Verbouw mijn kamer maar als ik dood ben

Zelfstandig wonen is een groot goed. Ook in een verzorgingshuis worden bewoners aangemoedigd zo veel mogelijk zelf te doen.

DE HAKKEN van de nieuwe directeur klikken resoluut door de gangen van De Blinkert, een verzorgingshuis in Haarlem-west. Loes den Hollander is op weg naar mevrouw Witkamp, een bewoonster die de directeur heeft verzocht op haar kamer te komen. Waarom, wil mevrouw Witkamp weten, moest ze onlangs veertien dagen haar kamer uit omdat er een grotere badkamer werd gebouwd, waar zij helemaal geen behoefte aan heeft? Het was een fait accompli en dat bevalt haar niet. ,,Waarom is er niet even gewacht met die verbouwing tot ik dood ben en mijn kamer leeg?''

De boosheid wordt omgezet in een gedicht.

Ouderen moeten zich maar schikken

rustig doen wat `Hoger Hand' zegt

beslissingen over oude mensen

worden slechts door `Hoger Hand' beslecht

De ruim vijftig bewoners van De Blinkert weten dat Den Hollander hen, anders dan gebruikelijk in veel verzorgingshuizen, zo zelfstandig mogelijk wil laten leven. Zij heeft de pest aan institutionele zorg – `zorg waarin in de wij-vorm wordt gedacht'. Soms komt er een oekaze uit Den Haag, bijvoorbeeld over de verplichte aanpassing van alle badkamers. Die moet de directrice dan uitvoeren, ook als een grote badkamer botst met de individuele zorgbehoefte en medezeggenschap van de bewoners.

Het afgelopen jaar heeft Den Hollander getracht een kleine revolutie in gang te zetten, met als inzet nog minder afhankelijkheid – van regels, van verzorgers – en minder betutteling. In de praktijk blijkt dat het goed kan, zegt Den Hollander, zelfs al wonen er tegenwoordig vrijwel geen mensen zonder ernstige gebreken meer in een verzorgingshuis. Mevrouw Witkamp heeft bijvoorbeeld dieproze vloerbedekking laten leggen in haar kamer (bewoners hoeven niet langer te kiezen uit een beperkt assortiment) en mag de standaard vitrage van het huis weigeren. Ook anonieme reservekleding wordt niet gebruikt. Iedereen heeft recht op zijn eigen kleren, op individualiteit en waardigheid, vindt Den Hollander. Als iemand incontinent is, moet een andere oplossing worden gezocht voor het ontstane kledingtekort.

Het streven is zorg te geven waar dat nodig is, niet om alle bewoners automatisch dezelfde grote portie zorg te geven. Het personeel is het na een jaar Den Hollander met haar eens dat bewoners fitter blijven, vooral mentaal, als ze zelf verantwoordelijkheden houden. Op elke badkamer kwam een douchestoel, zodat bewoners zichzelf langer zelfstandig kunnen wassen. Sommige bewoners, inmiddels gewend iedere dag gewassen te worden, zijn minder gelukkig met de nieuw verworven onafhankelijkheid. Zij hebben al hun hele leven hard gewerkt, de oorlog meegemaakt, en vinden het nu wel eens tijd om zelf verzorgd te worden, zo is de gedachtegang.

De directrice gaf het personeel opdracht te onderhandelen met de bewoners over welke zorg wel, gedeeltelijk of niet hoeft te worden verleend. Met als gevolg dat de was niet meer automatisch gevouwen en gestreken op de kamer wordt afgeleverd. Bewoners, mits redelijk ter been, worden aangemoedigd hem zelf te komen halen. Mevrouw Prins kwam daardoor voor het eerst in de strijkkamer en besloot te helpen met strijken. ,,Ik lees vier of vijf boeken per week'', vertelt zij enthousiast, ,,en heb dus tijd genoeg. Helpen met de strijk geeft mij veel voldoening.'' Als zij een paar dagen weggaat, voelt mevrouw Prins zich zelfs een beetje schuldig.

Meer bewoners ontplooiden initiatieven. De heer Stein brengt 's ochtends in de grote zaal koffie rond met een kar. ,,Ik ben de enige hier die hem nog kan duwen'', zegt hij met veel bravoure. Mevrouw Horeman heeft zich ontfermd over de interne krantenbezorging: ,,Een schoolmeisje bezorgt beneden een grote stapel Haarlems Dagblad. Ik zorg ervoor dat alle abonnees er eentje in hun brievenbus krijgen.''

De mate van onafhankelijkheid die de bewoners – tussen de 77 en 100 jaar oud – aankunnen, is echter begrensd. ,,Als je mensen aanspreekt op hun eigen verantwoordelijkheid, willen ze best van alles doen'', zegt Den Hollander. ,,Maar we moeten er rekening mee houden dat hoe ouder een mens is, des te onzekerder hij wordt. Dat is een proces dat erbij hoort: je wordt behoeftiger, bent eerder bang, ziet sneller beren en tijgers op de weg.'' Toen er kortgeleden sloopwerkzaamheden plaatshadden in het huis, dacht een aantal bewoners dat het huis instortte. Anderen voelden zich onveilig door de grote stapels stenen overal - het leek Rotterdam wel, na het bombardement. En voor wie slecht ter been is, kan ook het getril van het heien bedreigend zijn. ,,Bepaalde dingen kan een oud mens niet hebben'', verklaart bewoonster mevrouw Kuiper, ,,Wij zitten immers met hulpmiddelen in elkaar.''

De verbouwing wordt volgend jaar afgerond. De Blinkert is dan niet langer alleen een verzorgingshuis maar ook verpleeghuis. Daar komen dertig mensen te wonen die voortdurende zorg en toezicht behoeven. Het streven blijft ook deze bewoners individuele - en niet institutionele – zorg te bieden.

Mevrouw Witkamp legt de laatste hand aan haar gedicht:

Maar eenmaal komt de tijd:

`Hoger Hand' die wordt ook tachtig

pas dan voelen ze aan den lijve

wie afhankelijk is, is onmachtig.

VERZORGINGSHUIS

    • Rentsje de Gruyter