Weg met de zee

Opa Trein heeft een puntbaard die wipt als hij praat. Dat is niet niks, maar toch vindt Kleinzoon Ouwe Opa nog leuker. Elke zondagmiddag rijdt hij toeterend de straat in met zijn krakende Rover. ,,Instappen, mannetje! We gaan grote dingen doen.''

Kleinzoon hoeft geen gordel om, maar moet wel eerst vertellen wat de vorige keer gezellig was. ,,Vorige week zijn we naar China gelift. Allemaal Chinezen en eieren van duizend jaar. Maar achteraf was het Amsterdam. En de zondag daarvoor hebben we gebedeld op de Coolsingel. Omdat we allebei blind waren. Zestien gulden en een kwartje.''

Ouwe Opa knort van genoegen, maar wordt meteen weer ernstig.

,,Mannetje! Wat we vandaag gaan doen, is moeilijk. Eigenlijk veel te moeilijk voor een ouwe man en een kind. Maar iemand moet het doen. En jij bent al vijf. Wat meer zegt: je bent een Rotterdammer. Met Rotterdammers kun je de oorlog winnen. En dat moet. Want ze zijn te ver gegaan. Veel en veel te ver.''

,,Wie, Ouwe Opa?''

,,De golven. De zee. Zo kan het niet langer. Ze komen steeds dichterbij. Ze weten niet van ophouden. We gaan iets doen, jij en ik. Met jou erbij durf ik het wel aan.''

De Rover kraakt al langs de diergaarde. Ze rijden naar Scheveningen, parkeren in de Helmstraat, klauteren door de hoge duinen naar de zee. Ouwe Opa hijgt er van.

,,Wat zie je, mannetje?''

,,De zee, Ouwe Opa. Gewoon, de zee.''

,,Maar mannetje! Dat is helemaal niet gewoon. Toen ik zo oud was als jij, was het hier kurkdroog! Je kon in drie dagen naar Engeland wandelen! Door prachtige eikenbossen met rendieren en mammoeten die stuk voor stuk verdronken zijn omdat de zee steeds groter werd. Omdat de zee alles wegjoeg!''

Ouwe Opa legt uit wat ze eraan kunnen doen. Het moet lukken met denken. Heel hard, keihard denken. Ogen dicht om nog sterker te kunnen denken. Denken: Zee, ga terug! Denken: Achteruit! Denken: Schaam je je niet, enge zee? Denken, allebei tegelijk, uit alle macht! En dat gaan ze doen in Scheveningen. Daar is een café waar je heel goed kunt denken. Om te kunnen zien of het geholpen heeft, plant Ouwe Opa eerst nog een stokje in het zand, aan de uiterste rand van de zee.

Het is een spannend café, maar kleinzoon ziet er niet veel van. Hij doet zijn ogen alleen even open bij de pannenkoeken.

Om half zes wandelen ze naar de zee. ,,Kijk mannetje!'' juicht Ouwe Opa, ,,het werkt. Een beginnetje van twee meter tussen ons stokje en de golven! De zee gaat achteruit! We zijn fantastisch bezig. Maar we zijn er nog niet!''

Ouwe Opa moet wel kijken omdat de Rover anders overal tegenop botst, maar kleinzoon beklimt de trap van zijn huis met zijn ogen stijf dicht. ,,Het was moeilijk'', vertelt hij. ,,We zijn er nog lang niet. Maar iemand moet het doen. En als jullie de zee nog willen zien, mag je wel opschieten.''