Vluchtroute voor Belgische hormonenmafia

De Belgische hormonenmafia heeft Nederland ontdekt om illegale praktijken voort te zetten. Een drieluik over het gebruik en de jacht op groeibevorderaars voor runderen in België en Nederland. Deel 1: België.

Karel van Noppen reed 20 februari 1995 op nog geen tweehonderd meter van zijn huis in het Belgische plaatsje Wechelderzande toen hij werd klemgereden door drie wagens. Vreemde mannen stapten uit en sleurden de veearts uit zijn auto. Ze maakten hem als een beest met een nekschot af.

De Belgische hormonenmafia, die dacht definitief te hebben afgerekend met hun plaaggeest, bereikte precies het omgekeerde. De moord zorgde voor een ommekeer. De Belgische politiek, die tot dan toe Van Noppen en zijn collega's meer had tegengewerkt dan geholpen, ging onder publieke druk om. België kreeg de strengste hormonenwetgeving ter wereld, met een maximum gevangenisstraf van tien jaar en een boete van 2,6 miljoen gulden. En de 20ste februari is door velen uitgeroepen tot `vleesloze dag'.

Na de moord zetten `speurders' een klopjacht in op de vetmesters die illegaal hun runderen voorzien van groeihormonen. Voorheen werd alleen gecontroleerd door de inspectiediensten van Landbouw en Volksgezondheid. Daar kwam een speciale coördinerende politiedienst bij, de `hormonencel' van de rijkswacht.

Daar waar Van Noppen in zijn bijna eenzame strijd al jaren voor had gewaarschuwd werd blootgelegd: omvangrijke netwerken, compleet met veeartsen, farmaceutische industrie, ambtenaren, apothekers en laboratorium, gebruik(t)en op professionele wijze groeibevorderaars. De intensievere en veel strengere controles toonden aan dat de praktijken gemeengoed waren.

Het gebruik van hormonen in Europa begon in de jaren vijftig toen vetmesters in de gaten kregen dat de opbrengst met zo'n twintig procent opgevoerd kan worden door het toedienen van groeibevorderaars, zoals het mannelijk hormoon testosteron of het anti-hoestmiddel clenbuterol. De Italianen waren als eersten bevreesd. Vrouwen zouden wel eens snorren kunnen krijgen van het bewerkte vlees. Om de vleesexport te beschermen stelde Nederland in 1961 als eerste Europees land een verbod in op het gebruik van hormonale groeibevorderaars. België deed dat in 1962. De Europese Unie volgde in 1988.

De winsten die te behalen zijn met groeibevorderaars zijn enorm. Op karkassen van dikbil-runderen, massaal te koop aangeboden op Europa's grootste veemarkt in het Waalse Ciney, valt in een paar maanden tijd circa duizend gulden extra te verdienen. Bij een veestapel van vijfhonderd dieren betekent dat een extra bedrag aan inkomsten voor een vetmester van honderdduizenden guldens. De hormonen die worden gebruikt zijn overigens niet goedkoop. Op de zwarte markt variëren de prijzen, afhankelijk van zuiverheid en product, van 550 tot 100.000 gulden per liter. Het gebruik van groeibevorderaars zorgt ervoor dat de kalveren sneller rijp zijn voor de slacht. De consument kan bovendien rekenen op een stuk vlees met minder vet en een mooiere kleur.

Natuurlijke hormonen mogen in de VS, Canada, Australië en enkele andere landen in tegenstelling tot Europa wel worden gebruikt. Daarom heeft de EU de grenzen voor met hormonen bewerkte vlees gesloten. In de handelsoorlog die daaruit voorvloeide met de VS kan de EU tot nu toe weinig wetenschappelijk bewijs leveren dat er inderdaad risico's voor de volksgezondheid zijn. Die zijn er wel bij kunstmatige hormonen zoals diethylstilbestrol (DES), dat kankerverwekkende eigenschappen heeft. Het probleem is, volgens Europese wetenschappers, dat gevaarlijke en niet-gevaarlijke hormonen gecombineerd worden in cocktails.

