Weemoed in stripfragmenten

Mark Smeets, die gisteren op 57-jarige leeftijd is overleden, was geen doorsnee striptekenaar. Hij is twintig jaar een gezichtsbepalende illustrator van NRC Handelsblad geweest – ondermeer in de zaterdag-, wetenschap- en onderwijs- en boekenbijlages. Hij laat een oeuvre na van tekeningen, vooral stripfragmenten, want een compleet stripverhaal heeft hij nooit gemaakt – hoewel onlangs in kleine oplage zijn strip uit 1979 uit NRC Handelsblad, De wereld van de aarde, is verschenen.

Als de door Smeets bewonderde Hergé, de tekenaar van Kuifje, de meester van de stripvertelkunst is, dan is Smeets een grote stripdichter. Hij vertelde geen afgeronde verhalen, maar maakte poëtische stripfragmenten. Verwarde mensen, verstrooide professoren die merkwaardige teksten mompelen, bevolken veel van zijn tekeningen, die niet alleen in de tekenstijl – de `klare lijn' – de invloed van Hergé verraden. Ook in de keuzes van die teksten die zijn figuren spreken blijkt Smeets liefde voor de poëzie van de oude Kuifje-vertalingen, waaraan hij in een mengeling van Nederlands-Vlaams vaak een surrealistische draai geeft. Je kunt op zijn tekeningen mensen teksten horen zeggen als: ,,Dit zijn de schurken die de omwalling hebben doen afbreken!... Allen avonturiers, bankroutiers en entrepreneurs!''

Weemoed, een vreemde pastelkleurige weemoed naar vergane werelden, of werelden die nooit bestaan hebben, spreekt uit de tekeningen die Smeets maakte. Zijn tekeningen voor de krant toonden vaak de komische kant van het chaotisch universum dat hij schetste.

Maar in zijn vrije werk, zijn schetsboekbladen waaraan hij onafgebroken doorwerkte, is een serieuze kant te zien. Wat opviel op de ongepubliceerde schetsboekbladen die hij in 1996 exposeerde in galerie Lambiek in Amsterdam, was zijn grote interesse als tekenaar voor landschap en gebouwen, of beter: fragmenten van gebouwen, ruïnes, uit gesloopte woningdelen weer opnieuw in elkaar gezette bouwsels. De typische stripachtige figuurtjes ontbreken soms helemaal op die tekeningen, en als die er wel bij staan, maken die meteen opmerkingen zoals: ,,Slooprijke omgeving hier'' of ,,Ugh! Alweer ouwe kapotte gebouwen! Das ist zum kotzen!'' Die relativeringen kunnen niet verhullen dat Smeets zich serieus het `programma' van de poëtische landschapstekenkunst uit de zeventiende eeuw meester aan het maken was. Zijn tekenstijl lijkt soms op die van de merkwaardige landschaps-etsen van Rembrandts tijdgenoot Hercules Seghers, die door Smeets ook aangeroepen wordt in het bijschrift `O Segher, Aas der Azen'. Er waren op die expositie prachtige landschapjes te zien, die in het Rijksprentenkabinet niet zouden misstaan.

Het maakt duidelijk dat Smeets, die in 1968 in het blad Hitweek begon met publiceren, en in Nederland met Joost Swarte aan de wieg stond van het striptekenen in de `klare lijn', meer is dan alleen een navolger van Hergé. Smeets werk laat zien dat de traditie van de prentkunst zich niet in de moderne beeldende kunst, maar in de stripkunst heeft voortgezet.

    • Paul Steenhuis