Zoekdienst

,,Ik zeg vaak: vraag niet te veel. Het is onze tijd geweest van vernedering, verdriet en schaamte. Als je je als een hond hebt moeten verstoppen, dan wil je dat later helemaal niet meer weten. Oh, er zijn mensen naar de verdommenis gegaan die hadden moeten blijven leven, en anderen...''

In Amsterdam had het `rode meisje' Betsie Spanjer (84) de oorlogsjaren doorgebracht met, zoals ze zelf zei, ,,boodschappen doen en zien wat je hand vindt''. Kort na de bevrijding belandde ze in Berlijn, bij de Zoekdienst van het Rode Kruis. ,,Altijd waren we op jacht naar dossiers. Van Buchenwald konden we op het nippertje de kaartenbak redden. Het was een chaos van vluchtelingen, oud-gevangenen, ex-SS'ers. Sommigen doken pas eind '46 op. We hadden een hele smak met de notitie: laatste bericht transport Odessa. Verder nooit meer iets van gehoord.''

Achteraf hadden de Nederlanders het vaak nog slechter gehad dan de Belgen, Fransen, Denen en Noren. ,,Die kregen in Sachsenhausen regelmatig prachtige pakketten van hun Rode Kruis, met sokken en truien en blikjes eten – vooral de koffie deed het goed, als ruilmiddel. Maar de Nederlandse regering deed niks, die redeneerde heel formeel: pakjes sturen was ondersteuning van de vijand.''

Toen ze later nog eens terugkwam in Sachsenhausen besefte ze pas hoe jong iedereen toen was. ,,We waren de generatie die zowel beproefd was als faalde. Dat is geen schande. Toch hebben veel van mijn vrienden dat later gecompenseerd in een woede, een politieke drift, onvoorstelbaar. Die vijf jaren hebben veel rotzooi aangericht in een mensenleven.''