Vangnet voor calamiteiten

Er bestaan talloze aannames over de economische gevolgen van de vergrijzing. Het blijft echter een moderne vorm van koffiedik kijken.

GENERAtional accounting wordt het genoemd: dat deel van de economische wetenschap dat zich bezighoudt met de gevolgen van veranderingen in de leeftijdsopbouw van de bevolking voor de economie. Gezien de vrijwel exclusieve toepassing van deze discipline op de westerse vergrijzing zou de term geriatrical accounting beter op zijn plaats zijn.

Hoe zeker ook de bevolkings- en bijbehorende leeftijdsprojecties zijn tot ver in de komende eeuw, het vorsen naar de consequenties van het ontstaan van een steeds omvangrijker groep ouderen blijft een moderne vorm van koffiedik kijken. Voorspeld wordt dat naarmate een grotere groep van mensen pensioneert, een verhoudingsgewijs kleinere groep productieve arbeid verricht. Dat wordt in de regel vertaald in de stelling dat `steeds minder mensen de zorg zullen moeten opbrengen voor steeds meer mensen'.

Dat leidt tot een serie van aannames die het gros van de vooruitblikken domineert. De last voor de zorg voor ouderen neemt toe: de AOW zal meer en meer gaan kosten. Vandaar dat het kabinet vorig jaar een initiatief lanceerde waarin - boekhoudkundig - in de begroting al bedragen opzij worden gezet voor de financiering van de AOW vanaf het eerste decennium van de volgende eeuw. Ook de kosten van de gezondheidszorg nemen snel toe en betekenen een groeiende last voor de werkenden die deze kosten op zich moeten nemen. Bovendien zou de economische groei op een lager tempo kunnen uitkomen: de economische malaise in Japan wordt veelal geweten aan het uiteenspatten van de zeepbel in de onroerendgoed- en aandelenprijzen van begin jaren negentig.

Maar evengoed is er het idee dat, naarmate de beroepsbevolking door de al sterk oprukkende vergrijzing krimpt, de groei van de productie logischerwijs ook een stapje terug moet doen. Aannemelijk lijkt ook dat de zorgsector een belangrijker plek zal innemen in de economie. Want voor de steeds grotere groep ouderen moet wel worden gezorgd. Dat doet een extra beroep op de toch al verhoudingsgewijs krimpende beroepsbevolking.

De economie komt, kortom, op een lager groeipad met nadruk op persoonlijke dienstverlening. De lasten op een teruglopend aantal werkenden zullen toenemen, terwijl er tegelijkertijd een groeiende vraag naar arbeid voor de zorg zal zijn.

Zo ontstaat al snel een karikatuur van de toekomstige Grijze Economie: weldoorvoede pensionado's die zich aan de rand van het zwembad laten verzorgen door ploeterende jonge horigen, die van hun schamele inkomen dan ook nog een fortuin aan belasting moeten afstaan om de door hen verleende zorg te financieren.

Het gevaar in elke prognose schuilt in de aanname dat de fundamentele verhoudingen van nu blijven zoals ze zijn: ouderen stoppen met werken, jong zorgt voor oud en alles moet binnen de Nederlandse economie worden opgelost.

Om met eerste te beginnen: het Britse weekblad The Economist signaleerde vorige week terecht dat er een omslag op til is bij het verschijnsel `pensioengerechtigde leeftijd'. Geconfronteerd met de economische noodzaak om ouderen langer te laten werken, én de wens van steeds meer (en steeds vitalere) ouderen om aan de slag te blijven, is het een kwestie van tijd dat de pensioengrens naar boven wordt geschoven of wordt verzacht. Op dit moment is het `recht' op pensioen in Nederland vooral een `plicht'. Werk is sinds de jaren zeventig een schaars goed geweest, en het vervroegd laten stoppen van ouderen met hun baan creëerde werkgelegenheid voor jongeren. Die noodzaak is er nu al vrijwel niet meer en zal in de toekomst als er een werkelijke druk op de arbeidsmarkt komt, nog verder afnemen. Bovendien is er een forse arbeidsreserve in het buitenland. Er is niet veel fantasie voor nodig om te bedenken dat met name in Oost-Europa er veel werkzoekenden zijn die emplooi kunnen vinden op de krappe arbeidsmarkt van het Westen. Polen, Hongarije en Tsjechië maken over niet al te lange tijd deel uit van de Europese Unie, waarna het vrije verkeer van personen binnen de EU hen de mogelijkheid geeft zich hier vrij te vestigen.

De potentiële pool van arbeid is zo veel groter dan gedacht, maar hoe staat het met de lasten op die arbeid om de kosten van de vergijzing te betalen? Jong zorgt voor oud: de vergrijzing doet kennelijk alleen een beroep op de solidariteit tussen de generaties. Ook hier is het een kwestie van tijd voordat er ook gesproken zal worden van solidariteit bìnnen generaties - en dan vooral binnen de generatie van ouderen. Hoewel er veel mensen zullen zijn die het krap krijgen als hun oude dag aanbreekt, groeit het financieel vermogen in Nederland als kool. Het is geconcentreerd als ongerealiseerde winst bij huizenbezitters, in de pensioenen, spaarregelingen, koopsompolissen en andere beleggingen van vooral de generatie van babyboomers die straks de bulk van grijs Nederland uitmaakt.

De al jarenlange hausse op de effectenbeurzen wordt in het Westen voor een belangrijk deel verklaard door de toevloed van spaargeld naar de beurzen - spaargeld dat is bedoeld als verzekering voor de oude dag. Juist de angst dat de samenleving straks de zorg niet meer kan opbrengen, heeft tot gevolg dat toekomstige senioren zelf voor hun financiële reserves zorgen. Dat bij het financieren van de toenemende kosten voor de gezondheidszorg, het gestegen financiële vermogen van een groeiende groep senioren straks buiten schot blijft, is onaannemelijk.

Geen probleem voor de toekomst dus? Eigenlijk is er maar één adder onder het gras. Wat gebeurt er straks met de opgeblazen beurskoersen en de hoge woningprijzen als senioren het door hen opgebouwde vermogen te gelde gaan maken? Dan kan het onttrekken van kapitaal aan de aandelen- en woningmarkt zorgen voor een omgekeerd effect, en het papieren vermogen even snel dalen als het in de jaren negentig omhoog is gegaan. Het enige vangnet voor zo'n calamiteit is dat de onderliggende economie gezond is en voorspoedig groeit. De vergrijzing staat zo'n toekomst geenszins in de weg.

    • Maarten Schinkel