleine karekiet, hij neemt voor eigen gebruik bodem- of watermonsters en is reuzeblij met zijn afscheidscadeau: een fiets. Heel zijn werkzame leven stond in het teken van natuur- en milieubescherming. ,,Nooit als fanaticus. Hij was altijd vóór dingen, nooit tégen'', aldus minister van Landbouw, L.J. Brinkhorst. Nijhoff c.s. waren pioniers. Zonder hen ,,was de Waddenzee nu voor het grootste deel ingepolderd, de Markerwaard helemaal. Dan was de Oosterschelde hermetisch afgesloten (...)'', zegt hij. Toen hij in 1972 Natuur en Milieu oprichtte waren de betrekkingen met landbouw verre van goed – inmiddels heeft het gros van de boeren wel ingezien dat ,,niemand het in landelijk gebied alléén voor het zeggen heeft''.

Wat de koet is voor de accountant, de karekiet voor Peter Nijhoff, zijn plaatjes voor Henk van Os, tot 1996 directeur van het Rijksmuseum. Als kind was hij al een verwoed verzamelaar van plaatjes, zegt hij in een interview in De Groene Amsterdammer. Hij vertelt over zijn kunstreizen naar Italië. ,,Toen ik eenmaal in Siena was, zag ik zo'n schitterende samenhang van middeleeuwse kunst met een stedelijke gemeenschap dat ik dacht: hier kan ik mijn hele leven op door.'' In 1987 werd hij gevraagd directeur van het Rijksmuseum te worden, ontpopte zich daar als een soort jeugdherbergvader die de ietwat knorrige zaalwachters met een maandelijkse borrel aan het lachen kreeg. Door vaak ,,hup hup en hoi hoi'' te roepen enthousiasmeerde hij zijn troepen – en het Rijksmuseum trok jaarlijks meer en meer bezoekers. Nu werkt hij aan een reliekententoonstelling. ,,Opnieuw doe ik iets wat ik leuk vind.''

Minder leuk voor de redactie van HP/De Tijd zal het besluit geweest zijn een rectificatie te plaatsen naar aanleiding van de zin die vorige week stond in het artikel over het PvdA-Kamerlid Marjet van Zuijlen. ,,Van Zuijlen was een van de vriendinnen van Rick van der Ploeg, de huidige staatssecretaris voor Cultuur, en liet zich ook anderszins niet onbetuigd op de Haagse matras'', luidde die zin. Uit de rectificatie valt op te maken dat het Kamerlid ,,gedurende ongeveer tweeëneenhalf jaar een affectieve relatie met de heer Van der Ploeg heeft gehad'', waarbij ,,andere personen niet in het geding zijn geweest''. En ook anderszins is zij zich niet te buiten gegaan. Deze rectificatie had niet gehoeven wanneer de desbetreffende journalist zich niet had laten verleiden tot ranzig gedrag.

Vrij Nederland belooft een `verhelderend gesprek met de Simon Wiesenthal van Argentinië' over de `vuile handen' van Jorge Zorreguieta. De lezer verneemt meer over de wederwaardigheden van deze `Simon Wiesenthal' dan over de faits et gestes van de vader van Maxima ten tijde van het bewind van Videla. Liefhebbers zullen wel smullen van de pagina's die VN wijdt aan het hypotheekgedrag van onze politici. De bedragen liegen er dan ook niet om. In het licht van de discussie over de renteaftrek, is de opsomming wel komisch. Iets anders is of de lezer dit allemaal moet weten. De accountant van de koet zal in ieder geval zijn schouders ophalen: want behalve aardig is hij ook gezegend met een forse dosis fatsoen.