Voor onze lezers

Het kan zijn dat ik ze verkeerd inschat, maar Hotel Restaurant Carelshaven in Delden is echt iets voor onze lezers. Die vinden het vast leuk op het oude landgoed Twickel te verkeren, in een hotel dat sinds 1837 al zes generaties door de familie Kluvers wordt gedreven. Waar François Haverschmidt, alias Piet Paaltjens, in 1879 logeerde en dat een rijk verleden heeft als voormalige schippersherberg bij de inmiddels gedempte haven aan de Twickelervaart. Graaf Carel George van Wassenaer Obdam Heer van Twickel liet de vaart aanleggen om het Reggestelsel te verbinden met de IJssel en zo de textielproducten van de Twentse boerderijen en het hout van het landgoed te kunnen afvoeren. Unico Wilhelm, de vader van Carel George, zo bleek een aantal jaren geleden uit stukken in het huisarchief van Kasteel Twickel, is de componist van de Concerti Armonico die honderden jaren lang aan Pergolesi zijn toegeschreven.

Het karakter van het enigszins deftige hotel is bewaard gebleven, ondanks de uitbreiding met een tuinvleugel, waar comfortabele - niet gloednieuwe, maar fris opgeknapte - kamers voorzien van balkon uitzicht bieden op de weiden in het Twentse parklandschap met in de verte de eeuwenoude houtzaagmolen. Onder onze goedkeurende blikken oogst de kok appels uit eigen fruitbomen. Aan de andere zijde van de vleugel is een groot terras, geschikt voor lunch, diner of gewoon een kopje thee, met uitzicht op een tuin vol bloemen en toegankelijke kunst als bronzen stokstaartjes en kindertjes `onder moeders paraplu'.

De beelden zijn te koop, net als de bloemrijke aquarellen van Janneke Brinkman die binnen de wanden sieren en waar 3500 gulden voor moet worden neergelegd. Mocht dat te prijzig zijn, dan vormen de notitieboekjes, kalenders en eau de toilette uit Jannekes eigen lijn een betaalbaar alternatief. Voor de desondanks nog onverzadigde liefhebbers van natuur en cultuur is een wandeling of fietstocht over het landgoed aan de overzijde van de provinciale weg een aantrekkelijke optie.

We bekijken de kudde geiten op de glooiende weide bij kaasboerderij Wolverlei, bewonderen de fraai geknipte buxussen in de tuinen van kasteel Twickel en staan verbaasd in de Oude of Sint Blasiuskerk bij een maquette van het gebouw die in 2469,5 uur is gemaakt van 117.860 lucifershoutjes en twaalf liter lijm. We trekken twee gevulde koeken uit de broodautomaat in het centrum van Delden en overwegen de aankoop van een vakantievilla type `Boerderie' die voor drie ton door de plaatselijke makelaar wordt aangeboden. En dan komen we niet eens toe aan een bezoek aan het Zoutmuseum dat een `collectie opmerkelijke zoutvaatjes' herbergt.

Het is in een omgeving met zo'n rijke geschiedenis geen verrassing te ontdekken dat de kok klassiek kookt. Op de kaart staan gerechten als gebakken tong, dubbelgetrokken ossenstaartsoep met kervel en aan tafel gesneden gerookte zalm met mierikswortelcrème. Wie wat eigentijdser wil eten kan zich, zoals wij, te goed doen aan een carpaccio van sint-jakobsschelpen of aan een salade met huisgemarineerde haring besprenkeld met rode bietendressing, aan gebakken zeeduivelfilet in katenspek met een grove mosterdsaus of aan snoekbaarsfilet tussen korstdeegkussentjes met een kreeftensaus. Het is de keuken van de jaren tachtig. Daar is helemaal niets op tegen te meer omdat de hele bordspiegel is gevuld met saus. Dat is wat anders dan de decoratieve, maar schamele spetters saus waar we het tegenwoordig vaak mee moeten doen.

Ik tref het niet met de carpaccio van sint-jakobsschelpen. Die gaat roemloos ten onder in de smakenstrijd met garnalen, pesto, spekjes, alfalfa, tuinkers, minimaïskolfjes en kerstomaatjes. Minder smaakjes en meer smaak was wenselijk geweest. Maar de rest, begeleid door een Ovieto Classico met een vleugje honing, is aanmerkelijk beter. De `snoekbaarsfilet' blijkt een combinatie van zeewolf en mul te zijn. Kostprijstechnisch gezien is het een goede ruil, maar het had wel even mogen worden gemeld.

`Hoeveel toefjes een mens kan verdragen?' is de vraag die opkomt als na de amuse, het voorgerecht en het hoofdgerecht, ook het nagerecht getooid is met een plukje tuinkers. Geheel overtoefd, genieten we toch van de Deldense geitenkaas met truffelolie en het flensje met rood fruit.

De bediening is prettig: volwassen, vriendelijke mensen met persoonlijke belangstelling voor de gast.

En zouden onze lezers het niet heerlijk vinden bij het ontbijt in de gelagkamer met Delfts blauw betegelde schouw een vers zachtgekookt eitje te krijgen, en Edammer kaas en krentenwegge en thee uit een pot met losse blaadjes, door een zeefje uitgeschonken? Zouden ze niet blij zijn met twintig gulden korting, zodat een overnachting met een driegangendiner à la carte voor twee personen vierhondervijftig gulden kost?

Of vergis ik me en vinden onze lezers dat allemaal niet prettig?