Maar ondanks verboden en strenge controles moeten ook de Belgen toegeven dat ze veelal een stap te laat zijn. In het hoofdkantoor van de hormonencel in Brussel zegt majoor D. Decraene: ,,Telkenmale loopt de wetgeving achteraan. Het milieu past nieuwe cocktails toe, waarvan de samenstelling ontdekt moet worden. De doses worden lager, moeilijk detecteerbaar. Je kunt wel aanwijzingen en tips hebben, maar vervolgen is een ander verhaal.''

Karel van Noppen liet zich nooit weerhouden door barrières die werden opgeworpen. Hij was ervan overtuigd dat veel kankergevallen in zijn land te wijten waren aan het eten van met hormonen behandeld vlees. Volgens zijn schatting was tachtig procent van de gemeste runderen en kalveren met (meestal natuurlijke) hormonen behandeld. Van Noppen wilde dat er drastisch werd ingegrepen. In een brief uit 1992 aan het televisieprogramma Panorama doet Karel van Noppen een boekje open over wat hij aantrof. Van Noppen, in de brief: ,,De vleessector was niet van plan zijn economisch voordeel prijs te geven. Bovendien had zich een zwart circuit gevormd van vaak Nederlandse leveranciers die forse winsten maakten.'' Toen omkoping van de veeartsen van het Instituut voor Veterinaire Keuring niet lukte (er werden bedragen van 5.000 tot 25.000 geboden) werden de artsen en hun familieleden geïntimideerd, bedreigd en mishandeld. En Van Noppen werd uiteindelijk vermoord.

In het Belgische plaatsje Dessel zet Flor van Noppen, de broer van Karel, de strijd tegen de hormonenmafia voort. Hij heeft in zijn werkkamer tientallen dossiers liggen met gegevens die Karel en hij hebben verzameld. Flor van Noppen evalueert de jaren strijd tegen de hormonen: ,,Door de strenge controles en straffen is het Belgisch vlees onderhand weer betrouwbaar."

Ondanks de strenge controles - elk rund zwaarder dan 580 kilo wordt op hormonen onderzocht - worden in Belgische slachthuizen steeds minder hormonen gevonden. Van alle Belgische runderen wordt meer dan de helft in Nederland en Frankrijk geslacht. Een deel van de Belgische runderen in Nederland is afkomstig van malafide vetmesters, bevestigd de Belgische rijkswacht. Hoe groot hun aandeel is is niet duidelijk. De slachthuiscontrole in Nederland is minder streng. Het vlees van de Vlaamse dikbillen krijgt een Nederlands stempel en wordt overal in Europa verkocht.

De geschiedenis herhaalt zich. Begin jaren negentig voerde Karel van Noppen en zijn IVK-collega's de controle in Vlaamse slachthuizen zo op dat vetmesters en handelaren uitweken naar Wallonië. Van Noppen weet dat aan de geringe pakkans in Wallonië. Zijn Waalse collega's in het slachthuis van Luik, het grootste van België (50.000 runderen per jaar) vonden in negen jaar tijd niet één positief dier. Toen het IVK Vlaamse inspecteurs ook in Wallonië liet controleren werd bij de eerste controle 83 procent van de dieren positief bevonden. Flor van Noppen: ,,Als de Vlamingen nu in Nederland mochten controleren zouden ze wel eens op dezelfde aantallen kunnen stuiten.''

Dat voorstel deed professor H. F. De Brabander van de faculteit diergeneeskunde van de universiteit in Gent onlangs in een vergadering met vertegenwoordigers van inspectiediensten uit Nederland en België. De Brabander: ,,De Nederlanders hadden er niets op tegen, zeiden ze. Alleen heb ik er nooit meer iets van gehoord. Ik begrijp dat wel, politiek is dat moeilijk te realiseren.''

Morgen: de situatie in Nederland.