Tussenstand

De radiodagen van weleer herleefden de afgelopen nacht in mijn huiskamer. Ik volgde een partij van Richard Krajicek – zijn kwartfinale in New York tegen Kafelnikov – zonder haar te kunnen zien. Het was een opwindende ervaring die de vraag rechtvaardigt waarom we per se sport op televisie willen zien. Laat de verbeelding het werk doen en zelfs de saaiste tenniswedstrijd wordt een wonder van dramatiek.

Omdat de sportjongens van de NOS ons liever trakteren op twee Champions League-avonden per week, hebben ze geen geld meer voor Flushing Meadows, het belangrijkste tennistoernooi na Wimbledon. Daarvoor moet je nu abonnee worden van Canal+, waarbij tevens je heimwee naar Kees Jansma gestild wordt. Ik had het er nog niet voor over en moest daarom genoegen nemen met de tussenstanden op Teletekst.

Dat ging zo. Krajicek verloor de eerste twee sets op de knullige wijze die we van hem gewend zijn: twee tiebreaks waarvan hij de eerste zelfs zonder enig punt te scoren verspeelde. Ik stond kwaad op om naar bed te gaan – ook mijn haat-liefde verhouding met Krajicek kent haar grenzen – maar wierp nog even een blik op het scherm. 6-3 voor Krajicek. Een weggevertje van een ongeconcentreerde Kafelnikov? Of had Krajicek er na een half jaartje lummelen – huwelijk midden in het seizoen – weer eens zin in gekregen? Ik besloot het even aan te zien.

Vierde set: 6-1 voor Krajicek! Dit werd ernst.

Ik zag Krajicek met opgeheven hoofd over de baan benen, terwijl Kafelnikov radeloos aan zijn racket plukte en met Jeltsin-achtige verongelijktheid de referee uitschold. De vijfde set vorderde en ik voelde me een blinde die in een kolkend stadion een wedstrijd volgt.

Er waren alleen dat woordje `tussenstand' en de plotseling verspringende blauwe cijfertjes. Leo Pagano leefde nog en mijn vader, mijn broer en ik bogen ons voorover naar de radio om maar geen woord te missen van zijn verslag van Nederland-België. De dribbels van Faas Wilkes verschenen levensgroot op het netvlies van je fantasie. Méér had je niet nodig. Het ging gelijk op tot 4-4. Het werd 4-5 (Kafelnikov had een service-voorsprong) en Krajicek kon nu elk moment zijn zoveelste dramatische nederlaag lijden. Maar hij kwam wéér terug, brak de service van Kafelnikov en leek op 6-5 de partij uit te serveren. Ik slikte al mijn boze verwijten in.

Toen stond daar opeens dat doodvonnis: 6-6. Hij had zijn service verloren! In Muiderberg viel de stroom uit, Freek de Jonge haastte zich naar het huis van de weduwe. Er volgde een derde tiebreak. De rest was voorspelbare geschiedenis. Het is met tiebreaks als met echtelijke ruzies: als je er twee op één dag hebt verloren, kun je beter niet meer aan de derde beginnen. Verdoofd ging ik slapen. Ik had de spannendste tennispartij van mijn leven gezien.